Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring 1776
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (Engels: Declaration of Independence) is de onafhankelijkheidsverklaring van de dertien koloniën, die werd opgesteld door Thomas Jefferson, John Adams, Benjamin Franklin, Roger Sherman en Robert Livingston en in schoonschrift is uitgeschreven door Timothy Matlack.
De verklaring werd door vertegenwoordigers van 12 van de toen 13 Amerikaanse kolonies aangenomen op 4 juli 1776.[1] De staat New York sloot zich aan bij de Declaration op 9 juli 1776. De verklaring hield de onafhankelijkheid van de Britse
monarchie in. Die onafhankelijkheid werd in de verklaring
gerechtvaardigd door een aantal "waarheden" die de ondertekenaars
vanzelfsprekend achtten: dat alle mensen gelijk geschapen zijn, dat ze
door hun schepper zijn uitgerust met bepaalde rechten en dat onder die
rechten vallen: het recht op leven, op vrijheid en op het nastreven van
geluk. Onder de verklaring staan 56 handtekeningen. Een daarvan is van John Hancock. Hij schreef, naar het verhaal gaat, zijn handtekening zo groot op, dat de Britse koning hem zonder bril zou kunnen lezen.
Tussen 1775 en 1783 was de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog aan de gang in de dertien koloniën aan de oostkust van Amerika. De oorlog werd gevoerd tussen de Amerikaanse inwoners van deze koloniën en de toen nog heersende Britten. De reden voor de oorlog was de wil van de Amerikanen om onafhankelijk te worden.
Op 4 juli vieren de Amerikanen Onafhankelijkheidsdag (Independence Day). Dit is de belangrijkste nationale feestdag van de Verenigde Staten.
De originele tekst
De inleiding:
- When in the Course of human events, it becomes
necessary for one people to dissolve the political bands which have
connected them with another, and to assume among the powers of the
earth, the separate and equal station to which the Laws of Nature and of
Nature's God entitle them, a decent respect to the opinions of mankind
requires that they should declare the causes which impel them to the
separation.
We hold these truths to be self-evident, that all men are
created equal, that they are endowed by their Creator with certain
unalienable rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit
of Happiness. – That to secure these rights, Governments are instituted
among Men, deriving their just powers from the consent of the governed, –
That whenever any Form of Government becomes destructive of these ends,
it is the Right of the People to alter or to abolish it, and to
institute new Government, laying its foundation on such principles and
organizing its powers in such form, as to them shall seem most likely to
effect their Safety and Happiness. Prudence, indeed, will dictate that
Governments long established should not be changed for light and
transient causes; and accordingly all experience hath shewn, that
mankind are more disposed to suffer, while evils are sufferable, than to
right themselves by abolishing the forms to which they are accustomed.
But when a long train of abuses and usurpations, pursuing invariably the
same Object evinces a design to reduce them under absolute Despotism,
it is their right, it is their duty, to throw off such Government, and
to provide new Guards for their future security. – Such has been the
patient sufferance of these Colonies; and such is now the necessity
which constrains them to alter their former Systems of Government. The
history of the present King of Great Britain is a history of repeated
injuries and usurpations, all having in direct object the establishment
of an absolute Tyranny over these States. To prove this, let Facts be
submitted to a candid world.
VERTALING:
Wanneer in de loop der menselijke gebeurtenissen het voor een volk noodzakelijk wordt de politieke banden te verbreken die het met een ander volk verbonden hebben, en onder de mogendheden der aarde de afzonderlijke en gelijke positie in te nemen waarop de wetten van de natuur en van de God der natuur recht geven, vereist een gepast respect voor de opvattingen van de mensheid dat zij de redenen uiteenzetten die hen tot deze afscheiding dwingen. Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn; dat zij door hun Schepper zijn begiftigd met bepaalde onvervreemdbare rechten; dat daartoe behoren: leven, vrijheid en het streven naar geluk. – Dat, om deze rechten te waarborgen, regeringen onder de mensen worden ingesteld, die hun rechtmatige macht ontlenen aan de instemming van de geregeerden; – Dat telkens wanneer een regeringsvorm deze doelen ondermijnt, het volk het recht heeft deze te wijzigen of af te schaffen en een nieuwe regering in te stellen, waarvan de grondslag berust op zodanige beginselen en waarvan de macht op zodanige wijze is georganiseerd als hun het meest geschikt lijkt om hun veiligheid en geluk te waarborgen. Voorzichtigheid gebiedt inderdaad dat lang gevestigde regeringen niet om lichtvaardige of voorbijgaande redenen worden gewijzigd; en de ervaring heeft dan ook geleerd dat de mensheid eerder geneigd is te verdragen – zolang het kwaad nog draaglijk is – dan zichzelf recht te verschaffen door de vormen af te schaffen waaraan zij gewend is. Maar wanneer een lange reeks van misbruiken en machtsoverschrijdingen, die onveranderlijk op hetzelfde doel gericht zijn, wijst op een opzet om hen te onderwerpen aan een absoluut despotisme, dan is het hun recht en hun plicht om een dergelijke regering af te werpen en te zorgen voor nieuwe waarborgen voor hun toekomstige veiligheid. – Een dergelijk geduldig lijden hebben deze koloniën ondergaan; en een dergelijke noodzaak dwingt hen nu hun vroegere regeringsstelsels te wijzigen. De geschiedenis van de huidige koning van Groot-Brittannië is een geschiedenis van herhaaldelijk onrecht en machtsmisbruik, die alle direct tot doel hadden een absolute tirannie over deze staten te vestigen. Om dit te bewijzen, worden de feiten voorgelegd aan een onpartijdige wereld.
[Hier volgt een lijst met aantijgingen tegen de koning van Engeland gevolgd door de volgende conclusie]
- We, therefore, the Representatives of the
united States of America, in General Congress, Assembled, appealing to
the Supreme Judge of the world for the rectitude of our intentions, do,
in the Name, and by the Authority of the good People of these Colonies,
solemnly publish and declare, That these United Colonies are, and of
Right ought to be Free and Independent States; that they are Absolved
from all Allegiance to the British Crown, and that all political
connection between them and the State of Great Britain, is and ought to
be totally dissolved; and that as Free and Independent States, they have
full Power to levy War, conclude Peace, contract Alliances, establish
Commerce, and to do all other Acts and Things which Independent States
may of right do. And for the support of this Declaration, with a firm
reliance on the Protection of Divine Providence, we mutually pledge to
each other our Lives, our Fortunes and our sacred Honor.
VERTALING:
Wij, derhalve, de vertegenwoordigers van de Verenigde Staten van Amerika, bijeengekomen in het Algemeen Congres, en ons beroepend op de Opperste Rechter van de wereld wat betreft de rechtschapenheid van onze bedoelingen, kondigen hierbij plechtig aan en verklaren, in naam en op gezag van het goede volk van deze koloniën, dat deze Verenigde Koloniën vrije en onafhankelijke staten zijn en rechtens behoren te zijn; dat zij ontslagen zijn van alle trouw aan de Britse Kroon en dat elke politieke band tussen hen en de staat Groot-Brittannië volledig verbroken is en behoort te zijn; en dat zij, als vrije en onafhankelijke staten, de volledige bevoegdheid bezitten om oorlog te voeren, vrede te sluiten, bondgenootschappen aan te gaan, handel te drijven en alle andere handelingen te verrichten die onafhankelijke staten rechtens mogen verrichten. En ter ondersteuning van deze verklaring, en met een vast vertrouwen op de bescherming van de Goddelijke Voorzienigheid, verpanden wij wederzijds aan elkaar ons leven, ons vermogen en onze heilige eer.
Slavernij
Onder de aantijgingen die de tekst tegen de Engelse koning maakt, was oorspronkelijk ook een opmerking over de slavenhandel,
waartegen de koning nooit is opgetreden. Deze passage, die de
uiteindelijke tekst niet haalde, wordt traditioneel gelezen als een
verwerping van de slavernij.
In werkelijkheid waren 41 van de 56 ondertekenaars
slavenhouders, terwijl koning George III een verklaard tegenstander was
van de slavernij.[2]
Mogelijk vreesde de grote meerderheid van de ondertekenaars op termijn
een Engels verbod op de slavenhandel, dat er inderdaad in 1807 kwam,
terwijl afschaffing van de slavernij de nieuwe Verenigde Staten nog meer
dan een eeuw verdeeld zou houden.
Een andere visie is echter dat Jefferson,
die zelf tot het einde van zijn leven honderden slaven bezat, bang was
dat de slavenpopulatie zo groot zou worden dat deze rechteloze groep,
20% van de bevolking (60% in sommige zuidelijke koloniën), simpelweg
niet meer in de hand kon worden gehouden.
Staat
en ondertekenaars
Hieronder staat de lijst van de 56 ondertekenaars die hun staat vertegenwoordigden: (van het Noorden naar het Zuiden).
New Hampshire:
Josiah Bartlett, William Whipple, Matthew Thornton
Massachusetts:
Samuel Adams, John Adams, John Hancock, Robert Treat Paine, Elbridge Gerry
Rhode Island:
Stephen Hopkins, William Ellery
Connecticut:
Roger Sherman, Samuel Huntington, William Williams, Oliver Wolcott
New York:
William Floyd, Philip Livingston, Francis Lewis, Lewis Morris
New Jersey:
Richard Stockton, John Witherspoon, Francis Hopkinson, John Hart, Abraham Clark
Pennsylvania:
Robert Morris, Benjamin Rush, Benjamin Franklin, John Morton, George Clymer, James Smith, George Taylor, James Wilson, George Ross
Delaware:
George Read, Caesar Rodney, Thomas McKean
Maryland:
Samuel Chase, William Paca, Thomas Stone, Charles Carroll of Carrollton
Virginia:
George Wythe, Richard Henry Lee, Thomas Jefferson, Benjamin Harrison V, Thomas Nelson, Jr., Francis Lightfoot Lee, Carter Braxton
North Carolina:
William Hooper, Joseph Hewes, John Penn
South Carolina:
Edward Rutledge, Thomas Heyward, Jr., Thomas Lynch, Jr., Arthur Middleton
Georgia:
Button Gwinnett, Lyman Hall, George Walton
Varia
Thomas
Jefferson schreef de onafhankelijkheidsverklaring op papier met het
watermerk LvG, de initialen van de Veluwse papiermaker Lubbert van
Gerrevink, eigenaar van molens bij Vaassen en Apeldoorn.[3]
Literatuur
- David Armitage, The Declaration of Independence. A Global History, 2007. ISBN 9780674022829
(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Amerikaanse_Onafhankelijkheidsverklaring)