Hier staat alle rottigheid in waar we in zitten! Kleine tip; vervang God door Moloch de duivel.
Laten
we elk gepraat vermijden, maar iedere gedachte afzonderlijk onderzoeken
en den toestand door vergelijkingen en gevolgtrekkingen onder de loupe
nemen. Ik zal ons systeem zoowel volgens ons gezichtspunt uiteenzetten
als volgens dat der niet-Joodsche opvatting.
Het staat
vast, dat de menschen met slechte instincten veel grooter in aantal zijn
dan die met goede. Daarom bereikt men betere resultaten, als men de
menschen met geweld en bangmakerij regeert dan met geleerde
uiteenzettingen.
Ieder mensch streeft naar de
heerschappij; iedereen zou graag dictator worden, als hij er de kans toe
zag en slechts weinigen zijn bereid hun eigen belang aan het
gemeenschappelijk welzijn op te offeren.
Wie heeft de
roofdieren, die men menschen noemt, in toom gehouden? Wie heeft hen
totnog toe geleid? Tot aan het begin van de sociale orde hebben zij zich
onderworpen aan het ruwe en blinde geweld; later aan de wet, die niets
anders is dan dat zelfde geweld, alleen in anderen vorm. Ik trek hieruit
de conclusie, dat volgens de natuurwet het recht in het geweldligt.
De
politieke vrijheid is geen feit, alleen maar een idee. Men moet deze
idee kunnenverwerkelijken, zoodra men de volksmassa's door het lokaas
van een denkbeeld op zijn handmoet brengen, indien zij de bedoeling
hebben om de heerschende partij omver te werpen. Dit vraagstuk is
gemakkelijk op te lossen, als de tegenpartij haar macht put uit de
vrijheidsidee — het zoogenaamde liberalisme — en ter wille van deze idee
iets van haar macht prijsgeeft. Op dat oogenblik zal onze leer
triomfeeren: zoodra de teugels van het bewind zijn los geraakt, worden
ze krachtens de natuurwet direct door andere handen gegrepen, omdat het
blinde geweld van de massa geen dag zonder leider kan zijn; de nieuwe
macht treedt eenvoudig in de plaats van de vroegere macht, die door het
liberalisme v a n zijn kracht werd beroofd. In onzen tijd is de macht
van het goud in de plaats gekomen van de heerschappij der liberale
regeeringen. Er was echter een tijd, dat men aan God geloofde.
De
vrijheidsidee is niet te verwerkelijken, want niemand is in staat om er
het juiste gebruik van te maken. Men behoeft het volk slechts korten
tijd zichzelf te laten regeeren en het zelfbestuur verandert al heel
gauw in teugelloosheid. Vanaf dit oogenblik ontstaan er twisten, die
spoedig tot sociale oorlogen leiden; de staten gaan in vlammen op en hun
heele grootheid valt tot asch ineen.
Of een staat zich
nu al uitput onder de werking van zijn eigen schokken of dat zijn
binnenlandsche twisten hem aan vreemde vijanden overleveren, in ieder
geval kan hij als reddeloos verloren worden beschouwd: hij is in onze
macht. De heerschappij van het kapitaal, dat geheel in onze handen is,
komt hem dan voor als een reddingsanker, waaraan hij zich goedschiks of
kwaadschiks moet vastklampen, wil hij niet ten onder gaan.
Wanneer
iemand volgens liberaal standpunt zulke overwegingen voor immoreel zou
houden, dan vraag ik hem: Als iedere staat twee vijanden heeft, één in
zijn eigen boezem en één vreemden, en wanneer het hem veroorloofd is om
zonder eenige moreele consideratie tegen een vreemden vijand alle
strijdmiddelen aan te wenden, b.v. door hem zijn aanvals- en
verdedigingsplannen niet bekend te maken of hem 's nachts of met
overmachtige strijdkrachten aan te pakken, waarom — vraag ik — zouden
zulke middelen tegenover den veel gevaarlijker vijand, die de sociale
orde en den welstand verstoort, immoreel zijn?
Kan iemand
met gezond verstand hopen om de volksmassa's met succes te leiden door
vermaning of overreding, wanneer aan het volk, dat slechts oppervlakkig
denkt, de vrijheid tot tegenspraak is gegeven, die — ofschoon zij
zinloos is — het volk verleidelijk voorkomt?
Deze
menschen laten zich uitsluitend leiden door hun bekrompen verlangens,
hun bijgeloovige beschouwingen, hun gebruiken en overleveringen en hun
intuïtieve principes; zij zijn de speelbal van de strijdende partijen,
die zich zelfs tegen de verstandigste overeenkomst verzetten.
Iedere
beslissing van de massa hangt van toevalligheden af; ze heeft geen
flauw begrip van de geheime kunst der politiek, neemt daardoor heel
dwaze beslissingen en legt zoodoende de kiem van de anarchie in de
regeering.
Politiek heeft met moraal niets gemeen. Een
heerscher, die zich door de moraal laat leiden, handelt niet politiek en
zijn gezag berust op zwakke grondslagen. Wie heerschen wil, moet
gebruik maken van list en huichelarij. Hoogstaande eigenschappen van een
volk, zooals oprechtheid en rechtschapenheid, zijn in de politiek
alleen maar zonde, want zij stooten de koningen gemakkelijker van hun
troon dan zelfs de machtigste vijand. Zulke eigenschappen mogen dan al
de kenmerken van de niet-Joodsche staten zijn, wij echter mogen ze in
geen geval tot richtsnoer nemen.
Ons recht ligt in het
geweld. Het woord recht is een leeg, ondefinieerbaar begrip. Het zegt
alleen maar: Geef mij, wat ik wil, opdat ik daardoor kan bewijzen, dat
ik de sterkere ben.
Waar begint het recht, waar eindigt
het? In een staat, waar de macht slecht georganiseerd is, waar de wetten
en de regeering ten gevolge van de tallooze rechten, die het
liberalisme in het leven heeft geroepen, onmachtig zijn geworden, vind
ik een nieuw recht: namelijk door mij volgens het recht van den sterkere
op de heele bestaande rechtsorde te storten en ze omver te werpen, de
hand op de wetten te leggen, alle instellingen om te vormen en de baas
te worden over hen, die aan ons hun rechten — die zij zich door geweld
hadden verschaft — hebben overgedragen en van hun macht vrijwillig — uit
liberalisme — afstand hebben gedaan.
Terwijl
tegenwoordig alle machten wankelen, zal onze macht sterker zijn dan
elke andere, omdat zij zoolang onzichtbaar zal blijven, totdat zij door
geen enkele list meer kan worden ondermijnd.
Uit het
voorbijgaande kwaad, dat wij nu moeten stichten, zal het goede te
voorschijn komen van een onwankelbare regeering, die den regelmatigen
loop van het nationale leven, welks raderwerk door het liberalisme werd
verstoord, zal herstellen. Het doel heiligt de middelen. Laten wij bij
onze plannen minder aandacht besteden aan het goede en het zedelijk
hoogstaande dan aan het noodzakelijke en het nuttige.
Voor
ons ligt een plan, waarop — zooals bij een krijgsplan — de weg is
aangegeven, dien wij niet mogen verlaten zonder gevaar te loopen het
werk van eeuwen in de war te sturen.
Om tot ons doel te
geraken, moeten wij de gemeenheid, de veranderlijkheid en de
wankelmoedigheid van de massa begrijpen en haar onbekwaamheid om de
voorwaarden van haar eigen bestaan en haar eigen welvaart in te zien en
te waardeeren. Men moet inzien, dat het volk niet oordeelen kan en dan
weer naar rechts, dan weer naar links luistert. Een blinde kan een
blinde niet leiden zonder hem in den afgrond te storten. Daarom kunnen
de uit het volk omhooggeklommen afstammelingen van het gepeupel, al zijn
ze ook nog zoo begaafd, door hun gebrek aan inzicht en gevoel voor de
hooge politiek, de menigte niet leiden zonder de heele natie in het
verderf te storten.
Alleen een persoonlijkheid, die van
jongsaf voor de alleenheerschappij is opgevoed, kan de woorden
begrijpen, die uit het politieke alfabet worden gevormd.
Een
volk, dat aan zichzelf, dat wil zeggen aan de parvenu's uit zijn
midden, is overgelaten, stort zich door de twist van naar de macht
hongerende partijen en de daaruit voortkomende wanorde in het verderf.
Is het de massa mogelijk om rustig en zonder kleingeestige jaloezie te
oordeelen of de landszaken te behartigen, die met persoonlijke belangen
niet verward moeten worden? Kan zij zich weren tegenover vreemde
vijanden? Dat is onmogelijk. Een plan, dat in evenzooveel stukken wordt
gescheurd als de massa koppen telt, verliest zijn uniformiteit; het
wordt onbegrijpelijk en onuitvoerbaar.
Alleen een
onafhankelijk heerscher kan zijn breed opgezette plannen volvoeren en
invloed uitoefenen op het raderwerk van de staatsmachine. Daaruit volgt,
dat de regeering van een land, wil zij nuttig en succesvol zijn, alleen
in de handen van één enkelen verantwoordelijken man mag berusten.
Zonder absoluut despotisme is er geen beschaving; zij is niet het werk
van de massa, maar alleen van haar leider, wie deze ook mag zijn.
De
massa is barbaarsch en zij bewijst dit bij iedere gelegenheid. Zoodra
de massa de vrijheid tot zich trekt, verandert deze al heel gauw in
anarchie, die de hoogste trap van het barbarendom is.
Zie
deze door den alcohol versufte en door het wijngenot stompzinnig
geworden dieren, die het recht om onbeperkt te zuipen gelijktijdig met
de vrijheid verworven hebben. Wij mogen niet dulden, dat de onzen tot
dezen lagen trap afdalen.
De niet-Joodsche volkeren zijn
door den alcohol versuft; versuft is hun jeugd door de studie van de
klassieken en door vroegtijdige uitspattingen .waartoe ze door onze
handlangers in de rijke huizen, zooals b.v. huisonderwijzers,
dienstboden, opvoedsters, door onze handelsbedienden en door onze
vrouwen in de oorden van vermaak van de niet-Joden, worden verleid. T o t
de laatsten reken ik ook de dames van gezelschap, die de liederlijkheid
en de luxe van die vrouwen vrijwillig nabootsen.
Ons
parool is: geweld en arglist. Uitsluitend het geweld zegeviert in de
politiek, in het bijzonder dan, als zij verborgen is in het voor een
staatsman onontbeerlijk talent. Geweld moet de basis zijn, list en
huichelarij regel voor de regeeringen, die niet geneigd zijn hun kroon
aan de vertegenwoordigers van de een of andere nieuwe macht te
verliezen.
Dit euvel is het eenige middel om tot het
doel, tot het goede te geraken. Daarom mogen wij ons niet laten afhouden
van omkooping, bedrog en verraad, zoodra dit voor ons doel dienstig kan
zijn. In de politiek moet men eens anders eigendom zonder dralen
afnemen, als men door dit middel onderwerping en macht kan bereiken.
Onze staat, die den weg van de vreedzame verovering volgt, zal
bewerkstelligen, dat de verschrikkingen van den oorlog worden vervangen
door de minder opvallende, maar veel meer afdoende terechtstellingen,
die voor de instandhouding van de terreur, als middel om tot het doel
van de blinde gehoorzaamheid te geraken, noodzakelijk zijn.
Rechtvaardige, maar onbuigzame gestrengheid is het belangrijkste
machtsmiddel van een staat.
Niet alleen ter wille van ons
eigen voordeel, maar ter wille van onzen plicht om de overwinning weg
te dragen, moeten wij aan het principe van geweld en arglist vasthouden.
Deze op berekening berustende leerstelling is net zoo krachtig als de
middelen waarvan zij zich bedient. Niet alleen door deze middelen, maar
ook door de niets ontziende gestrengheid van onze leer zullen wij
zegevieren en alle regeeringen aan onze opperheerschappij onderwerpen.
Het besef, dat wij onbuigzaam zijn, zal voldoende zijn om iedere
weerspannigheid te doen ophouden.
Wij
waren de eersten, die het volk eenmaal de woorden vrijheid, gelijkheid
en broederschap toewierpen, woorden, die sindsdien zoo dikwijls door
onwetende papegaaien werden nagebrabbeld, die, door deze lokstem van
overal vandaan aangetrokken, de welvaart van de wereld, de ware
persoonlijke vrijheid, die eens zoo goed tegen den druk van het gepeupel
beschermd was, alleen maar verstoorden. Menschen, die zichzelf voor
verstandig hielden, beseften den verborgen zin van deze woorden niet,
voelden niet de tegenstrijdigheiddaarin. Zij zagen niet, dat er in de
natuur geen gelijkheid is, dat de natuur de ongelijkheid van het
verstand, van het karakter, van het vernuft, in afhankelijkheid van haar
wetten heeft geschapen. Deze menschen hebben niet begrepen, dat de
massa een blinde macht is, dat door haar gekozen parvenu's in de
politiek net zoo blind zijn als de massa zelf, dat de ingewijde, ook als
hij een domkop is, regeeren kan, terwijl de niet-ingewijde, al is hij
een genie, van de politiek niets begrijpt. Dit alles is den niet-Joden
ontgaan.
Op deze grondslagen berustten intusschen de
dynastieke regeeringen. De vader droeg de geheimen van de politiek aan
zijn zoon over en wel zoo, dat zij zelfs aan de andere leden van de
regeerende familie niet bekend werden, opdat niemand het geheim zou
verraden. In den loop der tijden ging de beteekenis van de mondelinge
overdracht der staatskunst verloren en dit verlies droeg tot het succes
van onze zaak bij.
Onze slagwoorden vrijheid, gelijkheid
en broederschap brachten met behulp van onzegeheime agenten heele
legioenen in onze rijen, die onze vlaggen met geestdrift droegen.
Intusschen waren deze woorden vormen, die aan de welvaart van de
niet-Joden knaagden, terwijl zij overal den vrede, de rust en de
eensgezindheid verstoorden en de grondslagen van hun staten
ondermijnden.Wij zullen later zien, dat dit tot onze zegepraal heeft
geleid. Onderandere maakte dit het ons mogelijk de belangrijkste troef
uit te spelen, namelijk de privileges te vernietigen, die een
levensvoorwaarde zijn van den niet-Joodschen adel en de
eenigebescherming vormen, die de naties tegenover ons hebben.
Op
de puinhoopen van den bloeds- en geslachtsadel hebben wij den adel van
het vernuft en het geld opgericht. Tot het voornaamste kenteeken van
deze nieuwe aristocratie verklaarden wij den rijkdom, die van ons
afhankelijk is en de wetenschap, waarvan onze wijzen de richting
bepalen.
Onze zegepraal werd overigens nog gemakkelijker
gemaakt door de omstandigheid, dat wij in den omgang met de menschen,
die ons onontbeerlijk toeschenen, altijd de gevoeligste kanten van den
menschelijken geest beroerden, zooals b.v. ontvankelijkheid voor
weldaden, berekening, begeerte en onverzadigbaarheid in materieele
behoeften; elk van deze menschelijke zwakheden is geschikt om de energie
te verstikken, terwijl hierdoor de wil vande menschen dienstbaar wordt
gemaakt aan hem, die hen van hun energie berooft.
Het
begrip vrijheid maakte het mogelijk de massa's er van te overtuigen, dat
de regeering alleen maar de rentmeester is van den eigenaar van het
land, dus van het volk, en dat men dezen bestuurder even gemakkelijk kan
verwisselen als een paar afgedragen handschoenen. De afzetbaarheid van
de volksvertegenwoordigers bracht dezen in onze macht; hun verkiezing
hangt van ons af.
Ik
kan U verzekeren, dat wij thans nog maar weinige schreden . van ons
doel zijn verwijderd. Nog maar een korte tijd en de cirkel van de
symbolische slang, die het zinnebeeld van ons volk is, zal gesloten
zijn. En zoodra de cirkel zich sluit, zullen alle staten van Europa
daarin als in een bankschroef geklemd zijn.
Spoedig zal
de weegschaal van de grondwettelijke instellingen uit haar evenwicht
geraken, want wij zullen haar ononderbroken uit haar evenwicht brengen,
net zoo lang tot de balans van de weegschaal versleten is. De niet-Joden
dachten, dat ze die stevig genoeg hadden geconstrueerd en wachtten
altijd tot de weegschaal weer in evenwicht zou komen. Maar de
draagbalken van den steiger, de regeerende personen, worden door hun
ambtenaren gehinderd, terwijl dezen zich door hun onbeperkte en
onverantwoordelijke macht tot domheden laten meeslepen. Deze macht
hebben zij te danken aan de terreur, die in de paleizen heerschte. Daar
de vorsten niet meer onmiddellijk met hun volk in verbinding staan,
kunnen zij het ook geen opheldering meer geven of zich beschermen
tegenover hen, die naar de macht hongeren. Zoodra wij de scherpzinnige
macht van de vorsten en de blinde macht van het volk van elkaar
gescheiden hebben, hebben zij iedere beteekenis verloren, want eenmaal
gescheiden, zijn zij even machteloos als de blinde zonder stok.
Om
de eerzuchtigen tot misbruik van hun macht te verleiden, hebben wij
alle krachten tegen elkaar opgezet, terwijl wij hun liberaal streven in
de richting van de onafhankelijkheid voerden. Tot dit doel hebben wij
tot iedere onderneming aangespoord, hebben wij alle partijen van wapens
voorzien, hebben wij de heerschende macht tot mikpunt van alle eerzucht
gemaakt. Wij hebben van de staten arena's voor hun partijstrijd gemaakt.
Nog korten tijd slechts en wanorde en ineenstorting zullen overal hun
intrede doen.
Onvermoeide kletsers hebben de zittingen
van de volksvertegenwoordigingen in redenaarstournooien veranderd.
Brutale journalisten en onbeschaamde schrijvers van smaadschriften
vallen doorloopend de regeeringsambtenaren aan. Het misbruik van macht
leidt ten slotte tot ineenstorting van de grondwettelijke instellingen
en onder de slagen van de razend geworden massa stort alles tot
puinhoopen ineen.
De volkeren zijn door de armoede veel
vaster aan den harden arbeid geketend dan eens door slavernij en
lijfeigenschap. Hiervan konden zij zich op de een of andere manier
bevrijden, maar van de ellende kan men zich niet losmaken. De rechten,
die wij in de staatsregelingen hebben opgenomen, zijn voor de massa
slechts schijnbare rechten, geen reëele. Alle zoogenaamde rechten van
het volk leven slechts in het rijk van de fantasie; in de practijk
worden zij nooit verwerkelijkt. Wat kan het den over zijn werk gebogen,
door zijn lot neergedrukten proletariër baten, als kletsers het recht
hebben te spreken, als journalisten het recht hebben om naast ernstige
dingen ook allen mogelijken onzin neer te schrijven? Wat beteekent voor
het volk een grondwet, waarvan het geen andere voordeden heeft, als de
kruimels, die wij het over de tafel toewerpen, opdat het op onze
vertegenwoordigers stemt? De republikeinsche rechten zijn voor den
arbeider een bittere hoon, daar de dwang van den dagelijkschen arbeid
hem verhindert om er van te genieten en ze berooven hem alleen van de
zekerheid op een vast loon, afhankelijk als dit is van de werkstakingen
der ondernemers en der kameraden.
Onder onze leiding werd
de adel verwoest, die de natuurlijke beschermer en de voedster van het
volk was en wiens belangen onafscheidelijk met de welvaart van het volk
zijn verbonden. Nadat vandaag aan den dag de voorrechten van den adel te
niet zijn gedaan, is het volk onder het juk van rijk geworden
woekeraars en parvenu's gekomen, die het onbarmhartig onderdrukken.
Wij
zullen den arbeider toeschijnen als de bevrijders uit zijn
onderdrukking, terwijl wij hem uitnoodigen om toe te treden tot onze
legers van socialisten, anarchisten en communisten. Deze groepen helpen
wij steeds voort, waarbij wij den schijn aannemen, dat wij hen willen
helpen uit een gevoel van broederschap en humaniteit, deze door onze
socialistische vrijmetselarij verkondigde principes.
De
adel, die volgens wettelijk recht de arbeidskracht van de arbeiders
opeischte, had er belang bij, dat de arbeiders goed gevoed, gezond en
krachtig waren. Ons belang vergt daarentegen de verslechtering van den
toestand der niet-Joden.
Onze macht berust op den
voortdurenden honger en zwakte van den arbeider, omdat hij daardoor aan
onzen wil wordt onderworpen en noch kracht, noch energie zal hebben om
zich tegen onzen wil te verzetten. De honger verleent aan het kapitaal
meer rechten over den arbeider dan destijds de wettelijke macht van de
koningen aan den adel kon verleenen. Door nood, afgunst en haat zullen
wij de massa's leiden en ons van hun handen bedienen om alles te
vermorzelen wat zich tegen onze plannen verweert.
Zoodra
het oogenblik van de kroning van onzen wereldvorst gekomen zal zijn,
zullen die zelfde handen alles wegvagen wat ons nog in den weg staat.
De
niet-Joden hebben het verleerd om zonder onze wetenschappelijke
raadgevingen te denken. Daarom zien zij de beteekenis niet in van
bepaalde dingen, die wij ons voorbehouden tot het oogenblik, waarop ons
uur gekomen zal zijn: dat namelijk al op de lagere scholen de eenige
ware wetenschap moet worden onderwezen, de wetenschap van den socialen
opbouw van den staat en van de plaats van den mensch in de maatschappij,
welke wetenschap de arbeidsverdeeling en bijgevolg de onderscheiding
van de menschen naar stand en beroep bevordert. Iedereen moet
onvoorwaardelijk weten, dat er ingevolge de veelsoortige werkzaamheid
van de menschen geen gelijkheid is, dat de menschen voor de wet niet in
gelijke mate verantwoordelijk kunnen zijn, dat de verantwoordelijkheid
van hem, die door zijn handelingen een heele klasse benadeelt, niet
dezelfde kan zijn als de verantwoordelijkheid van hem, die door een
misdaad alleen zijn eigen eer kwetst.
De ware wetenschap
van den maatschappelijken opbouw, in welker geheimen wij de niet- Joden
niet inwijden, zal bewijzen, dat de verschillende werkzaamheden tot een
bepaalden kring beperkt moeten blijven, opdat uit de wanverhouding
tusschen opvoeding en arbeid geen onverdraaglijke onbillijkheid zal
ontstaan. In de erkenning van deze leer zullen de volkeren zich
vrijwillig onderwerpen aan de regeerende macht en de door haar
ingestelde sociale staatsorde. Bij den huidigen stand der wetenschap en
bij de richting, die wij haar gegeven hebben, gelooft het volk
blindelings in alles wat gedrukt is en vertrouwt de volksmisleiders,
waarmee wij het dank zij zijn onwetendheid opgescheept hebben en het
staat vijandig tegenover die klassen, die het voor hooger aanziet,
terwijl het de beteekenis van de afzonderlijke roeping niet begrijpt.
Deze
haat zal nog toenemen door de economische crisis, waardoor het
beursleven, de industrie en het bedrijf ten slotte lamgelegd worden. Met
behulp van het goud, dat geheel in onze handen is, zullen wij met alle
verborgen middelen een algemeene economische crisis in het leven roepen
en heele legers arbeiders in alle landen van Europa gelijktijdig op de
straat gooien. Deze massa's zullen zich dan bloeddorstig storten op hen,
die ze in hun eenvoud van jongsaf benijden en die ze dan eindelijk van
hun eigendom kunnen berooven.
Ons zal men geen kwaad
doen, omdat ons het oogenblik van den aanval bekend zal zijn en wij
maatregelen getroffen zullen hebben om de onzen te beschermen.
We
hebben bewezen, dat de vooruitgang alle niet-Joden aan het rijk van het
verstand zal onderwerpen. Zóó zal onze machtsheerschappij zijn: zij zal
met rechtvaardige gestrengheid alle oproer onderdrukken en alle
liberale opvattingen uit de regelingen van het staatkundig leven
verdringen.
Toen het volk zag, dat men het in naam
van de vrijheid de meest verschillende rechten en consessies gaf,
verbeeldde het zich de baas te zijn en trok de macht tot zich.
Natuurlijk stootte het, zooals iedere blinde, op onoverkomelijke
hindernissen. Het ging op zoek naar een leider en daar het niet meer tot
het vroegere bewind wilde terugkeeren, legde het zijn macht voor onze
voeten neer. Herinnert U zich maar de Fransche Revolutie, welke wij den
naam van "de groote" gegeven hebben.
Degeheimenvanhaarvoorbereiding zijn ons welbekend, want zij was het werk
van onze handen. Sinds dat oogenblik hebben wij de volkeren van de eene
ontgoocheling in de andere geleid, opdat zij zich van ons zouden
afwenden en hun toevlucht zouden zoeken bij den koning uit het ge-
slacht van Sion, dien wij voor de wereld gereed houden.
Tegenwoordig
zijn wij als internationale macht onkwetsbaar, want zoodra men ons in
één staat aanpakt, ondersteunen andere staten ons.
De
onuitputtelijke gemeenheid van de niet-Joodsche volkeren werkt onze
onafhankelijkheid in de hand, zij het dan ook, dat de volkeren voor het
geweld op de knieën kruipen of bij zwakheden en fouten onverbiddelijk,
maar bij misdaden toegeeflijk zijn, zij het dan ook, dat zij de
tegenstrijdigheden van de vrijheid niet willen aannemen, zij het dan
ook, dat zij tegenover de gewelddadigheid van een onverschrokken despoot
gedwee zijn tot het martelaarschap toe. Zij verdragen van hun
tegenwoordige vorsten en ministers alle misbruiken, voor de kleinste
waarvan zij twintig koningen onthoofd zouden hebben.
Hoe
kan men dit verschijnsel verklaren, deze inconsequente gedragslijn van
de massa's tegenover schijnbaar gelijksoortige gebeurtenissen? Het kan
verklaard worden uit het feit, dat deze dictators het volk door hun
vertegenwoordigers laten influisteren, dat, indien zij niettemin den
staat schade toebrengen, dit geschiedt om een hooger doel na te jagen,
namelijk voor het welzijn van het volk, ten gunste van de broederschap,
eensgezindheid en gelijkheid. Het spreekt vanzelf, dat men het volk niet
vertelt, dat deze samenvoeging tot één groote eenheid zich pas onder
onze heerschappij zal voltrekken. En zoo zien we hoe het volk den
rechtvaardige veroordeelt en den schuldige vrijspreekt, terwijl het zich
inpraat, dat het alles mag doen wat het belieft. Onder zulke
omstandigheden verwoest het volk iedere stabiliteit en verwekt het bij
iederen stap wanorde.
Het woord vrijheid brengt de
menschelijke samenleving in strijd met alle machten, zelfs met de natuur
en met God. Daarom zullen wij, als wij de heerschappij veroverd'
hebben, dit woord in het woordenboek van de menschheid doorhalen, omdat
het het symbool is van het dierlijke geweld, dat de menschen in wilde
beesten verandert. Maar in ieder geval: deze dieren slapen in, zoodra
zij door het bloed verzadigd zijn en dan laten ze zich gemakkelijk
boeien. Wanneer men hun echter geen bloed geeft, slapen ze niet in en
zullen ze vechten.
Welken
regeeringsvorm kan men geven aan een maatschappij, waarin de
omkoopbaarheid overal doorgedrongen is, waarin men slechts met handige
streken en bedrieglijke middelen vermogen verwerft, waarin de
tuchteloosheid heerscht, waarin de moraal slechts wordt beschermd door
bestraffing en strenge wetten, maar niet door vrijwillig aangenomen
principes, waarin de gevoelens voor vaderland en godsdienst door
wereldburgerlijke beschouwingen worden verstikt? Welken anderen
regeeringsvorm kan men aan zulke samenlevingen geven als dien van het
despotisme, welken ik U later zal beschrijven?
We zullen
een stevige centralisatie van de regeering in het leven roepen om alle
sociale krachten bij ons te vereenigen. Door nieuwe wetten zullen we het
politieke leven van onze onderdanen regelen als het raderwerk van een
machine. Deze wetten zullen langzamerhand alle vrijheden en concessies,
die door de niet-Joden werden aangehouden, weer terugnemen. Op deze
wijze zal onze heerschappij zich ontwikkelen tot een oppermachtig
despotisme, dat te allen tijde en op alle plaatsen in staat zal zijn om
den niet- Joden, die zich verzetten of ontevreden zijn, het zwijgen op
te leggen.
Men zal ons tegenwerpen, dat zulk een
despotisme niet in overeenstemming is met de huidige ontwikkeling van de
beschaving. Ik zal het tegendeel bewijzen.
Zoolang de
volkeren in de vorsten de zuivere uitvloeiing van den Goddelijken wil
zien. onderwerpen ze zich zonder morren aan het absolutisme, maar sedert
het oogenblik, dat wij hun de gedachte aan hun eigen rechten ingoten,
beschouwden zij de vorsten slechts als eenvoudige stervelingen. De
goddelijke genade viel van de hoofden der koningen af en toen wij den
volkeren het geloof in God hadden ontnomen, werd de vorstelijke macht op
straat gegooid; zij werd als het ware publiek eigendom, waarvan wij ons
meester maakten.
Verder: De kunst om zoowel de massa's
als de menschen afzonderlijk te regeeren met voorgewende theorieën en
phrasen, met sociale maatregelen en andere vernuftige middelen, waarvan
de niet-Joden niets begrijpen, vormt eveneens een deel van ons
regeeringsgenie en berust op de juiste ontleding van de begrippen, op
nauwkeurige beschouwing en op zoo'n fijn bevattingsvermogen, dat wij op
dit gebied geen gelijkwaardige tegenstanders hebben; evenmin kunnen zij
zich met ons meten op het gebied van politieke plannen of met betrekking
tot onze eensgezindheid. Alleen de Jezuïeten zouden ons op deze punten
kunnen evenaren, maar het gelukte ons hen in de oogen van de
gedachtelooze menigte in waarde te doen dalen, omdat zij een zichtbare
organisatie vormen, terwijl wij met onze geheime organisatie op den
achtergrond blijven. Wat beteekent overigens de vorst voor de wereld? Is
het haar niet hetzelfde of hij nu het hoofd van de Katholieken is of de
vorst uit het geslacht van Sion? Maar ons, het uitverkoren volk, laat
deze vraag niet onverschillig.
Korten tijd zou een
wereldomvattende vereeniging van de niet-Joden ons onder haar macht
kunnen brengen; maar in dit opzicht loopen we geen gevaar, want wij zijn
beschermd door hun diepgaande oneenigheid, welker wortels niet meer
uitgetrokken kunnen worden. Gedurende twintig eeuwen hebben we de
persoonlijke en nationale belangen van de niet-Joden met elkaar in
strijd gebracht en geloofs- en rassenhaat gekweekt. Daarom zal geen
regeering ergens hulp vinden, omdat iedereen gelooven zal, dat een
verbond tegen ons haar eigen belangen zou kunnen schaden.Wij zijn reeds
te sterk; met ons moet men rekening houden. De regeeringen kunnen
vandaag aan den dag nog niet de onbeteekenendste overeenkomst sluiten
zonder dat wij niet heimelijk in het spel zijn.
Per me
reges regnant, door mij regeeren de koningen. Onze profeten hebben
verkondigd, dat wij door God zijn uitverkoren om over de heele wereld te
heerschen. God zelf heeft ons de gave geschonken om dit werk te
volbrengen. Wanneer het vijandelijke kamp vernuftig zou zijn, dan zou
het met ons kunnen vechten. De strijd zou onbarmhartig zijn, zooals de
wereld er nog nooit een aanschouwd heeft. De genialiteit van de
niet-Joden is echter achtergebleven.
Het heele raderwerk
van de regeeringsmachine hangt af van één motor, die in onze hand is en
deze motor is het goud. De wetenschap van de staathuishoudkunde, door
onze wijzen uitgevonden, toont sinds lang de macht van het goud over de
tronen aan.
Om de vrije hand te hebben, moet het kapitaal
het monopolie van handel en industrie bezitten; dit wordt ook al door
een onzichtbare hand in alle landen van de wereld verwerkelijkt. Dit
voorrecht zal den industrieelen een politieke macht geven, maar het volk
onderdrukken.
Op het oogenblik is het van meer belang om
het volk te ontwapenen dan om het in den oorlog te voeren; het is van
meer belang de opgezweepte hartstochten tot ons voordeel uit te buiten
dan ze tot bedaren te brengen, van meer belang om zich meester te maken
van de gedachten van anderen en er zich van te bedienen dan ze ter zijde
te stellen.
Het wezenlijkste probleem van onze regeering
is de publieke opinie door critiek te verzwakken, den menschen het
denken af te leeren, omdat het weerleggen tegenstand uitlokt en den
geest door holle phrasen zonder zin en begrip op zijwegen te leiden.
Te
allen tijde hebben de volkeren en de individuen woorden voor daden
genomen, want zij vergenoegen zich met den schijn en letten er zelden op
of de beloften in het openbare leven ook vervuld worden. Daarom zullen
onze regelingen een aantrekkelijk uiterlijk hebben, dat met
welbespraakheid de weldaden van den vooruitgang zal aantoonen.
We
zullen ons de liberale beschouwingen van alle partijen en richtingen
toeëigenen en ze overbrengen op onze sprekers, die zoo lang moeten
spreken tot alle toehoorders afgemat zijn en afkeer gevoelen.
Om
zich van de openbare meening meester te maken, moet men deze vóór alles
geheel en al in de war te brengen, terwijl men van alle kanten op de
meest verschillende manieren onderling tegenstrijdige beschouwingen tot
uitdrukking brengt, totdat de niet- Joden geen weg meer weten in den
doolhof en ten slotte tot het inzicht komen, dat het het beste is om in
politieke kwesties er heelemaal geen meening op na te houden. Op dit
terrein heeft het volk niets te maken, het is voorbehouden voor hen, die
de leiding hebben. Dat is het eerste geheim.
Het tweede
geheim, dat voor het succes van onze regeering noodzakelijk is, bestaat
daarin om de fouten, gewoonten, hartstochten en regels van den
dagelijkschen omgang zoodanig te vermenigvuldigen, dat niemand meer in
den chaos thuis is en de menschen elkaar niet meer begrijpen. Deze
politiek zal er ook toe bijdragen in alle partijen tweedracht te zaaien
en alle gezamenlijke krachten, die zich niet aan ons willen onderwerpen,
te ontbinden; zij zal iedere persoonlijke wilskracht ontmoedigen.
Er
is niets gevaarlijkers dan de persoonlijke energie; wanneer zij
verstand achter zich heeft, is ze machtiger dan millioenen menschen,
waaronder we tweedracht hebben gezaaid. We moeten daarom de opvoeding
van de niet-Joden daarheen leiden, dat zij van iedere onderneming, die
energie vereischt, hun handen in hopelooze onmacht aftrekken.
De
krachten, die zich onder de heerschappij van onbeperkte vrijheid
ontwikkelen, verliezen hun sterkte zoodra zij op de vrijheid van anderen
stuiten; daaruit ontstaan moreele schokken, ontgoochelingen en
mislukkingen.
Met al deze middelen zullen wij de
niet-Joden dermate ontmoedigen, dat zij zich ten slotte gedwongen
gevoelen ons om een internationale regeering te verzoeken, die — zonder
aanwending van geweld — in staat zal zijn alle regeeringen van de wereld
op te slokken en een opperste regeering te vormen. In de plaats van de
tegenwoordige regeeringen zullen wij iets geweldigs neerzetten, dat zich
de administrateur van de opperste regeering zal noemen. Zij n handen
zullen zich naar alle kanten als tangen uitstrekken en het zal zoo'n
kolossale instelling zijn, dat alle volkeren zich aan haar moeten
onderwerpen.
Bij
de toepassing van onze beginselen moet U het karakter van het volk in
aanmerking nemen, in welks midden U zich bevindt en werkt. Een
algemeene, uniforme toepassing van deze beginselen kan geen succes
hebben, zoolang wij de volksopvoeding niet hebben omgevormd. Gaan we
echter met haar toepassing voorzichtig te werk, dan zult U zien, dat er
geen tien jaar noodig zijn om zelfs het koppigste karakter te veranderen
en wij zullen dan één volk meer tellen onder hen, die zich al aan ons
onderworpen hebben.
Zoodra onze heerschappij tot stand gekomen zal zijn, zullen we onzen liberalen strijdkreet "vrijheid, gelijkheid en broederschap" niet door een anderen strijdkreet vervangen, maar door woorden, die alleen maar een idee uitdrukken. We zullen zeggen: "het recht op vrijheid, het recht op gelijkheid en het recht op broederschap": daarmee zullen we de koe bij de horens pakken.
Feitelijk
hebben wij, behalve onze eigen regeering, alle regeeringen , al
verwoest, al zijn vele wettelijk nog aanwezig. Wanneer vandaag aan den
dag de een of andere staat, welke ook, tegen ons optreedt, dan gebeurt
dit slechts op formeele gronden, maar met ons volle medeweten, ja zelfs
met onze volle instemming, want hun anti-semitisme is voor ons
noodzakelijk om onze broeders uit de lagere kringen bijeen te houden. Ik
wil U dat niet nader uiteen- zetten, want dit onderwerp hebben wij
reeds meermalen besproken.
Feitelijk zijn er voor
ons geen hinderpalen meer. Onze opperste regeering bevindt zich in een
buitenwettelijke positie, die men gevoeglijk met het machtige en
energieke woord "dictatuur" bestempelen kan. Ik
kan met een gerust geweten beweren, dat wij tegenwoordig reeds de
wetgevers zijn, wij spreken recht, wij vellen doodvonnissen en
begenadigen, wij zitten als legeraanvoerders hoog te paard.
Wij
zullen met vaste hand regeeren, want in onze handen bevinden zich de
puinhoopen van een eens machtige partij, die thans aan ons is
onderworpen. We bezitten onbegrensde eerzucht, brandende hebzucht,
onverbiddelijke wraakzucht en diepen haat. V a n ons gaat een alles
verslindende terreur uit.
In onzen dienst staan mannen
van alle denkrichtingen en leerstellingen. Mannen, die de monarchie weer
willen invoeren, demagogen, socialisten, communisten en alle soorten
van utopisten; wij hebben hen allen voor ons wagentje gespannen; ieder
van hen ondermijnt vanaf zijn plaats de laatste puinhoopen van de
vroegere macht en probeert de bestaande rechtsorde omver te werpen. Alle
staten lijden onder zulke kuiperijen; zij roepen om rust, zij zijn
bereid voor den vrede alles op te offeren; wij echter zullen hun den
vrede niet schenken alvorens zij onze opperheerschappij openlijk en
volkomen zullen hebben erkend.
Het volk zal kreunen en de
oplossing van de sociale vraagstukken langs den weg van een
internationale overeenkomst verlangen. De versplintering in partijen
heeft ons deze in handen gespeeld, want om een partijstrijd te steunen
is er geld noodig en dit is alleen in ons bezit.
Wij
zouden kunnen vreezen, dat de regeeringen zich met de blinde macht van
het volk zouden verbinden, maar wij hebben alle noodzakelijke
maatregelen tegen zulk een mogelijkheid getroffen; tusschen deze twee
krachten hebben we een muur opgericht en wel in de gestalte van de
terreur, die beiden om beurten uitoefenen.
Op deze manier blijft de blinde macht van het volk onze steun. Alleen wij zullen leider zijn en het naar ons doel leiden.
Opdat
de hand van dezen blinde zich niet uit onze omarming zal bevrijden,
moeten wij van tijd tot tijd met het volk in verbinding treden, zoo al
niet persoonlijk, dan toch door bemiddeling van onze trouwste landen.
Zoodra onze heerschappij erkend is, zullen wij op.de openbare pleinen
met het volk praten en het in politieke vraagstukken onderwijzen in den
zin, die ons bevorderlijk toeschijnt. Wie zou kunnen nagaan wat er in de
dorpsscholen onderwezen wordt? Wat echter de vertegenwoordigers der
regeeringen of de vorst zelf aan het volk zullen zeggen, dat zal zonder
mankeeren direct in den heelen staat bekend zijn, want het wordt door de
stem van het volk gauw verbreid.
Om de instellingen van
de niet-Joden niet ontijdig te verwoesten, pakten wij ze voorzichtig
aan; we namen de afzonderlijke regeeringstakken van het staatsmechanisme
in bezit. Deze ambtsgebieden waren vroeger streng, maar billijk
afgebakend; wij echter vervingen haar door een organisatie van vrije
willekeur. Zoo veranderden wij de rechtspraak, het kiesrecht, de pers,
de individueele vrijheid en in het bijzonder het opvoedingswezen, den
hoeksteen van de vrijheid.
Wij hebben de jeugd van de
niet-Joden versuft en bedorven, terwijl wij haar opvoedden volgens
principes en theorieën, die ons als valsch bekend waren, maar die wij
haar opzettelijk op het hart hebben gedrukt. 29 13. Over de bestaande
wetten heen hebben we verrassende resultaten bereikt, terwijl wij ze
zonder wezenlijke wijziging door tegenstrijdige interpretaties
misvormden. We hebben ze langs den weg der interpretatie eerst
verdraaid, daarna echter geheel vertroebeld, zoodat de regeeringen in
een dusdanig verwarde wetgeving geen weg meer weten. Daaruit ontwikkelde
zich de theorie van de rechtspraak volgens vrije beoordeeling.
Ditmaal begin ik met een herhaling van het vroeger gezegde en ik
verzoek U zich te herinneren, dat de regeeringen en de volkeren alleen
op den schijn van de dingen letten. Hoe zouden zij ook den dieperen zin
begrijpen, als hun vertegenwoordigers slechts aan praten denken? Voor
onze politiek is het heel belangrijk om dit bijzondere feit te beseffen.
Dit besef zal ons van nut zijn, als wij zullen spreken over de
verdeeling van de macht, de vrijheid van het woord, de pers, de
gewetensvrijheid, het recht van vereeniging en vergadering, de
gelijkheid voor de wet, de onschendbaarheid van den eigendom en van de
woning, de belasting en de terugwerkende kracht van de wetten. Dat zijn
allemaal vraagstukken, waarover men tegen het volk nooit openlijk mag
spreken. Ingeval men ze echter noodgedwongen moet uiteenzetten, mag men
ze niet afzonderlijk opsommen, doch men moet alleen maar in het algemeen
verklaren, dat de grondslagen van het moderne recht door ons erkend
worden. De beteekenis van deze terughoudendheid ligt daarin, dat een
niet openlijk uitgesproken principe ons de vrijheid laat het een of
andere punt er uit te nemen zonder dat iemand het merkt, terwijl men een
eenmaal uitgesproken principe ruiterlijk zou moeten handhaven.
Het
volk heeft een bijzondere voorliefde en een groote achting voor
politieke genieën en beantwoordt hun daden van geweld met woorden als: "
Wat een gemeene streek, maar handig gedaan"! of: "Het is een boevenstreek, maar goed in elkaar gezet en wat een moed!"
Wij
houden er rekening mee, dat wij alle volkeren tot ons zullen trekken
met de oprichting van het nieuwe fundamenteele gebouw, welks plan wij
ontworpen hebben. Daarom moeten wij mannen zoeken, die met vermetelheid
en geestkracht zijn toegerust en die de bekwaamheid bezitten om alle
hinderpalen, die ons in den weg zouden kunnen staan, te overwinnen.
Als wij onze staatsomwenteling voltrokken hebben, dan zullen we tot de volkeren zeggen:
"Alles
is tot nu toe slecht gegaan, allen hebben geleden. Wij echter nemen nu
de oorzaken van Uw kwalen weg: de nationaliteiten, de grenzen, de
veelsoortigheid van den , muntstandaard. Zeker, gij zijt vrij ons te
veroordeelen, maar zal Uw oordeel rechtvaardig uitvallen, als ge het
velt voordat ge onderzocht hebt wat wij voor U w welzijn deden?"
Dan
zullen ze ons toejuichen en ons met vurig enthousiasme in triomf op hun
schouders dragen. Het algemeen kiesrecht, waarvan wij ons bedienden als
middel om tot onze macht te geraken en waarmee we 31 de onderste lagen
van de maatschappij gelukkig gemaakt hebben — die nu door vereenigingen
en dergelijke medeleden der menschheid werden — zal zijn rol voor den
laatsten keer spelen in den eensgezinden wensch om ons — voordat men
over ons oordeelt — - te leeren kennen.
Tot dit doel
moeten wij alle menschen naar de stembus leiden, zonder onderscheid van
stand en vermogen, om de heerschappij van de absolute meerderheid te
verkrijgen, die wij door middel van de beschaafde standen alleen nooit
zouden kunnen bereiken.
Terwijl wij op deze manier alle
menschen van de waarde van hun persoonlijkheid overtuigd hebben, zullen
we de beteekenis van de Christelijke familie en haar opvoedenden invloed
vernietigen.
We zullen verhinderen, dat hoogbegaafde
mannen zich op den voorgrond dringen; onder onze leiding zal het
gepeupel niet toestaan, dat zij zich doen kennen, niet eens, dat ze
spreken, want het is gewend alleen te luisteren naar ons, die hem zijn
gehoorzaamheid en oplettendheid betalen. Zoo zullen we van het volk een
zoo blind meegaande macht maken, dat het niet in staat is zich te
bewegen zonder de leiding van onze vertrouwensmannen, die wij op de
plaats van hun tegenwoordige leiders zetten. Het volk zal zich aan dit
systeem onderwerpen, omdat het zal weten, dat van deze nieuwe leiders
belooningen, geschenken en alle weldaden zullen afhangen.
Het
regeeringsplan moet geheel gereed uit één enkel brein voortkomen, want
de eenheid zou er aan ontbreken, als meerdere kopstukken er aan
meegewerkt zouden hebben. Daarom mogen we zelf het plan kennen, maar
mogen er nooit over spreken, opdat geen afbreuk zal worden gedaan aan
zijn verheven beteekenis, den samenhang van de afzonderlijke deelen, de
practische waarde en de geheime beteekenis van elk punt afzonderlijk.
Zou zoo'n plan aan een algemeene bespreking en stemming worden
onderworpen, dan zou het onvermijdelijk alle sporen vertoonen van de
opvattingen van menschen, die niet tot zijn dieperen zin en samenhang
kunnen doordringen. Onze plannen moeten scherp en logisch opgebouwd
zijn. Daarom mogen we den genialen arbeid van onzen leider de menigte
niet voor de voeten werpen en mogen hem zelfs niet aan een engeren kring
ter hand stellen.
Deze plannen zullen de bestaande
regelingen voorloopig niet omver werpen. Zij zullen alleen verandering
brengen in de economische principes en dientengevolge in hun verdere
ontwikkeling, die haar weg volgens onze richtlijnen zal nemen.
In
bijna alle staten vinden we in verschillende vormen dezelfde
instellingen: de volksvertegenwoordiging, de ministers, den senaat, den
raad van state, de wetgevende en uitvoerende lichamen. Ik behoef U de
betrekkingen van deze instellingen onderling niet te verklaren, omdat
zij U welbekend zijn. Let U er slechts op, dat elk van deze instellingen
betrekking heeft op de een of andere belangrijke functie van de
regeering. Met het woord "belangrijk" bedoel ik
hier de functie en niet de instelling; dus niet de instellingen, maar de
werkzaamheden, die zij omvatten, zijn het gewichtigste. Deze
instellingen hebben alle werkzaamheden van de regeering onderling
verdeeld: de administratie, de wetgeving en de uitvoerende macht. Zij
vervullen in het staatslichaam dezelfde taak als de organen in het
menschelijk lichaam. Als wij één lid van de staatsmachine beschadigen,
zal de staat — evenals het menschelijk lichaam — ziek worden en sterven.
Nadat
we het staatslichaam het gif van het liberalisme ingegeven hadden, is
zijn heele politieke toestand veranderd; de staten werden door een
doodelijke ziekte, de ontbinding van het bloed, aangetast; men behoeft
slechts het einde van hun doodsstrijd af te wachten.
Uit
het liberalisme zijn de constitutioneele staten, die de eenige nuttige
regeeringsvorm voor de niet-Joden zijn, voortgekomen; ze traden in de
plaats van de vroegere autocratieën. Zooals U zelf wel weet, is de
staatsregeling niets anders dan de school voor oneenigheden, tweedracht,
twisten en onvruchtbaren partijstrijd, in één woord: de school voor
alles wat aan den staat de kracht van haar individualiteit ontneemt. Het
spreekgestoelte en evenzoo de pers hebben de regeeringen gedoemd tot
werkloosheid en machteloosheid en zij werden daardoor van geen nut en
overbodig. Eerst daardoor werd de eeuw van de republieken mogelijk en
wij vervingen den vorst door het caricatuur van een president, dien wij
kozen uit de volksmassa, midden uit onze creaturen en slaven. Dat was de
bom, die wij onder de niet-Joden — of liever nog — onder alle
niet-Joodsche volkeren legden.
In de naaste toekomst
zullen wij de constitutioneele verantwoordelijkheid van de presidenten
invoeren. Dan zullen wij ons bij de uitvoering van onze handelingen geen
beperkingen opleggen, omdat onze strooman de verantwoordelijkheid zal
dragen. Wat is er ons aan gelegen, als de rijen van diegenen, die naar
de macht streven, dunner worden en wanneer er onlusten ontstaan, omdat
men' geen president kan vinden, onlusten die ten slotte het land
ondermijnen?
Om dit resultaat te bereiken, zullen wij
zorgen voor de verkiezing van die presidenten, in wier verleden de een
of andere zwarte plek is. De angst voor onthullingen en de wensch, die
ten slotte ieder mensch — die aan de macht gekomen is — heeft, n.1. om
zijn voorrechten en de aan zijn ambt verbonden voordeelen en
onderscheidingen te behouden, zullen trouwe uitvoerders van onze bevelen
van hen maken.
De volksvertegenwoordiging zal den
president kiezen, ondersteunen en verdedigen; wij echter zullen aan dit
instituut het recht ontnemen wetten te maken of te veranderen; dit recht
zullen wij verleenen aan den verantwoordelijken president, die een
speelbal in onze handen zal zijn. De president zal zeer zeker het
mikpunt van alle aanvallen worden. Om zich te kunnen verdedigen, zullen
wij hem daarom het recht verleenen buiten de afgevaardigden om een
beroep te doen op het volk, d.w.z. de beslissing van ons blindelings
toegewijde meerderheid te verkrijgen.
Bovendien zullen
wij hem het recht overdragen den staat van beleg te doen verklaren. Dit
laatste voorrecht zullen wij daarom in het leven roepen, omdat de
president als hoofd van het leger het recht moet hebben de nieuwe
republikeinsche grondwet, waarvan hij de verantwoordelijke
vertegenwoordiger is, te verdedigen.
Onder deze
omstandigheden zal de sleutel tot het heiligdom in onze handen liggen en
niemand buiten ons zal de wetgeving leiden. 18. Zoodra we de nieuwe
republikeinsche grondwet ingevoerd hebben, zullen wij verder de
volksvertegenwoordiging het recht van interpellatie ontnemen, onder het
voorwendsel, dat het staatsgeheim in acht moet worden genomen.
De
Raad van State zal tot taak hebben de macht van de regeering te
onderstrepen; hij zal slechts in schijn een wetgevend lichaam zijn, in
werkelijkheid zal hij echter een redactiecommissie zijn voor het
uitwerken der wetten en regeeringsverordeningen.
Een
wezenlijk deel van het program van onze staatsregeling bestaat daarin,
dat wij de wetten maken, dat wij recht spreken en dat tegelijkertijd de
administratie in onze handen is. Deze werkzaamheid zullen wij uitoefenen
door voorstellen aan het wetgevend lichaam;
door
verordeningen van den president in den vorm van algemeene besluiten,
door terzijdestelling van den senaat en door beslissingen van den raad
van state in den vorm van ministerieele besluiten;
op het geschikte oogenblik in den vorm van een staatsgreep.
Nu
wij ons plan in groote trekken ontworpen hebben, willen wij de
afzonderlijke maatregelen uiteenzetten, waarvan wij ons tot den opbouw
van onzen staat in onzen geest zullen bedienen. Hiertoe behooren de
vrijheid van drukpers, het recht van vereeniging en vergadering, de
gewetensvrijheid, het kiesrecht en vele andere dingen, die uit de
menschelijke gedachtenwereld moeten verdwijnen of grondig moeten worden
veranderd, zoodra de nieuwe staatsregeling afgekondigd zal zijn. Slechts
op het juiste oogenblik zullen wij onze vernieuwingen er door kunnen
krijgen en wel om de volgende reden. Wanneer de verandering met groote
gestrengheid wordt doorgevoerd, kan ze vanwege de vrees voor
veranderingen, welke er kort geleden geweest zijn, tot wanhoop voeren;
wanneer we daarentegen concessies doen, zal het volk zeggen, dat wij
onze fouten ingezien zouden hebben en dit zou het geloof aan de
onfeilbaarheid van onze regeering verwoesten of men zal zeggen, dat we
bang zijn en slechts gedwongen concessies doen, waarvoor niemand ons
dankbaar zal zijn, omdat men ze voor vanzelfsprekend houdt. Het een of
het ander zou de nieuwe staatsregeling schaden.
Op den
dag van haar afkondiging, als de volkeren door den juist volvoerden
staatsgreep nog geheel versuft en angstig en radeloos zijn, moeten zij
erkennen, dat wij zoo sterk, machtig en onkwetsbaar zijn, dat wij ons
over hen niet meer bezorgd behoeven te maken, dat wij niet alleen geen
acht meer zullen slaan op hun beschouwingen en wenschen, maar dat wij
voorbereid zijn op ieder oogenblik en op iedere plaats eiken tegenstand
en elke demonstratie te onderdrukken. De volkeren moeten weten, dat wij
de geheele macht met één slag tot ons hebben getrokken en dat wij onze
macht in geen geval met hen zullen deelen. Dan zullen zij de oogen
sluiten en geduldig het verloop der gebeurtenissen afwachten.
De
niet-Joden zijn een kudde schapen, wij zijn de wolven. E n weet gij wat
er van de schapen wordt, als de wolven de kudde binnendringen? Zij
zullen hun oogen weer sluiten, omdat wij hun de teruggave van al hun
geroofde vrijheden zullen beloven, zoodra wij alle vijanden van den
vrede neergeveld hebben en de partijen tot onmacht zullen hebben
veroordeeld. Ik geloof, dat ik U niet behoef te vertellen hoe lang zij
op den terugkeer van hun vrijheden zullen wachten. Waarom hebben wij
deze geheele politiek uitgevonden en den niet-Joden bijgebracht, zonder
hen in staat te stellen haar dieperen zin te onderscheiden, als het niet
was om langs omwegen datgene te bereiken wat ons verstrooid volk langs
den rechten weg niet zou kunnen bereiken?
Dat was de
grondslag van onze organisatie van de vrijmetselarij, welker plannen
deze beesten van niet-Joden in ht geheel niet vermoeden; wij nemen hen
niettemin in onze loges op. opdat zij hun broeders zand in de oogen
strooien.
De genade van God heeft ons. zijn uitverkoren
volk, over de geheele wereld verstrooid en in deze schijnbare zwakte van
ons ras ligt heel onze kracht, die ons vandaag aan den dag op den
drempel van de wereldheerschappij heeft gebracht.
Er is niet veel meer noodig om op deze basis het gebouw op te richten.
Het woord "vrijheid",
dat men op verschillende manieren kan verklaren, leggen wij zoo uit:
Vrijheid is het recht om te doen wat de wet toestaat. Deze uitlegging
van het begrip legt de vrijheid volledig in onze hand, omdat de wet
datgene zal vernietigen of oprichten wat wij — volgens de boven
ontwikkelde richtlijnen — voor gewenscht houden.
Met
de pers zullen wij op de volgende wijze te werk gaan. Welke rol speelt
thans de pers? Zij dient er toe de hartstochten van de menschen te doen
oplaaien of het zelfzuchtige streven der partijen te bevorderen. Ze is
hol, onrechtvaardig en leugenachtig. De meeste menschen weten in het
geheel niet waartoe de pers eigenlijk dient.
Wij zullen
haar een toom aanleggen en den teugel strak voeren. Op dezelfde wijze
zullen wij met andere drukwerken handelen, want het zou geen enkel nut
hebben, als we alleen een wakend oog over de pers laten gaan, maar de
aanvallen van de boeken en brochures buiten beschouwing laten.Wij zullen
de producten van de publieke opinie, die thans nog veel geld kosten,
door middel van de censuur tot een bron van inkomsten voor den staat
maken. We zullen een speciale krantenbelasting heffen en bij het
oprichten van kranten en drukkerijen waarborgsommen eischen om zoodoende
onze regeering te vrijwaren voor iederen aanval door de pers. Worden
wij niettemin toch aangevallen, dan zullen wij zonder genade
geldstraffen opleggen. Belasting, waarborgsommen en geldstraffen zullen
den staat reusachtige inkomsten opleveren. Zeker, de partijbladen laten
zich door geldboeten niet bang maken, maar bij den tweeden aanval zullen
wij ze eenvoudig onderdrukken. Niemand zal onze onfeilbaarheid in
regeeringsaangelegenheden ongestraft kunnen aantasten. Als voorwendsel
voor het den kop indrukken van een krant, zullen wij zeggen, dat het
betreffende blad de openbare meening zonder reden heeft opgezweept. Ik
verzoek U er op te letten, dat er onder de kranten, die ons aanvallen,
ook zullen zijn, die wij zelf opgericht hebben; deze zullen echter
uitsluitend die punten aanroeren, welker verandering wij zelf zullen
voorstaan.
Geen bericht zal zonder onze voorkennis
openbaar worden. Dit resultaat hebben wij thans reeds daardoor bereikt,
dat alle berichten uit de geheele wereld bij een aantal persbureau's
samenkomen. Deze zullen geheel in ons bezit overgaan en slechts datgene
bekend maken wat wij hun voorschrijven.
Wanneer we het
thans reeds verstaan hebben de gedachtenwereld van de niet-Joodsche
kringen zoodanig te beheerschen, dat bijna alle menschen de
wereldgebeurtenissen alleen nog maar zien door de gekleurde brillen, die
wij hun opgezet hebben; wanneer er reeds nu geen slagboomen meer zijn,
die ons zouden kunnen verhinderen binnen te dringen in datgene wat de
niet-Joden in hun domheid staatsgeheimen noemen, hoe zal het pas dan
worden, als wij de aardsche goden in den persoon van onzen wereldvorst
zullen zijn?
Keeren wij tot de toekomst der pers terug.
Wie uitgever, drukker of boekhandelaar wil worden, moet een vergunning
hiertoe hebben, welke in geval van twijfel onmiddellijk wordt
ingetrokken.
Door zulke maatregelen wordt het instrument
van het denken tot opvoedingsmiddel in de hand van onze regeering, die
het niet meer zal toestaan, dat de massa over de zegeningen van den
vooruitgang valsch wordt ingelicht. Wie Uwer zou niet weten, dat deze
bedriegelijke zegeningen regelrecht tot droomerijen leiden, waaruit de
anarchistische verhoudingen van de menschen onder elkaar en tegenover de
overheid geboren worden, omdat de vooruitgang of liever de gedachte van
den vooruitgang de meest verschillende voorstellingen van de
zelfstandigheid heeft voortgebracht zonder hun grenzen vast te stellen.
Alle zoogenaamde liberalen zijn anarchisten, zij het dan niet in hun
handelwijze, dan toch in hun denken. Ieder van hen jaagt het drogbeeld
van de vrijheid na en komt in de willekeur terecht, waarbij hij slechts
protesteert ter wille van het protesteeren.
Thans zullen
wij ons met de boeken bezighouden.Wij zullen ze, evenals alle drukwerk,
met zegelbelasting naar het aantal bladzijden belasten en waarborgsommen
eischen. Boeken met minder dan 30 bladzijden worden dubbel belast. Deze
zullen we rangschikken onder de brochures om eenerzijds het aantal van
deze geschriften, die het ergste gif uitstrooien, in te perken,
anderzijds om de schrijvers er toe te brengen zulke omvangrijke
geschriften te produceeren, dat men ze alleen reeds door den hoogeren
prijs weinig zal lezen. Wat wij daarentegen zullen uitgeven om de
menschen in de door ons gewenschte richting op te voeden, zal heel
goedkoop zijn en door iedereen gelezen worden. De belasting zal de
ijdele schrijfwoede tot zwijgen brengen en door de vrees voor
bestraffing worden de auteurs van ons afhankelijk. Wanneer menschen
tegen ons willen schrijven, zullen ze geen uitgever vinden. Voordat een
werk wordt aangenomen, moet de uitgever of drukker zich tot de overheid
wenden om de drukvergunning te verkrijgen. Op deze wijze zullen wij van
te voren van iederen tegen ons gerichten aanval op de hoogte komen en
wij zullen hem daardoor onschadelijk maken door over het betreffende
onderwerp een verklaring te publiceeren.
Daar boeken en
kranten de twee belangrijkste opvoedingsmiddelen zijn, zal onze
regeering van het meerendeel der bladen eigenares zijn. Daardoor wordt
de schadelijke invloed van de pers uitgeschakeld en wij verschaffen ons
een buitengewonen invloed op de stemming onder het volk. Wanneer we de
vestiging van tien kranten toestaan, zullen we zelf dertig kranten
uitgeven, enz. Het publiek mag daarvan niets vermoeden. Onze kranten
moeten daarom schijnbaar de meest tegenstrijdige richtingen en meeningen
vertegenwoordigen om vertrouwen te wekken en de tegenstanders tot zich
te trekken; dezen zullen dan in de val loopen en onschadelijk zijn.
Op
de eerste plaats zullen de officieele kranten staan, die de opdracht
zullen krijgen steeds onze belangen te vertegenwoordigen; hun invloed
zal daarom naar verhouding onbeduidend zijn.
Op de tweede plaats zullen de semi-officieele bladen komen, die de onverschilligen en lauwen voor ons zullen winnen.
Op
de derde plaats zullen de bladen van de voorgewende oppositie staan;
minstens één blad moet scherp tegenover ons staan. Onze tegenstanders
zullen dit schijnbare verzet voor echt houden en hun kaarten voor ons
openleggen.
Onze kranten zullen tot de meest
uiteenloopende richtingen behooren; er zullen aristocratische,
republikeinsche, ja zelfs anarchistische bladen zijn, natuurlijk
slechts, zoolang de huidige staatsregelingen nog bestaan. Evenals de
Indische God Wischnu zullen deze bladen honderd handen hebben, waarvan
elke hand afzonderlijk den wisselenden polsslag van de openbare meening
zal betasten. Met iederen polsslag zullen zij de publieke opinie leiden
in de richting, die ons welgevallig is, want een opgewonden mensch
verliest gemakkelijk zijn vermogen tot oordeelen en is onderhevig aan
iedere soort van beïnvloeding. Deze domkoppen, die gelooven de meening
van hun krant te verdedigen, zullen in werkelijkheid slechts onze
meening, of in ieder geval een, die ons welgevallig is, verdedigen. Zij
zullen gelooven, dat zij hun partijblad volgen en zullen in
werkelijkheid slechts de vlag volgen, die wij voor hen laten wapperen.
Om
ons leger van kranten in dezen zin te leiden, zullen wij de organisatie
met groote zorgvuldigheid moeten regelen. Onder de aanduiding
persgenootschap zullen wij de vereenigingen van auteurs samenvoegen tot
één geheel, waarin onze vertegenwoordigers ongemerkt wachtwoord en
strijdkreet zullen vaststellen.
Onze bladen zullen over
onze politiek oppervlakkig — zonder ooit op den dieperen zin in te gaan —
over en weer schrijven en aan de officieele bladen polemische
schermutselingen leveren om ons daardoor in staat te stellen ons over
datgene wat we in de eerste publicaties niet duidelijk konden zeggen, nu
duidelijker uit te drukken. Natuurlijk zullen we dat echter alleen dan
doen, wanneer het voor ons voordeelig is.
Deze aanvallen
zullen tegelijkertijd daartoe dienen het volk te doen gelooven, dat het
vrijheid van spreken bezit. Op deze manier zullen onze
vertegenwoordigers kunnen beweren, dat de vijandelijke pers slechts
kletst, omdat ze geen zakelijke argumenten tegen onze maatregelen kan
aanvoeren.
Door deze voor de openbare meening niet te
onderscheiden methodes, zullen wij haar aandacht en haar vertrouwen
winnen. Met behulp van deze methodes zullen wij de openbare meening in
alle politieke vraagstukken naar believen opwinden of kalmeeren,
overtuigen of verwarren, terwijl wij nu eens ware dan weer valsche
berichten publiceeren, nu eens dingen beweren, dan weer recht zetten, al
naar hun indruk op het publiek: steeds zullen wij den grond voorzichtig
betasten alvorens er den voet op te zetten.Wij zullen onze
tegenstanders zeker overwinnen, omdat hun als gevolg van onze
maatregelen geen kranten ter beschikking staan, waarin zij hun meening
vrij zouden kunnen verdedigen.Wij zullen niet eens gedwongen zijn ze
definitief te weerleggen. Tegen de proefballonnetjes van onze
semi-officieele kranten zullen wij zoo noodig in de kranten van de derde
groep energiek optreden.
De tegenwoordige journalistiek
is een soort vrijmetselarij. Alle leden van de pers zijn onder elkaar
door het beroepsgeheim verbonden. Evenals bij de waarzeggers in de
oudheid geeft geen van deze leden het geheim prijs, wanneer zij hiervoor
geen opdracht krijgen. Geen krantenschrijver zal het wagen het geheim
te verraden, want niemand wordt tot dit beroep toegelaten, wanneer hij
in zijn verleden geen duister plekje heeft. Dit zou direct aan den dag
gebracht worden. Zoolang deze smet slechts aan enkelen bekend is. trekt
het aanzien van den journalist de meeste menschen aan en men volgt hem
met verrukking. 19.Wij houden bijzonder sterk rekening met de provincie.
Het is voor ons noodzakelijk, dat we daar verwachtingen wekken, die
lijnrecht tegenover die van de groote stad staan; den grooten steden
zullen we wijs maken, dat het daarbij zou gaan om zelf bedachte, niet
beïnvloede ideeën van de provincie. Het is duidelijk, dat de bron van
deze ideeën altijd dezelfde zal zijn; ze zal de onze zijn. Zoolang we
nog niet de volle macht bezitten, zal het voor ons noodzakelijk zijn,
dat de groote steden van de meening van de provincie afhankelijk zijn,
d.w.z. van de meening der meerderheid, die door onze vertrouwensmannen
gemaakt wordt. Op beslissende oogenblikken mogen de groote steden dan de
voldongen feiten niet meer bespreken, omdat ze reeds door de
meerderheid in de provincies werden goedgekeurd.
Wanneer
wij met behulp van de door ons overal op denzelfden dag voorbereide
revoluties — en nadat alle regeeringen hun onbekwaamheid hebben erkend —
eindelijk aan de macht zijn gekomen — het zal nog eenigen tijd duren,
misschien een eeuw — dan zullen wij er voor zorgen, dat tegen ons geen
samenzweringen worden gericht.
Tot dit doel zullen wij
allen ter dood laten brengen, die de komst van onze regeering met de
wapens in de hand begroeten. Iedere nieuwe oprichting van het een of
andere geheime genootschap zal eveneens met den dood worden gestraft. De
thans bestaande ons bekende geheime genootschappen, die ons goede
diensten bewezen hebben en nog bewijzen, zullen wij opheffen. Hun leden
zullen naar ver van Europa gelegen deelen der aarde worden gezonden.
Op
deze manier zullen wij handelen met de niet-Joden, die tot
vrijmetselaarsloges behooren en daarvan te veel weten. Diegenen, die wij
om de een of andere reden zullen sparen, zullen onder den voortdurenden
druk staan te worden uitgewezen. We zullen een wet uitvaardigen,
volgens welke alle oud-leden van de geheime genootschappen uit Europa,
den zetel van onze regeering, verbannen zullen worden. De besluiten van
onze regeering zullen definitief zijn en zonder mogelijkheid tot hooger
beroep.
De niet-Joodsche samenleving, waarin wij de
kiemen van de tweedracht en de tegenstrijdigheid hebben gelegd, kan
alleen door onbarmhartige maatregelen, die van onbuigzame kracht zijn,
weer in orde worden gebracht. Daarbij mag het op het aantal offers, dat
voor het toekomstig welzijn gebracht moet worden, niet aankomen. Het is
de plicht van iedere regeering, die zich op haar bestaansrecht beroept,
niet alleen haar voorrechten te genieten, maar ook haar taak te
vervullen, al kost die ook nog zooveel offers.
Wil een
regeering onwrikbaar staan, dan moet zij het aanzien van haar macht
versterken en dit aanzien wordt slechts door een alles overtreffende
onbuigzaamheid van de macht bereikt, die het teeken moet dragen van een
geheimzinnige onkwetsbaarheid, de uitverkorenheid door God. Zoo was tot
in den laatsten tijd de onbeperkte heerschappij van de Russische tsaren
ingesteld, onze eenige vijand in de geheele wereld naast het Pausdom.
Herinnert U zich het voorbeeld van het in bloed gedrenkte Italië, dat
Sulla — die dit bloed vergoot — geen haar krenkte; het volk, dat hij
gepijnigd had, verafgoodde hem en zijn onverschrokken terugkeer naar
Italië maakte hem onkwetsbaar. Het volk vergrijpt zich niet aan hem,
dien het door zijn moed en zijn geestkracht in den ban doet.
Voordat
wij echter tot de macht zijn gekomen, zullen wij in alle landen der
wereld vrijmetselaarsloges oprichten en vermeerderen.Wij zullen in deze
loges allen halen, die in het openbare leven een vooraanstaande rol
spelen of kunnen spelen. Deze loges zullen het voortreffelijkste middel
zijn om inlichtingen te verkrijgen en invloed uit te oefenen.
Wij
zullen alle loges in èèn hoofdleiding samenvatten, die alleen aan ons
bekend zal zijn en uit onze wijzen zal bestaan. De loges zullen hun
voorzitters hebben om de eigenlijke leidende personen te verbergen;
slechts dezen hebben het recht het wachtwoord uit te geven. In deze
loges zullen wij alle revolutionnaire en vrijzinnige elementen
vereenigen. Zij zullen uit alle lagen van de maatschappij zijn
samengesteld. De meest geheime politieke plannen zullen ons reeds op den
dag van hun ontstaan bekend zijn en tot onze beschikking staan. Bijna
alle politie-autoriteiten, zoowel van de staats- als ook van de
internationale politie, zullen leden van de loges zijn, omdat hun
diensten voor ons onontbeerlijk zijn; want de politie is in de
gelegenheid niet slechts maatregelen tegen weerspannigen te nemen, maar
ook onze eigen handelingen te verbergen en voorwendsels tot
ontevredenheid te scheppen. De meesten, die tot geheime genootschappen
toetreden, zijn gewoonlijk eerzuchtigen, avonturiers en in het algemeen
menschen, die voor alles te krijgen zijn, bij wie het ons niet veel
moeite zal kosten hen voor onze plannen te winnen.
Wanneer
het tot onlusten komt, dan beteekent dat, dat wij er behoefte aan
hadden ze op te werken, om een al te groote eensgezindheid te
vernietigen. Komt het tot de een of andere samenzwering, dan zal het
hoofd er van niemand anders zijn dan een van onze trouwste dienaren.
Het
is natuurlijk, dat alleen ons volk de werkzaamheid van de
vrijmetselarij kan leiden, omdat alleen wij weten, waarheen wij haar
leiden en wat het einddoel van ieder harer handelingen is. De niet-Joden
daarentegen weten niets, niet eens de onmiddellijke resultaten; zij
zijn gewoonlijk met de oogenblikkelijke bevrediging van hun eigenliefde
bij de doorvoering van hun plannen tevreden en merken niet, dat deze
plannen niet van hen afkomstig zijn, maar hun door ons werden ingegeven.
De
niet-Joden treden tot de loges toe uit louter nieuwsgierigheid of in de
hoop een voordeel te verkrijgen of om over hun onvervulbare droomen
voor een publiek te kunnen spreken. Ze smachten naar uiterlijk succes en
bijval, waarmee we steeds vrijgevig zijn. Wij gunnen hun gaarne dit
succes om hun zelfvoldaanheid uit te buiten; dan nemen de menschen onze
inblazingen in zich op zonder zich daarvan bewust te zijn; zij zijn in
hun ingebeelde onkwetsbaarheid er ten vo'le van overtuigd, alleen hun
eigen gedachten en niet die van anderen te hebben geuit. Gij, mijne
heeren, kunt U in het geheel niet voorstellen, tot welk een
belachelijken graad van onnoozelheid men elfs de intelligentste
niet-Joden brenger kan, wanneer men hun ijdelheid streelt en hoe
gemakkelijk het aan den anderen kant is hen door den geringsten
tegenslag — zij het ook slechts door het uitblijven van bijval — te
ontmoedigen en hen tot onderdanige gehoorzaamheid te brengen, zoodra ze
daarvan maar weer resultaat verwachten. Evenals de onzen ieder succes,
dat hen niet tot hun doel leidt, geringschatten, evenzoo zijn de niet-
Joden ter wille van een uiterlijk succes bereid al hun plannen op te
offeren. Deze karakteristieke trek der niet-Joden verlicht ons
buitengewoon onze taak hen te leiden. Deze schijnbare tijgers hebben
zielen als lammetjes en door hun schedels waait de wind.
Wij
hebben hun een stokpaardje gegeven, namelijk den droom, dat de
afzonderlijke persoonlijkheid in een symbolische eenheid, in het
collectivisme, moet opgaan. Zij hebben niet begrepen en zullen nooit
begrijpen, dat deze droom in tegenspraak is met de grondwetten der
natuur, die vanaf de schepping der wereld alleen van elkander
verschillende wezens heeft voortgebracht om iedereen zijn bijzondere
persoonlijkheid te verleenen. Bewijst niet het feit, dat wij de
niet-Joden tot zulk een waanidee brachten, met verbluffende
duidelijkheid, hoe weinig hun verstand in vergelijking met het onze
ontwikkeld is? Dit is de zekerste waarborg voor ons succes.
Hoe
scherpzinnig waren toch onze oude wijzen, toen zij zeiden, dat men, om
een doel te bereiken, voor geen middel zou mogen terugschrikken en de
offers niet zou mogen tellen. Wij hebben de offers van deze beesten van
niet-Joden nooit geteld en, ofschoon wij velen van de onzen moesten
offeren, hebben wij ons volk zoo'n machtige positie in de wereld
verschaft, waarvan het nooit zou hebben durven droomen. De naar
verhouding geringe offers der onzen hebben ons volk voor den ondergang
bewaard.
De dood is het onvermijdelijke einde van alle
menschen. Het is beter het einde te verhaasten van hen, die zich tegen
ons werk verzetten dan ons einde, daar wij de scheppers van dit werk
zijn. In de vrijmetselaarsloges vellen wij doodvonnissen op een manier,
dat niemand buiten de loges ook maar de geringste verdenking kan
opvatten. Niet eens de slachtoffers zelf vernemen hun veroordeeling; zij
allen sterven, zoodra het noodzakelijk is, schijnbaar een natuurlijken
dood. Daar dit den logebroeders bekend is, durven zij niet daartegen op
te treden. Door deze maatregelen hebben wij in de vrijmetselarij iedere
tegenspraak in de kiem gesmoord. Terwijl wij voor de niet-Joden het
liberalisme prediken, houden wij ons volk en onze vertrouwenslieden
onvoorwaardelijk gehoorzaam.
Onder onzen invloed werd de
handhaving der wetten van de niet- Joden tot een minimum beperkt. Het
aanzien der wetten werd door het liberalisme, dat wij ook op dit gebied
tot aanzien brachten, ondermijnd. In alle politieke en grondwettelijke
twistpunten beslissen de rechtbanken volgens onze aanwijzingen en zien
de dingen in het licht, dat ons belieft.Wij maken hiervoor gebruik van
de bemiddeling van personen, waarvan niemand vermoedt dat zij met ons in
relatie staan, van courantenberichten en van andere middelen. Zelfs de
leden van den senaat en van het staatsbestuur volgen onze adviezen
blindelings op.
Het zuiver dierlijke verstand van de
niet-Joden is tot ontleding van een begrip en tot waarneming onbekwaam;
en nog minder kunnen zij van te voren zien waartoe een bepaalde manier
om een zaak voor te stellen, dient. In dit onderscheid van den
geestelijken aanleg tusschen de niet-Joden en ons kunnen wij het teeken
van onze uitverkorenheid door God en onze boven de anderen uitstekende
natuur herkennen. De niet-Joden laten zich alleen door een dierlijk
instinct leiden. Zij zien wel. maar zij zien niet vooruit, zij kunnen
niets uitvinden, behalve zuiver materieele dingen. Daaruit blijkt
duidelijk, dat de natuur zelf ons tot de heerschappij over de wereld
voorbestemd heeft.
Zoodra de tijd van onze openlijke
heerschappij gekomen is en wij op de zegeningen van onze regeering
kunnen wijzen, zullen wij alle wetten veranderen. Onze wetten zullen
kort, duidelijk en onveranderlijk zijn en geen enkele interpretatie
noodig hebben, zoodat iedereen ze begrijpen kan.
De meest
in het oog springende eigenschap van deze wetten zal de gehoorzaamheid
tegenover de overheid zijn, die wij tot den hoogsten graad zullen
ontwikkelen. Dan zal tengevolge van de verantwoordelijkheid van allen
tegenover den oppersten vertegenwoordiger der macht ieder misbruik van
de wetten ophouden.
Het machtsmisbruik door de lagere
ambtenaren zal zoo streng gestraft worden, dat iedereen den lust zal
verliezen zijn kracht in deze richting te beproeven. Wij zullen alle
handelingen van onze regeeringsambtenaren, van wie de gang der
staatsmachine afhankelijk is, met de grootste aandacht nagaan, want
tuchteloosheid in de regeering leidt tot algemeene wanorde. Elk geval
van onrechtmatigheid of misbruik zal tot afschrik van anderen gestraft
worden. Iedere heling, iedere ongeoorloofde verstandhouding der
ambtenaren zal na de eerste voorbeelden van strenge bestraffing
verdwijnen.
Het aanzien van onze heerschappij vereischt
afdoende, d.w.z. harde straffen bij de geringste overtreding, die het
aanzien van de overheid zou kunnen schaden. Zou iemand voor zijn fout al
te streng gestraft zijn, dan zal hij net zijn als een soldaat, die op
het slagveld van de regeering in dienst van de overheid, de grondwet en
de wetten is gevallen; want deze laten niet toe, dat zij, die het schip
van staat besturen, persoonlijke voordeden hooger stellen dan hun
publieke plichten.
Onze rechters zullen weten, dat zij,
wanneer zij met dwaze goedertierenheid te werk gaan, het beginsel van
het recht schenden, volgens hetwelk begane fouten streng moeten worden
gestraft en toegevendheid niet is toegestaan. Mildheid kan men in het
privéleven uitoefenen, maar niet in den openbaren dienst, die de
opvoedende grondslag in het staatsleven is.
Onze rechters
zullen slechts tot hun 55e jaar in functie blijven en wel om de
volgende twee redenen; in de eerste plaats omdat oude menschen
hardnekkiger aan hun dogma's vasthouden en minder bekwaam zijn om zich
aan nieuwe beschikkingen te onderwerpen, in de tweede plaats, omdat
daardoor een snellere mutatie van de rechters mogelijk wordt en dezen
zich meer naar ons zullen schikken. Wie zijn functie behouden wil, zal
ons blindelings moeten gehoorzamen. In het algemeen zullen wij onze
rechters kiezen uit diegenen, die weten, dat het hun plicht is te
straffen en de wetten toe te passen, maar niet tot schade van den staat
liberale ideeën te huldigen, zooals de niet-Joden tegenwoordig denken
dat goed is.
De uitwisseling van ambtenaren zal er ook
toe bijdragen den korpsgeest te vernietigen en hen toegedaan te maken
aan de regeering, van wie hun lot afhangt. De nieuwe generatie van
rechters zal zijn opgevoed in het bewustzijn, dat handelingen, welke de
bestaande orde in de wederzijdsche betrekkingen tusschen onze onderdanen
zouden kunnen verstoren, niet geduld mogen worden.
Heden
ten dage zijn de niet-Joodsche rechters tegenover alle misdaden
inschikkelijk, omdat zij van hun plichten geen juiste voorstelling
hebben en de regeeringen er bij de benoeming van rechters te weinig op
letten, hun dat plichtsgevoel in te prenten en hun op de beteekenis van
hun taak te wijzen. Zooals het dier zijn jongen op roof uitstuurt, zoo
geven de niet-Joden aan hun onderdanen winstgevende posities, zonder hen
over het doel van hun posities in te lichten. Daarom zullen hun
regeeringen zichzelf door hun eigen ambtenaren vernietigen.
We
zullen uit deze feiten verdere leering trekken voor onze regeering. We
zullen het liberalisme verdrijven uit alle belangrijke regeeringsposten,
waarvan de sociale opvoeding van onze onderdanen afhangt. Op zulke
plaatsen zullen wij uitsluitend slechts die personen zetten, die wij
voor onzen regeeringsdienst speciaal opgeleid hebben.
Op
de tegenwerping, dat het ontijdig ontslag van oudere ambtenaren den
staat veel geld kost, antwoorden wij, dat wij allereerst zullen
probeeren voor hen een particuliere betrekking te vinden als vergoeding
voor het verlies en dat in de tweede plaats al het geld van de wereld in
ons bezit zal zijn, zoodat wij uitgaven niet behoeven te schuwen.
Ons
absolutisme zal in al zijn handelingen consequent zijn. Daarom zal onze
opperste wil worden geëerbiedigd en zonder tegenspraak worden
doorgezet. We zullen noch van mopperen noch van ontevredenheid nota
nemen; elk verzet tegen ons zal tot afschrik van anderen getraft worden.
Het
recht van beroep behouden wij ons slechts voor onze eigen doeleinden
voor; voor het overige echter zullen wij het afschaffen, want bij het
volk mag de gedachte niet opkomen, dat de door ons benoemde rechters een
onjuist oordeel hebben geveld. Zou zoo iets voorkomen, dan zullen wij
zelf het vonnis vernietigen, gelijktijdig echter den rechter, die tegen
zijn taak niet opgewassen was, zoo voorbeeldig straffen, dat zoon geval
niet meer zal voorkomen. Ik herhaal nog eenmaal, dat wij over iederen
stap van onze ambtenaren zullen waken, opdat het volk met ons tevreden
zij, want het heeft recht op een goede regeering en goede ambtenaren.
Onze
regeering zal den schijn wekken van een patriarchale, vaderlijke
voogdij, die onze vorst uitoefent. Ons volk en onze onderdanen zullen in
hem een vader aanschouwen, die zich om alle behoeften, alle handelingen
en alle betrekkingen tusschen de onderdanen onderling en in verhouding
tot de regeering, zal bekommeren. Dan zullen zij van de gedachte, dat
men deze voogdij en heerschappij niet kan ontberen, als men in vrede en
rust wil leven, dermate doordrongen zijn, dat zij de alleenheerschappij
van onze regeering met een aan verafgoding grenzende vereering zullen
erkennen, in het bijzonder als zij er zich van overtuigd hebben, dat
onze ambtenaren de bevelen van den vorst slechts blindelings zullen
uitvoeren. Zij zullen gelukkig zijn, dat wij hun geheele bestaan hebben
geregeld, zooals wijze ouders doen, die hun kinderen in plichtsgevoel en
gehoorzaamheid opvoeden. Want de volkeren zullen evenals hun
regeeringën in de geheimen van onze politiek voor eeuwig onmondige
kinderen blijven.
Zooals U ziet, grondvest ik ons
despotisme op het recht en op den plicht. Het recht om plichtsvervulling
te eischen is de voornaamste plicht van een regeering, die voor haar
onderdanen een vader wil zijn. Gelijktijdig bezit zij het recht van den
sterkere, opdat zij de menschheid naar de door de natuur gewilde
ordening, d.i. gehoorzaamheid, leiden kan. Alles op deze wereld bevindt
zich in een verhouding van ondergeschiktheid, alles is onderworpen
hetzij aan een mensch, hetzij aan de omstandigheden, hetzij aan den
eigen aanleg, maar in ieder geval aan een sterkere.Wij moeten zonder
dralen afzonderlijke personen kunnen offeren, als zij de bestaande orde
schenden, want in de voorbeeldige bestraffing van het kwaad ligt een
groote opvoedende kracht.
Wanneer de koning van Israël op
zijn geheiligd hoofd de kroon zet, die heel Europa hem zal aanbieden,
zal hij de patriarch van de wereld zijn. Het getal der onvermijdbare
offers, die hiervoor werden gebracht, zal nooit zoo groot worden als het
aantal offers, dat in den loop der eeuwen door de vorsten van de
niet-Joodsche staten uit zucht naar macht en strijdlust werd gebracht.
Onze
koning zal met het volk steeds in verbinding staan. Hij zal er
tribunale redevoeringen voor houden, welker roem zich terstond over de
geheele wereld zal verbreiden.
In
het streven elke aaneensluiting van krachten buiten de onze te
vernietigen, zullen wij voor alles de hoogescholen geheel veranderen en
ze op nieuwe grondslagen opbouwen. Hun rectoren en professoren zullen
volgens nauwkeurige geheime plannen worden voorbereid, waarvan ze niet
mogen afwijken. Ze zullen met bijzondere zorg worden uitgekozen en
volledig van de regeering afhankelijk zijn.
Uit het
onderricht zullen we het staatsrecht en alle politieke vraagstukken
weren. Deze dingen zullen alleen aan een klein aantal bekwame mannen
worden onderwezen, die uit den kring der ingewijden zullen worden
gekozen. Uit de hoogescholen mogen geen onervarenen voortkomen, die
staatsrechtelijke vraagstukken behandelen alsof het blij- of treurspelen
zijn en zich met politieke vraagstukken bemoeien, waarvan hun vaders al
niets begrepen hebben.
Het verkeerde inzicht van de
meeste menschen in politieke vraagstukken kweekt alleen utopisten en
slechte staatsburgers; U kunt dit aan de opvoeding van de niet-Joden
merken. Wij moesten in hun opvoeding alle principes leggen, waarmee we
de orde van hun maatschappij van haar kracht beroofden. Zoodra wij
echter tot de macht gekomen zijn, zullen wij uit hun opvoeding alle
onderwijsobjecten weghalen, welke verwarrend zouden kunnen werken. We
zullen de jeugd tot gehoorzame kinderen van de overheid maken, die hun
koning als steunpilaar en hoop van den vrede en de rust liefhebben.
In
plaats van het onderwijs in de klassieken en de. oude geschiedenis,
welke meer slechte dan goede voorbeelden biedt, zullen wij de studie van
de problemen der toekomst stellen. We zullen uit de gedachten van de
menschen alle gebeurtenissen van het verleden bannen, die ons
onaangenaam zijn en slechts die bewaren, welke de fouten van de
niet-Joodsche regeeringen aantoonen. Vraagstukken van het practische
leven, van de maatschappelijke ordening, van de onderlinge betrekkingen
der menschen, den strijd tegen het egoïsme, dat het zaad van het kwaad
zaait, en soortgelijke opvoedingsvraagstukken zullen in ons leerplan de
eerste plaats innemen.
Het onderwijs zal voor ieder
beroep anders zijn en mag in geen gevai uniform worden gemaakt. Deze
wijze van behandeling van het vraagstuk is van bijzonder belang. Elke
stand moet een streng omlijnde opvoeding krijgen al naar zijn taak en
zijn arbeidsveld. Sterke geesten hebben altijd de kunst verstaan en
zullen haar altijd verstaan zich tot een hoogere positie op te werpen;
maar afgezien van zulke op zichzelf staande uitzonderingen zou het dwaas
zijn menschen in hoogere klassen te laten komen, die anderen de
posities wegnemen, waarop dezen volgens geboorte en beroep recht hebben.
Gij, mijne heeren weet zelf, welk een onheil het voor de niet-Joden
werd, dat zij deze onzinnigheid toelieten.
Opdat de vorst
de harten van zijn onderdanen verovere, moet gedurende zijn
heerschappij, het geheele volk zoowel in de scholen als op de openbare
pleinen over zijn beteekenis, zijn handelingen en zijn goede bedoelingen
onderwezen worden.
Wij zullen iedere manier van vrijheid
van onderwijs wegnemen. De scholieren zullen het recht hebben zich met
hun ouders in de schoolgebouwen als in een club te verzamelen; in deze
bijeenkomsten zullen de professoren in hun vrijen tijd zoogenaamde vrije
lezingen houden over de betrekkingen van de menschen onderling, over de
principes van het goede voorbeeld, over de nadeelen van onbeperkte
concurrentie en over de filosofie van nieuwe, de wereld tot nu toe
onbekende leerstellingen. Deze leerstellingen zullen wij verheffen tot
artikelen des geloofs en ons er van bedienen om de menschen tot onzen
godsdienst te bekeeren. N a beëindiging van mijn uiteenzettingen over
ons tegenwoordig en toekomstig program zal ik u de grondslagen van mijn
theorieën bekendmaken.
We weten door de ervaring van
meerdere eeuwen, dat de menschen voor hun ideeën leven en zich door deze
laten leiden, dat zij deze ideeën alleen door de opvoeding in zich
opgenomen hebben en dat zij zich op iederen leeftijd onder toepassing
van verschillende middelen met hetzelfde succes laten opvoeden. In het
besef van deze feiten zullen wij tot ons voordeel het laatste zweempje
van het zelfstandige denken uitwisschen, dat wij al sinds lang in de
voor ons noodzakelijke richting hebben geleid. De onderdrukking van het
denkvermogen uit zich reeds in het zoogenaamde aanschouwelijk onderwijs,
dat van de niet-Joden leerzame dieren zal maken, die niet denken, maar
een aanschouwelijke voorstelling noodig hebben om een zaak te begrijpen.
In Frankrijk heeft reeds een van onze meest op den voorgrond tredende
vertrouwensmannen, Bourgeois, zich aan deze nieuwe onderwijsmethode
gegeven.
Het
beroep van advocaat kweekt koude, wreede, koppige menschen zonder
principes, die zich bij iedere gelegenheid op een onpersoonlijk, zuiver
wettelijk standpunt stellen. Zij zijn gewend bij hun verdediging alles
slechts vanuit het gezichtspunt van hun voordeel en niet vanuit dat van
het publieke welzijn te beoordeelen. Ze slaan over het algemeen geen
enkele verdediging af en probeeren de vrijspraak tot eiken prijs door te
drijven, waarbij zij zich van juridische draaierijen bedienen; daardoor
bederven zij de zeden van de rechtspleging. We zullen daarom het
arbeidsveld van dit beroep beperken en zijn leden tot
overheidsambtenaren maken. De advocaten zullen evenals de rechters het
recht hebben met de partijen in verbinding te staan; de rechtszaken
zullen hun toegewezen worden en zij zullen ze aan de bepalingen moeten
toetsen; zij zullen hun cliënten op grond van de resultaten van het
vooronderzoek verdedigen. Zij zullen hun honorarium bepalen zonder acht
te slaan op het resultaat van de verdediging. Op deze manier zullen wij
een fatsoenlijke onpartijdige verdediging verkrijgen, die niet geleid
wordt door het loeren op voordeel, maar uit overtuiging. Dat zal ook de
thans gebruikelijke omkooping wegnemen, waardoor hij wint, die meer
betaalt.
Wij hebben er al groote zorg aan besteed de
christelijke geestelijkheid in de oogen van het volk omlaag te halen en
haar werkzaamheid, die ons anders ernstige hinderpalen in den weg zou
kunnen leggen, te ondermijnen. Haar invloed op het volk vermindert van
dag tot dag.
Tegenwoordig wordt overal de geloofsvrijheid
erkend. Daaruit vloeit voort, dat ons nog slechts weinige jaren
scheiden van het tijdstip, waarop de christelijke godsdienst volkomen
ineen zal storten. Met de andere godsdiensten zullen wij nog
gemakkelijker tot hetzelfde doel geraken, maar het is nog te vroeg om
daarover te spreken. We zullen de geestelijkheid met zulke nauwe grenzen
omgeven, dat zij in vergelijking met haar vroegeren invloed in de
toekomst zoo goed als heelemaal geen invloed meer zal hebben.
Wanneer
het oogenblik gekomen is het Pausdom definitief te vernietigen, zal de
vinger van een onzichtbare hand de volkeren op den Pauselijken stoel
wijzen. Als de volkeren zich echter op den Paus zouden storten, dan
zullen wij als zijn schijnbare beschermer optreden om bloedvergieten te
verhinderen. Door deze afleidingsmanoeuvre zullen wij tot in het
binnenste van het Vaticaan doordringen, vanwaar we niet eerder zullen
wijken voor we zijn macht volledig vernietigd hebben.
De koning van Israël zal de ware Paus van de wereld, de patriarch van de internationale kerk zijn.
Zoolang
wij de jeugd nog niet in de leerstellingen des geloofs, die na een
overgangstijd tot onze geloofsleer zullen leiden, onderwezen hebben,
zullen wij de bestaande kerken niet openlijk vervolgen, maar ze door
critiek en opleiding tot twijfel aan het geloof bestrijden. In het
algemeen zal onze pers over alle regeeringszaken, over
godsdienstvraagstukken en over de onbekwaamheid der niet- Joden
onthullingen brengen en wel in de meest verachtelijke uitdrukkingen om
alles op zoo'n manier omlaag te halen, zooals alleen ons geniaal volk in
staat is dat te doen.
Onze heerschappij zal gelijken op
die van den Indischen god Wischnu. Honderd armen zullen de veeren van de
sociale machine vasthouden. We zullen alles zien zonder de hulp van de
officieele politie, die, zooals wij haar voor de niet-Joden hebben
uitgezocht, tegenwoordig den regeeringen het zien maar belet. Volgens
ons program zal een derde van de onderdanen over de anderen waken, uit
zuiver plichtsgevoel, om den staat vrijwillige diensten te bewijzen. Het
zal dan niet meer eerloos zijn een spion of aangever te zijn.
Ongegronde aanklachten zullen echter streng gestraft worden, opdat van
dit recht geen gebruik wordt gemaakt.
Onze
vertrouwenslieden zullen we uit de hoogste en de laagste klassen van de
maatschappij kiezen, uit genotzieke ambtenaren, uit uitgevers,
drukkerij-eigenaars, boekhandelaren, winkelbedienden, arbeiders,
koetsiers, dienstboden enz. Deze politie zal niet het recht hebben
zelfstandig te handelen, maar heeft tot eenige taak getuigendiensten te
bewijzen en berichten te verstrekken. Het toetsen van hun verklaringen
en de daarop berustende arrestaties zullen de taak van een groep
verantwoordelijke politie-organen zijn; de arrestaties zelf zullen door
de gendarmerie en door de plaatselijke politie worden uitgevoerd.
Wie
over datgene, wat hij over politieke dingen ziet of hoort, niets
bericht, zal wegens heling worden gestraft. Evenals onze geloofsbroeders
reeds thans verplicht zijn uit eigen beweging allen uit hun gemeente
bekend te maken, die van het geloof afvallen of in strijd met de
gemeente handelen, evenzoo zullen in ons wereldrijk alle onderdanen
verplicht zijn den staat op de aangegeven manier te dienen.
Zulk
een organisatie zal alle misbruiken van de ambtelijke macht, elke
omkoopbaarheid, kortom alle fouten verwijderen, zooals onze theorieën
die den niet-Joden tot gewoonte hebben gemaakt. Hoe zouden wij anders
ons doel — de niet-Joodsche regeering tot wanorde te brengen — kunnen
bereiken? Een van de belangrijkste middelen vormen de ambtenaren; hun
moet men het mogelijk maken hun slechte gevoelens te ontwikkelen, hun
ambtelijke macht te misbruiken en de omkoopbaarheid te laten domineeren
om daarmee anderen aan te steken.
Nu
zullen wij spreken over het financieele program, dat ik bewaard heb tot
het slot van mijn voordracht, omdat dit onderwerp het moeilijkste en
het meest beslissende is in onze plannen. Voordat ik begin zou ik U
willen herinneren aan wat ik reeds eerder terloops aanhaalde, n.l. dat
alles zich slechts in een kwestie van cijfers zal oplossen.
Zoodra
onze heerschappij gekomen is, zal onze autoritaire regeering alleen
reeds uit drang naar zelfbehoud vermijden, het volk te hooge belastingen
op te leggen; want zij zal nooit vergeten, dat zij de rol van den vader
en beschermer te spelen heeft. Niettemin moeten de noodige middelen
verkregen worden, daar het beheer van den staat veel kost. Daarom moet
de kwestie van het evenwicht in de staatshuishouding met bijzondere zorg
behandeld worden.
Onze regeering zal van de
wettelijk vastgelegde fictie uitgaan, dat alles wat zich in het gebied
van den staat bevindt, eigendom van den koning is, een veronderstelling,
die zonder meer in de daad kan worden omgezet. De regeering zal daarom
overgaan tot het onteigenen van de vermogens in baar geld, zoodra zij
dat voor de regeling van den geldomloop noodzakelijk acht. Daaruit
volgt, dat het beste middel de invoering van een progressieve
vermogensbelasting is. Op deze manier kunnen belastingen zonder
onbillijke verdrukking of benadeeling worden geheven volgens een met de
grootte van het vermogen overeenkomend percentage. De rijken moeten
inzien, dat zij verplicht zijn een deel van hun overvloed ter
beschikking van den staat stellen, omdat deze hun de zekerheid van het
resteerende vermogen en een eerlijke winst waarborgt; ik zeg
uitdrukkelijk "eerlijk", want de controle over het eigendom zal den roof onder het mom van wettelijkheid onmogelijk maken.
De sociale verandering moet van boven komen, want de tijd daarvoor is rijp en zij is als waarborg voor den vrede noodzakelijk.
Het
opleggen van belastingen aan de armen legt de kiem voor de revolutie en
is schadelijk voor den staat, die zoodoende op de jacht naar het kleine
het grootere voordeel prijsgeeft. Afgezien daarvan vertraagt de
vermogensbelasting het tempo van aangroeien der privé vermogens, waarvan
wij de vermeerdering totnutoe opzettelijk bevorderd hebben, opdat zij
een tegenwicht vormen tegen de sterkte van de niet-Joodsche regeeringen
en hun financiën.
Een progressieve belasting zal hoogere
baten afwerpen dan een voor allen gelijke belasting, die ons echter
thans van pas komt om onrust en ontevredenheid onder de niet-Joden te
wekken.
De macht, waarop onze koning zal steunen, zal
bestaan in het evenwidht van de staatshuishouding en uit den waarborg
voor den vrede; tot dit doel is het noodzakelijk, dat de bezittenden wat
van hun inkomsten opofferen om den goeden gang van de staatsmachine te
verzekeren. De uitgaven van den staat zullen door diegenen bestreden
worden, die dit het gemakkelijkst kunnen dragen.
Zulke
maatregelen zullen den haat van de armen tegen de rijken wegnemen, omdat
de armen dan zullen inzien, dat de rijken de voor den staat
noodzakelijke hulpbronnen en de steunpilaren van vrede en welvaart zijn
en dat slechts de rijken de middelen voor het gedijen van den staat ter
beschikking stellen.
Opdat de hoogere klassen over de
nieuwe belastingen niet al te veel klagen, zullen wij hun nauwkeurige
rapporten uitbrengen over de besteding van de gelden, uitgezonderd
natuurlijk de bedragen, die op de uitgaven van den troon en de
administratie betrekking hebben.
Onze vorst zal geen
privé vermogen hebben, omdat toch alles, wat zich in den staat bevindt,
hem toebehoort; twee verschillende vermogens van den koning zouden met
elkaar in tegenspraak zijn, omdat de omstandigheid, dat hij privé
vermogen zou bezitten, zijn recht op het eigendom, dat zich in het bezit
van anderen bevindt, zou opheffen.
Alleen de
troonopvolger zal door den staat onderhouden worden. De overige leden
van de koninklijke familie moeten in den staatsdienst of een ander
beroep gaan om een recht op een inkomen te verkrijgen. Het voorrecht tot
de koninklijke familie te behooren, geeft niemand het recht op
staatskosten te leven.
Op het verwerven van eigendom en
erfenis zal een progressieve zegelbelasting worden geheven. Voor iedere
overdracht van eigendom, hetzij in baar geld, hetzij in andere waarden,
die niet gezegeld is, moet de vroegere eigenaar vanaf den dag van de
overeenkomst tot aan den dag van de ontdekking der belastingontduiking
een procentueele belasting betalen. De overdrachtsakten moeten wekelijks
aan de plaatselijke belastinginstantie voorgelegd worden onder opgave
van den voor- en familienaam en woonplaats van den ouden en nieuwen
eigenaar. De door de overheid te registreeren koop is alleen vanaf een
bepaald bedrag noodzakelijk; bedrijven in artikelen voor 'het
dagelijksch gebruik zullen slechts aan een kleine, procentueele
zegelbelasting onderhevig zijn.
Rekent U uit hoeveel de opbrengst van deze belastingen de ontvangsten van de niet-Joodsche staten zal overschrijden.
De
staat moet een bepaald reservefonds bezitten; alles wat boven dezen
ruggesteun uitgaat, moet weer in omloop worden gebracht. Met deze
overschotten zullen openbare werken worden uitgevoerd. De terhandneming
van zulke met staatsmiddelen uitgevoerde werken zal de arbeidersklasse
vast met den staat en den vorst verbinden. Een deel van deze gelden zal
voor prijzen voor uitvindingen en prestaties op het gebied der productie
aangewend worden.
Buiten deze bedragen mag geen geld in
de staatskas achtergehouden worden, want het geld is voor de circulatie
bestemd en iedere belemmering in de circulatie van het geld kan den gang
van de staatsmachine storen; het geld is de olie voor het raderwerk
voor den staat; ontbreekt de olie, dan hapert het mechanisme.
De
vervanging van een deel van baar geld door waardepapier heeft precies
zoo'n storing veroorzaakt. De gevolgen van dit feit zijn reeds voldoende
voelbaar.
We zullen ook een rekenkamer instellen; de
regeering zal daardoor ieder oogenblik een nauwkeurig overzicht over de
inkomsten en uitgaven van den staat ter beschikking hebben; uitgezonderd
is slechts de nog niet afgesloten rekening over de loopende maand en de
nog niet overgelegde afrekening over de vorige maand. 18. De eenige
persoon, die geen voordeel heeft van de plundering van de staatskas, is
haar eigenaar, de vorst. Daarom zal de door hem uitgeoefende controle de
verspilling en verkwisting van staatsgelden onmogelijk maken.
De
representatieve plichten, die den vorst van zijn kostbaren tijd
berooven, zullen wij afschaffen, opdat hij genoeg tijd voor zijn
staatsbezigheden over heeft. Zijn macht zal niet meer afhankelijk zijn
van de gunstelingen, die den troon alleen om de pracht en de praal
willen omgeven, maar uitsluitend voor hun eigen voordeel zorgen en niet
voor dat van den staat.
Terwijl wij het geld uit de
circulatie haalden, hebben wij in de niet-Joodsche staten economische
crises in het leven geroepen. Reusachtige bedragen werden zoo den staten
onttrokken en deze zagen zich gedwongen, dezelfde kapitalen, die door
ons werden opgehoopt, als leeningen van ons aan te nemen. Deze leeningen
beteekenen een zwaren last voor de staten, die er nu rente voor moeten
betalen en van ons schuldenaars zijn.
De samentrekking
van de industrie in handen van het kapitaal, die de kleine bedrijven
vernietigde, zoog alle productieve volkskrachten en daarmee ook den
rijkdom van de staten op.
Tegenwoordig houdt de
geldcirculatie geen verband meer met het zielenaantal en kan daarom geen
rekening houden met de behoeften van de arbeiders. De uitgifte van
nieuw geld moet gelijken tred houden met den groei van de bevolking,
waarbij ook de kinderen meegeteld moeten worden, daar ook voor hen vanaf
den dag hunner geboorte geld noodig is. De reorganisatie van de
geldcirculatie is een levensvraag voor de heele wereld.
U
weet, dat de gouden standaard verderfelijk werd voor de staten, die hem
aanvaardden, want hij kan de behoefte aan geld niet bevredigen, te
minder nog toen wij ons best deden zooveel mogelijk goud aan den omloop
te onttrekken.
Onze regeering moet een standaard
invoeren, die op de arbeidskracht berust, waarbij het om het even is of
het geld uit papier of uit hout bestaat. We zullen het geld uitgeven
naar de doorsneebehoeften van de onderdanen en de hoeveelheid geld bij
iedere geboorte vermeerderen en bij ieder sterfgeval verminderen. Elke
provincie, elke gemeente moet deze berekeningen overnemen.
Opdat
de afzonderlijke overheden op tijd in het bezit van de door hen
benoodigde gelden komen, zullen de bedragen en de dag van de verzending
door de regeering bij verordening worden vastgesteld; zoodoende zal de
bevoorrechting door de ministeries van de eene overheid ten nadeele van
de andere terzijde worden gesteld.
De voorloopige
ramingen van de staatsinkomsten en -uitgaven zullen naast elkaar gelegd
worden, opdat men beide met elkander vergelijken kan.
Hervormingen,
die wij in de financieele instellingen van de niet- Joden willen
invoeren, zullen wij voorstellen op een manier, die niemand verontrust.
We zullen de noodzakelijkheid van deze veranderingen voorstellen als
gevolgen van den chaos, waarin de financieele huishouding van de
niet-Joodsche staten terecht is gekomen. We zullen bewijzen, dat de
hoofdoorzaak van dezen ongezonden toestand daarin is gelegen, dat men
aan het begin van ieder jaar een begrooting opstelt, die van jaar tot
jaar aan- groeit; dan verlangt men een supplement, dat al na drie
maanden uitgegeven is; hierop wordt een aanvullingsbudget gesloten en
ten slotte begeert men nog een verder crediet om de eindafrekening te
kunnen opmaken. Daar de begrooting voor het daaropvolgende jaar naar de
totale rekening van het afgeloopen jaar wordt opgesteld, bedraagt het
jaarlijksche verlies vijftig procent en de begrooting verdrievoudigt
zich alle tien jaren. Dank zij dezen gang van zaken, welken de
niet-Joodsche regeeringen in hun zorgeloosheid hebben toegepast, zijn
hun schatkisten leeg. De daarop volgende leeningen hebben het restant
opgeslokt en alle staten aan het bankroet gebracht.
U zult wel begrijpen, dat wij z oon economie, zooals wij haar den niet-Joden aanbevolen, bij ons niet zullen dulden.
Iedere
staatsleening bewijst zwakte en gebrek aan begrip voor de rechten van
den staat. De leeningen hangen als het zwaard van Damocles boven het
hoofd der vorsten, die. in plaats van de benoodigde gelden rechtstreeks
bij de onderdanen in den vorm van een belasting te halen, met
uitgestrekte handen bij onze banken komen bedelen. Buitenlandsche
leeningen zijn als bloedzuigers, die men van het staatslichaam niet kan
verwijderen, of het zou moeten zijn dat zij vanzelf afvallen of dat de
staat ze met geweld afschudt. Maar de niet-Joodsche staten schudden deze
bloedzuigers niet van zich af, integendeel, zij vermeerderen nog hun
aantal, zoodat zij aan deze vrijwillige aderlating ten slotte te gronde
moeten gaan.
Wat is in werkelijkheid een leening, vooral
een buitenlandsche anders dan een aderlating? Een leening bestaat uit
staatsschuldverbintenissen, die de verplichting inhouden tot het betalen
van een bepaalde rente, in verhouding tot de grootte van het opgenomen
kapitaal. Bedraagt de rente 5 procent, dan heeft de staat in den loop
van 20 jaar ten overvloede alleen aan rente een bedrag betaald, gelijk
aan het bedrag der leening, in 40 jaar een dubbel zoo hoog bedrag, in 60
jaar het drievoudige en de schuld zelf blijft altijd nog onbetaald.
Hieruit
volgt, dat de staat langs den weg der belastingheffing den armen de
laatste cent ontneemt, alleen om aan vreemde kapitalisten, van wie hij
het geld leende, rente te betalen, in plaats van de benoodigde bedragen
door middel van een belasting die geen rente kost, uit het eigen
volksvermogen bijeen te brengen.
Zoolang de leeningen in
het binnenland werden opgenomen lieten de niet-Joden eenvoudig het geld
uit den zak van de armen in dien van de njken vloeien. Toen wij echter
door omkooping personen kregen om in het buitenland geld op te nemen,
verdwenen alle rijkdommen van de staten in onze kassen en de niet-Joden
werden aan ons schatplichtig.
Door de nalatigheid in de
leiding der staatszaken, door de omkoopbaarheid van de ministers, door
de onbekwaamheid in economische vraagstukken, hebben de regeeringen van
de niet-Joden hun landen dermate in de schuldslavernij van onze banken
gebracht, dat zij hun schulden nooit zullen kunnen betalen. Gij, mijne
heeren, zult begrijpen, welke moeite en geldelijke offers ons het
veroorzaken van dezen toestand heeft gekost.
Storingen in
het geldverkeer zullen wij niet dulden; daarom zullen er geen
verschillende staatsschuldverbintenissen meer zijn, een enkele
uitgezonderd, die één procent rentend zal zijn; deze lage rente zal den
staat niet meer de aderlating door bloedzuigers doen ondergaan. Het
recht tot uitgifte van waardepapieren zal uitsluitend worden toegestaan
aan de industrieele maatschappijen, wien het niet zwaar zal vallen uit
hun winst rente te betalen, terwijl de staat uit zijn leeningen geen
winst kan trekken, daar hij die alleen opneemt om zijn uitgaven te
bestrijden, maar niet om zaken te doen.
Onderteekend door de vertegenwoordigers van Sion van den 33en graad.