OPENBARE AANKLACHT
De Engel met de mobiele telefoon op de Sint-Jan heeft reeds contact opgenomen met God de Vader.

De Engel met de mobiele telefoon op de Sint-Jan heeft reeds contact opgenomen met God de Vader.
Wat maakt een middeleeuwse drôlerie zo uniek?
Lees meer over de middeleeuwse drôleri in de onderstaande paarse link.
Onze redactie bedankt hierbij H.R.E. Jansen en K. Gores
voor het inzenden van de zeer belangrijke KOPIJ.

LAATSTE WAARSCHUWING!
Bijna alles wat op het NOS staatsnieuws komt is de virtuele wereld (Matrix) die de illuminati (deep state) aan ons voorstelt en voor ons heeft gebouwd, wat door diverse toneelclubjes wordt opgevoerd (ook de politiek). De echte wereld bestaat uit keiharde verdienmodellen waarin geruild wordt met euro's, wat fiat geld is. Dit geheel speelt zich dagelijks af voor onze eigen ogen. De propaganda wordt gemaakt om de verdienmodellen in stand te houden en te voeden en om de giftige leugens in stand te houden in onze wereld, zodat de leugen kan blijven regeren. Oud-koningin Beatrix sprak zich hier eerder over uit.
Welkom in de vrije wereld. Wij zijn onze eigen redders en de creators van ons aardse leven en bestaan. Ga AUB eigen en nieuwe keuzes maken en maak een nieuwe start in het heden. Doe alleen nog datgene wat mens, dier en plant werkelijk ten goede komt. Meer info: https://www.freelifeworld.info/
Waardeer je wat wij doen en publiceren?
Klik hier om een donatie of schenking te doen.
Dank je wel voor de ondersteuning.
_______________
- Advertentie -
Aquapeak waterfilters voor keuken, survival, camper, caravan of boot
Klik hier voor meer info- Einde advertentie -
1 november 2026
Betreft: De feitelijke afwezigheid van effectieve rechtsbescherming, het uitblijven van
verantwoordelijkheid en de hypocrisie van politieke, bestuurlijke, juridische en
maatschappelijke tegenmacht
Geachte dames en heren,
Hoe kan het dat wij kennelijk eerst moeten overlijden voordat iemand werkelijk ingrijpt?Wij stellen deze vraag niet uit retorische overwegingen, maar omdat wij al jarenlang worden
geconfronteerd met een ernstige en aanhoudende veiligheidssituatie die wij uitvoerig hebben
gedocumenteerd en waarvan een groot aantal instanties, functionarissen,
volksvertegenwoordigers, academici en journalisten op de hoogte is gebracht. En wat is de
uitkomst? Wij zitten er nog steeds middenin. Sinds 18 januari 2024 geldt een stookverbod en
sinds 23 maart 2025 ontbreekt het warm water. Daaraan ging ernstige
koolmonoxideproblematiek vooraf. Er zijn technische stukken, procedures, aangiften,
noodmeldingen, verzoeken om handhaving, correspondentie en vastgelegde reacties en non-
respons. De bestuurlijke en juridische werkelijkheid is inmiddels uitgegroeid tot een
omvangrijk feitencomplex waarin niet alleen de oorspronkelijke veiligheidsproblematiek
centraal staat, maar ook het functioneren van de overheid, het toezicht, de opsporing, de
rechtspraak, de rechtsbijstand en de democratische controle. Wij hebben niet te maken met
een gebrek aan meldingen, maar met het uitblijven van daadwerkelijke bescherming ondanks
al die meldingen. Dat is de werkelijkheid van waaruit wij deze aanklacht schrijven.
Met toenemende verbijstering kijken wij naar de manier waarop in Nederland kennelijk wordt
bepaald welk menselijk leed maatschappelijke verontwaardiging oproept en welk leed
grotendeels onopgemerkt blijft. Moet het om asielzoekers gaan? Moet het om zwarte mensen
gaan? Moet het om kinderen gaan? Moet het om een tweejarig kind gaan dat slachtoffer is
geworden van gruwelijk seksueel geweld, zelfs met glasscherven aan haar geslachtsdelen?
Moet er sprake zijn van verhalen over satanisch ritueel misbruik voordat iedereen zich
plotseling verantwoordelijk voelt? Moet het eerst een toeslagenaffaire worden, een ramp
zoals de Q-koorts, of een jarenlang nationaal schandaal zoals de gaswinning in Groningen?
Moet het leed eerst dermate uitzonderlijk, politiek bruikbaar, maatschappelijk zichtbaar of
journalistiek aantrekkelijk zijn dat iemand er publieke erkenning, invloed of een volgende
carrièrestap aan kan ontlenen? Wij noemen deze voorbeelden niet omdat wij enig ander
slachtoffer bescherming misgunnen. Integendeel, ieder mens heeft recht op dezelfde
bescherming, ongeacht afkomst, huidskleur, leeftijd, nationaliteit of de aard van het
aangedane leed. Onze aanklacht is juist dat bescherming nooit afhankelijk mag zijn van
selectieve publieke aandacht. Wij hoeven geen asielzoekers te zijn, niet zwart te zijn en ook
geen kinderen die slachtoffer zijn geworden van onvoorstelbaar geweld. Wij hoeven niet eerst
de gezichten van een landelijke affaire te worden om aanspraak te mogen maken op rechten
die ons als burgers al toekomen. Wij zijn burgers van de Nederlandse rechtsstaat, met rechten
die bestaan voordat er televisiecamera's verschijnen, voordat politici zich met ons leed
kunnen profileren en voordat journalisten besluiten dat ons verhaal de moeite van het
publiceren waard is. Waarom is dat kennelijk niet voldoende? Waarom moeten burgers eerst
door de institutionele molen worden vermalen voordat anderen achteraf gaan uitleggen dat
het nooit zo ver had mogen komen?
Wij horen parlementariërs die andere parlementariërs openlijk uitmaken voor nep. Wij horen
hen spreken over een nepparlement, een falende uitvoerende macht, onbetrouwbare
rechters, schijnrechtspraak en een democratie waarin de werkelijke macht elders zou liggen.
Zij presenteren zichzelf als degenen die het allemaal doorzien, als de ware oppositie en als de
beschermers van gewone burgers tegenover de gevestigde macht. Maar deze
volksvertegenwoordigers maken zelf deel uit van het parlement dat zij zo luid veroordelen.
Wanneer wij vervolgens kijken wat zij daadwerkelijk hebben gedaan met de ernstige signalen
die vanuit ons feitencomplex onder hun aandacht zijn gebracht, zien wij geen aantoonbare
interventie die ons daadwerkelijk heeft beschermd. Wie anderen uitmaakt voor
nepparlementariërs, maar zelf geen waarneembare betekenis heeft wanneer burgers
bescherming nodig hebben, kan zich niet aan precies dezelfde kritiek onttrekken. Het gaat ons
niet om hun woorden, maar om hun daden. Wij hoeven niet opnieuw te horen dat de regering
corrupt zou zijn, dat de rechtspraak niet functioneert of dat het parlement zichzelf buitenspel
heeft gezet. Wat wij willen weten, is wat de parlementariërs die dit allemaal verkondigen zelf
hebben gedaan toen zij werden geconfronteerd met concrete feiten, voortdurende
noodsignalen en burgers die ondanks jarenlange procedures nog steeds niet effectief worden
beschermd. Wanneer ook zij niets aantoonbaars ondernemen, wat onderscheidt hun
optreden dan nog van de mensen en instituties die zij voortdurend aanklagen?
Zelfs wanneer parlementariërs worden verhoord, strafrechtelijk worden vervolgd of voor een
rechter verschijnen, vragen wij ons inmiddels af hoeveel daarvan daadwerkelijk bijdraagt aan
democratische controle en rechtsstatelijke verantwoordelijkheid. Wij betwijfelen in
toenemende mate de geloofwaardigheid van het politieke en juridische toneel dat ons wordt
voorgeschoteld. Dat betekent niet dat wij zonder bewijs kunnen vaststellen dat dergelijke
procedures in scène zijn gezet. Het betekent wel dat ons vertrouwen niet langer kan worden
hersteld met alleen de uiterlijke aanwezigheid van parlementaire debatten, verhoren en
rechtszittingen. Niet het decor van de rechtsstaat, maar de daadwerkelijke werking ervan
behoort beslissend te zijn. Aan de andere kant van het politieke spectrum wordt ondertussen
voortdurend gesproken over solidariteit, mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en
bescherming van kwetsbare burgers. Ook daar zijn politici die grote bekendheid hebben
gekregen door hun optreden bij de toeslagenaffaire. Pieter Omtzigt en Renske Leijten zijn
daarvan bekende voorbeelden. Zij hebben belangrijk werk verricht bij het zichtbaar maken van
dat onrecht, maar beiden hebben inmiddels de landelijke politiek verlaten. Wij ontkennen hun
eerdere werkzaamheden niet. Wij stellen wel de vraag hoeveel betekenis hun publieke
reputatie heeft voor slachtoffers van nieuw en aanhoudend onrecht wanneer daaruit geen
actuele bescherming voortvloeit. De bescherming van burgers mag geen politiek project zijn dat eindigt zodra de publieke belangstelling, het politieke momentum of de persoonlijke
loopbaan verandert.
Wij vragen ons af of bepaalde slachtoffers vooral aandacht krijgen wanneer hun verhaal
aansluit bij de politieke profilering van degenen die zich voor hen opwerpen. Die vraag stellen
wij niet alleen aan links, maar aan het gehele politieke spectrum. Want wanneer een
parlementariër zichzelf presenteert als verdediger van burgers, geldt die verantwoordelijkheid
niet uitsluitend voor de burgers die in zijn politieke verhaal passen. Die verantwoordelijkheid
geldt ook voor burgers die geen aansprekend publiciteitsdossier vormen, die lastige vragen
stellen en die de overheid, de rechtspraak én de oppositie tegelijkertijd kritisch ondervragen.
Ook voor burgers die niet bereid zijn afhankelijk te worden van de persoonlijke welwillendheid
van een politicus. Daarbij willen wij ook onze eigen positie niet buiten beschouwing laten.
Thom van Campen, de neef van H.R.E. Jansen, is voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-
Generaal. Hij is herhaaldelijk meegenomen in onze schriftelijke informatievoorziening en
correspondentie. De verzending van die informatie kan aan de hand van onze correspondentie
worden vastgesteld. Of hij de toegezonden stukken persoonlijk heeft gelezen en inhoudelijk
heeft beoordeeld, kunnen wij daarmee niet zonder meer aantonen. Wat wij wel constateren,
is dat wij geen inhoudelijke reactie of concrete interventie van hem hebben gezien die onze
feitelijke situatie heeft veranderd. Wij noemen deze familieband niet omdat wij aanspraak
zouden maken op een bijzondere behandeling, maar juist omdat zij voor ons de tegenstelling
tussen nabijheid tot de politieke macht en daadwerkelijke bescherming bijzonder zichtbaar
maakt.
Daarnaast is vanuit onze kring sprake van lidmaatschap van politieke partijen die
vertegenwoordigd zijn in de gemeenteraad en de landelijke volksvertegenwoordiging. Ook
vanuit die politieke vertegenwoordiging hebben wij niet kunnen vaststellen dat daadwerkelijk
is ingegrepen op een manier die onze situatie heeft beëindigd. En dan zouden wij zelf opnieuw
moeten vragen of iemand misschien iets voor ons wil doen? Moeten wij
volksvertegenwoordigers persoonlijk gaan bewegen om onze veiligheid serieus te nemen?
Moeten wij ons afhankelijk maken van partijpolitieke belangen, interne verhoudingen,
persoonlijke gunsten of de bereidheid van een politicus om zich ons dossier aan te trekken?
Wij weigeren dat onze rechtspositie afhankelijk wordt gemaakt van politieke bemiddeling die
wij persoonlijk moeten proberen te verkrijgen. Dat is precies de kwetsbaarheid die een
rechtsstaat behoort te voorkomen. Wij hebben bewust niet gekozen voor de route waarbij wij
onze politieke contacten persoonlijk om hulp moeten smeken. Wij willen niet in een
afhankelijkheidspositie worden gebracht waarin onze wettelijke bescherming vervolgens kan
worden voorgesteld als een gunst van iemand met invloed. Een volksvertegenwoordiging
behoort de uitvoerende macht te controleren. De overheid behoort wettelijke verplichtingen
na te leven. De rechtspraak behoort effectieve rechtsbescherming te bieden. Dat is geen
gunst. Dat is de kern van hun functie.
Ook de academische wereld kan zich naar onze overtuiging niet aan deze fundamentele
vragen onttrekken. Henk Kummeling, voormalig voorzitter van de Staatscommissie
rechtsstaat, is ten minste sinds december 2025 in onze informatievoorziening en ons
feitencomplex betrokken. Op 17 september 2026 hebben wij hem, samen met twee andere
academici, uitdrukkelijk schriftelijk aangesproken op de noodzaak tot handelen. Voor zover
ons bekend heeft die concrete kennisgeving van 17 september 2026 niet geleid tot een inhoudelijke schriftelijke reactie of aantoonbare interventie. Wij vinden dat onthutsend, juist
omdat de Staatscommissie rechtsstaat, die haar adviesrapport in 2024 heeft uitgebracht, zich
uitgebreid heeft beziggehouden met het tekortschieten van de rechtsbescherming en het
vertrouwen van burgers in de overheid. Ook Marc Hertogh, Bert Marseille en andere
onderzoekers hebben betekenisvol werk verricht over het functioneren van het bestuursrecht
en de verhouding tussen overheid en burger. Wij beweren niet dat ieder van hen persoonlijk
ons dossier heeft ontvangen of een wettelijke verplichting heeft om in onze individuele zaak
op te treden. Maar de centrale tegenstelling blijft bestaan. Wat is de maatschappelijke
betekenis van een bibliotheek vol wetenschappelijke analyses over falende rechtsbescherming
wanneer de daadwerkelijke bescherming van burgers onder vergelijkbare omstandigheden
nog steeds uitblijft? Een rapport kan wetenschappelijk deugdelijk zijn, belangrijke
mechanismen blootleggen en aantonen waar wetgever, uitvoering en rechtspraak
tekortschieten. Maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. Wanneer de mensen en
instituties die dergelijke rapporten produceren zich beperken tot het beschrijven van reeds
opgetreden onrecht, blijft de vraag wie verantwoordelijkheid neemt wanneer diezelfde
mechanismen zich opnieuw voordoen. Wij ervaren een rechtsstaat die buitengewoon veel
kennis over haar eigen tekortkomingen heeft verzameld, maar waarin die kennis voor ons niet
tot daadwerkelijke bescherming heeft geleid.
Diezelfde pijnlijke tegenstelling ervaren wij bij de advocatuur en de publieke bekendheid van
degenen die eerder een belangrijke rol hebben gespeeld bij de bescherming van slachtoffers
van overheidshandelen. Eva González Pérez heeft een grote rol gespeeld bij de
rechtsbescherming van toeslagenouders. Zij heeft vroeg in ons traject laten weten niet langer
in onze informatievoorziening te willen worden opgenomen. Wij hebben dat gerespecteerd.
Daarnaast zijn bij de toeslagenaffaire advocaten als Suzanne Arakelyan, Khadija Bozia, Merijn
van Leeuwen, Narda Teke-Bozkurt, Nursel Köse-Albayrak en Gerd van Atten naar voren
gekomen vanwege hun werk voor gedupeerden. Zij hebben uiteenlopende juridische
werkzaamheden verricht en dat erkennen wij. Maar hun historische betrokkenheid vormt voor
ons geen bewijs dat zij beschikbaar zijn voor ons feitencomplex, dat zij bereid zijn de daarin
opgeworpen vragen te behandelen of dat zij onafhankelijk van alle relevante belangen kunnen
opereren. Hetzelfde geldt voor personen die bekend zijn geworden door onderzoeken naar
rechterlijk falen, waaronder Bart Jan van Ettekoven, J.J. Catsburg en degenen die betrokken
waren bij rechterlijke reflectierapporten. Wij kunnen hun eerdere onderzoek niet verwarren
met daadwerkelijke bescherming in onze eigen zaak. Tegelijkertijd moeten wij constateren dat
onze eigen toegang tot rechtsbijstand ernstige problemen heeft ondervonden. Wij hebben
ervaren hoe de beëindiging van onze private rechtsbijstand de mogelijkheden om onze
rechtspositie effectief te verdedigen verder heeft bemoeilijkt. Juist daarom treft ons de
publieke tegenstelling zo hard. Nederland beschikt over advocaten, toezichthouders op de
advocatuur, rechtsbijstandvoorzieningen, tuchtrecht, rechtbanken en gerechtshoven. Maar
wat blijft er voor burgers werkelijk over wanneer die schakels hun niet de bescherming bieden
die zij nodig hebben? Het bestaan van rechtsbijstand is geen bewijs dat rechtsbijstand
daadwerkelijk toegankelijk is. Het bestaan van een rechter is geen bewijs dat effectieve
rechtsbescherming daadwerkelijk wordt verkregen.
Onze kritiek richt zich nadrukkelijk ook op de media en op de wijze waarop journalistieke
onafhankelijkheid publiekelijk wordt gepresenteerd. Pieter Klein en Jan Kleinnijenhuis hebben
belangrijk werk verricht bij het blootleggen van de toeslagenaffaire. Jan-Hein Strop, Bas van Beek, David Davidson, Eric Smit en andere onderzoeksjournalisten hebben gepubliceerd over
overheidshandelen, bestuurlijke misstanden en de bescherming van burgers. Maar ook hier
zien wij een levensgroot verschil tussen de publieke reputatie van onafhankelijke
onderzoeksjournalistiek en onze concrete ervaringen. David Davidson van Follow the Money
heeft aangegeven geen verdere informatie over ons feitencomplex te willen ontvangen. Op 1
november 2026 hebben wij Jan-Hein Strop benaderd met vragen over betrouwbaarheid en
onafhankelijkheid. Onze ervaringen met een journalistieke functionaris bij De Gelderlander
hebben bovendien geleid tot ernstige bezwaren en een vermoeden van ongeoorloofde
beïnvloeding of afstemming met gemeentelijke belangen. Dat vermoeden is voor ons ernstig,
maar wij onderscheiden het nadrukkelijk van een reeds bewezen afspraak. Ons fundamentele
bezwaar is dat journalisten zichzelf kunnen presenteren als onafhankelijke controleurs van de
macht, terwijl hun daadwerkelijke onafhankelijkheid mede kan worden beïnvloed door
toegang tot bronnen, politieke relaties, carrièrebelangen, financiering, netwerkvorming en de
bescherming van de eigen positie.
Een journalist hoeft niet letterlijk geld te ontvangen om zijn onafhankelijkheid te verliezen.
Afhankelijkheid kan ook ontstaan wanneer toegang, erkenning, reputatie of professionele
relaties belangrijker worden dan de bereidheid om de macht kritisch te onderzoeken. Wij zien
hetzelfde fundamentele risico bij academici, bestuurders, advocaten en andere
functionarissen die hun maatschappelijke positie mede ontlenen aan bestaande institutionele
verhoudingen. Wij beschuldigen niet iedere genoemde persoon van omkoping of bewuste
medeplichtigheid. Wij klagen aan dat publieke onafhankelijkheid veel te gemakkelijk als
vanzelfsprekend wordt gepresenteerd, terwijl die onafhankelijkheid juist onder druk van
macht en belangen bewezen moet worden. Onze ervaringen hebben inmiddels ook geleid tot
uiterst ernstige vragen over de feitelijke machtsverhoudingen binnen Nederland. Wij ervaren
dat de invloed van Justitie en Veiligheid, de opsporingsketen en mogelijk de
veiligheidsdiensten veel verder lijkt te reiken dan de formele voorstelling van een
democratische rechtsstaat waarin de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht elkaar
controleren. Wij vragen ons af of de feitelijke onderlinge afhankelijkheden tussen deze
instituties veel groter zijn dan publiekelijk wordt erkend. Ook vragen wij ons af of politieke,
bestuurlijke en institutionele ontwikkelingen soms worden gestuurd door belangen of
beïnvloeding die voor gewone burgers niet zichtbaar zijn. Ook over mogelijke invloed van de
AIVD hebben wij ernstige vragen. Wij kunnen niet als vastgesteld feit aantonen dat de AIVD
politieke aandacht voor slachtoffers regisseert of bepaalt welke dossiers wel of geen
bescherming krijgen. Maar wij weigeren onze zorgen over de werkelijke machtsverhoudingen
te laten vervangen door de geruststellende mededeling dat alle instituties op papier
onafhankelijk zijn. Formele onafhankelijkheid en feitelijke onafhankelijkheid zijn niet
hetzelfde.
Wanneer de overheid zichzelf controleert, wanneer toezichthouders afhankelijk zijn van
bestuurlijke verhoudingen, wanneer de rechtspraak geen effectieve correctie oplevert en
wanneer de politiek geen aantoonbare tegenmacht vormt, ontstaat voor ons het beeld van
een stelsel dat zijn eigen functioneren en belangen beter beschermt dan de burgers die
daarop zijn aangewezen. Dat is de ernstige politieke en rechtsstatelijke aanklacht die wij
formuleren. En die richt zich evenzeer op degenen die zich als tegenstanders van dit stelsel
presenteren, maar in de praktijk zelf deel uitmaken van de macht en geen zichtbaar verschil
maken wanneer dat nodig is. Wij noemen in dit verband opnieuw de toeslagenaffaire, de Q-
koorts en het Groningen-gasveld. Niet om slachtoffers tegen elkaar af te zetten, maar omdat
al deze kwesties ernstige vragen hebben opgeroepen over kennis van risico's, het reageren op
waarschuwingen, bestuurlijke verantwoordelijkheid en bescherming van burgers. De ernst van
die geschiedenissen zou ertoe moeten leiden dat nieuwe waarschuwingen tijdig en serieus
worden behandeld. Maar wij ervaren in ons eigen dossier opnieuw het tegenovergestelde. Wij
zien processen, procedures, correspondentie en institutionele verwijzingen voortduren zonder
dat onze oorspronkelijke problemen daadwerkelijk worden beëindigd.
Juist daarom weigeren wij om nog langer onder de indruk te zijn van de reputaties van
parlementaire onderzoekers, rechtsstatelijke commissies, toezichthouders, bewindspersonen
of journalisten wanneer daar voor ons geen daadwerkelijke bescherming tegenover staat.
Chris van Dam, Salima Belhaj, Michiel van Nispen, Senna Maatoug en andere betrokkenen
hebben in verschillende functies een rol gespeeld bij het onderzoek naar of de politieke
behandeling van overheidsschandalen. Reinier van Zutphen heeft als Nationale ombudsman
een functie in de bescherming van burgers tegenover overheidsinstanties. Ook andere
toezichthoudende en adviserende organisaties hebben ieder hun eigen formele
verantwoordelijkheid. Wij schrijven deze personen niet zonder meer persoonlijk handelen of
nalaten toe waarvoor wij geen bewijs hebben. Maar hun functies en publieke werkzaamheden
maken onze centrale vraag des te dringender. Hoe kan een land zoveel kennis, zoveel
instituties en zoveel publieke erkenning van ernstig overheidsfalen hebben voortgebracht,
terwijl burgers nog altijd jarenlang zonder effectieve bescherming kunnen blijven? Dat is de
tegenstelling die wij niet langer met beleefdheden, doorverwijzingen of nieuwe
onderzoeksvoorstellen willen laten bedekken.
Wij klagen een politieke en institutionele cultuur aan waarin het benoemen van onrecht
maatschappelijk aanzien kan opleveren, terwijl het daadwerkelijk beëindigen van onrecht bij
concrete burgers uitblijft. Een cultuur waarin publieke solidariteit wordt uitgesproken, maar
daadwerkelijke bescherming niet vanzelfsprekend beschikbaar blijkt. Wij klagen de politici aan
die anderen voor nep uitmaken, maar zelf geen aantoonbare tegenmacht laten zien wanneer
zij met ernstige feiten worden geconfronteerd. Wij klagen de selectiviteit aan waarmee
bepaalde groepen en bepaalde vormen van leed publieke aandacht ontvangen, terwijl de
bescherming waarop iedere burger recht heeft nooit afhankelijk mag worden gemaakt van
afkomst, identiteit, mediabelangstelling of politieke bruikbaarheid. Wij klagen de
rechtsstatelijke zelfgenoegzaamheid aan waarmee rapporten, commissies en publieke
erkenning soms worden gepresenteerd als vooruitgang, terwijl de daadwerkelijke
bescherming voor ons niet is gerealiseerd. Wij klagen het voortdurende verschuiven van
verantwoordelijkheid aan, waarbij iedere instantie afzonderlijk haar eigen positie kan
verdedigen, terwijl de gezamenlijke uitkomst voor de getroffen burgers ongewijzigd blijft. En
wij klagen het feit aan dat het uitblijven van effectieve bescherming zo langdurig kan
voortduren zonder dat degenen die daarvan kennis hebben genomen zichtbaar rekenschap
afleggen van hun eigen rol.
Wij zijn geen journalistiek onderwerp dat eerst aantrekkelijk genoeg moet worden. Wij zijn
geen politieke kans. Wij zijn geen onderzoeksproject voor een volgende commissie. Wij zijn
geen slachtoffers die eerst aan een maatschappelijk gewenst profiel moeten voldoen. Wij zijn
burgers van de Nederlandse rechtsstaat. Wij hebben dezelfde rechten als ieder ander. En wij
hadden niet jarenlang geconfronteerd mogen blijven met een ernstige en gedocumenteerde
veiligheidssituatie zonder dat daaruit effectieve bescherming is voortgekomen. Wij zullen niet
accepteren dat deze aanklacht wordt teruggebracht tot onze boosheid, onze woordkeuze,
onze persoonlijke omstandigheden of de vraag of wij nog ergens een klacht kunnen indienen.
Onze boosheid is niet de oorzaak van deze situatie. Zij is het gevolg van jarenlang uitblijvende
bescherming.
Laat niemand achteraf verklaren dat niemand wist hoe ernstig de situatie was. Daarvoor is te
veel schriftelijk gemeld, zijn te veel stukken verzonden, te veel procedures gevoerd en te veel
instanties en vertegenwoordigers geïnformeerd. Dat betekent niet dat iedere ontvanger
persoonlijk over dezelfde bevoegdheden beschikte. Het betekent wel dat het bestaan van al
deze afzonderlijke verantwoordelijkheden geen antwoord vormt op het feit dat wij nog steeds
met de gevolgen leven. Wat wij zien, is geen gebrek aan instituties. Wij zien een gebrek aan
daadwerkelijk bereikte bescherming. En waar politici, bestuurders, advocaten, rechters,
onderzoekers en journalisten hun gezag ontlenen aan het verdedigen van de rechtsstaat,
mogen zij daarop ook worden aangesproken. Niet uitsluitend bij de volgende parlementaire
enquête, niet nadat er onherstelbare schade is ontstaan en niet wanneer publieke
verontwaardiging veilig en maatschappelijk lonend is geworden, maar juist op het moment
waarop mensen nog leven, het gevaar nog kan worden weggenomen en daadwerkelijke
bescherming nog betekenis heeft.
Wij verlangen geen voorkeursbehandeling. Wij weigeren politieke gunsten, persoonlijke
afhankelijkheid en publieke heldenverering als vervanging voor daadwerkelijke
rechtsbescherming te accepteren. Wij maken aanspraak op rechten die ons reeds toekomen.
Die rechten zijn geen gunst, geen onderhandelingsmateriaal en geen kwestie van politieke
bereidwilligheid. Want uiteindelijk is dat waar deze hele aanklacht over gaat. Niet over het
aantal instanties dat wij hebben aangeschreven, het aantal rapporten dat is verschenen of het
aantal personen dat publiekelijk zegt de rechtsstaat te verdedigen. Het gaat erom dat wij,
ondanks alles wat is gemeld, vastgelegd en onder de aandacht is gebracht, nog altijd niet de
daadwerkelijke bescherming hebben gekregen waarop wij aanspraak maken.
Een rechtsstaat bewijst zijn waarde niet met wat hij over zichzelf verklaart, maar met wat hij daadwerkelijk doet wanneer de veiligheid, het leven en de rechten van zijn burgers in het geding zijn.
En precies daar ligt onze aanklacht.
Hoogachtend,
H.R.E. Jansen
K. Gores
- Advertentie -
- Einde advertentie -
Wanneer ons Collectieve Bewustzijn inzicht krijgt in ons aardse leven en ons aardse bestaan en het Christus Bewustzijn (Licht/Waarheid) aanneemt komt er vanzelf Liefde, Harmonie, Vrede en Overvloed in onze wereld, want alles Is er Al.
De Engel met de mobiele telefoon op de Sint-Jan heeft reeds contact opgenomen met God de Vader.
Met het sluiten van de Gemeentehuizen in Meierijstad te Veghel met als bestuurscentrum het oude gemeentehuis van Sint-Oedenrode en het sluiten van het gemeentehuis van Vijfheerenlanden te Vianen zijn aan alle door Donald Trump gestelde voorwaarden voldaan.
De Engel met de mobiele telefoon op de Sint-Jan heeft daarover al contact opgenomen met God de Vader.
Welke zakelijke connectie hebben advocaat Yehudi Moszkowicz en Micha Kat met elkaar?
Wie is het character van Trump?