Affiche voor 3e Eugenetica congres in Baltimore, VS "A decade of progress in Eugenics" (1932
Een van de vroegste moderne voorstanders van eugenetische ideeën (voordat ze als zodanig werden benoemd) was Alexander Graham Bell, bekend als een van de uitvinders van de telefoon.
In 1881 onderzocht Bell het hoge percentage doven onder de bevolking van het Amerikaanse eiland Martha's Vineyard. Hij trok de conclusie dat doofheid
een erfelijke eigenschap is en beval een trouwverbod voor doven aan.
Zoals zovele andere vroege eugenetici was hij een voorstander van
gecontroleerde immigratie uit eugenetisch oogpunt, en waarschuwde dat
dovenscholen een broedplaats konden zijn voor een doof menselijk ras.
Zijn bijzondere interesse voor doofheid is misschien verklaarbaar als
men weet dat zowel zijn moeder als zijn vrouw doof waren.
De nazi's
voerden talloze experimenten op mensen uit om hun genetische ideologie
en theorieën te testen. In de jaren 1930 en 1940 liet het naziregime
honderdduizenden mensen die zwakzinnig werden bevonden gedwongen steriliseren en doodde het tienduizenden gehandicapten die in instituten verbleven onder de noemer van een euthanasiebeleid. Ook Joden, Roma en Sinti
werden bestempeld als inferieur aan het zogenaamde arische ras en
werden vermoord met een zogenaamde rechtvaardiging ontnomen aan de
eugenetica. Aan de andere kant werden speciale Lebensborn
instellingen opgericht en kwamen er verboden op anti-conceptie en
abortus met als enig doel zo veel mogelijk arische baby's op de wereld
te zetten,
De natie met de op een na grootste eugenetische beweging was de Verenigde Staten. Vanaf 1896 werden in veel staten wetten bekrachtigd waarin het epileptische en zwakzinnige mensen verboden werd te trouwen. De Eugenics Record Office
liet door rechtsgeleerden modelwetgeving ontwerpen die binnen de
jurisprudentie viel waarvan staten gebruiken konden maken. In 1924 werd
de Immigration Restriction Act aangenomen, waarbij
eugenetici voor het eerst een rol speelden bij debatten in het Congres
als expert-adviseurs over de dreiging van de komst van bevolkingsgroepen
uit Oost- en Zuid-Europa.
Deze wet beperkte het aantal immigranten aanzienlijk en versterkte
bestaande wetgeving die rassenvermenging verbood. Eugenetische
beschouwingen vormden ook de grondslag bij de aanname van incestwetten in veel staten van de VS, en werden gebruikt om apartheidswetgeving te rechtvaardigen.
Tussen 1907 en 1963 werden in de VS onder eugenetische
wetgeving meer dan 64.000 mensen gedwongen gesteriliseerd. Een positief
rapport over de resultaten van de sterilisaties in Californië,
waar verreweg de meeste sterilisaties werden uitgevoerd, werd door
nazi-Duitsland aangegrepen als bewijs dat een uitgebreid
sterilisatieprogramma uitvoerbaar is en humaan zou zijn. Toen
nazi-beleidsmakers na de Tweede Wereldoorlog in Neurenberg
terechtstonden voor oorlogsmisdaden, rechtvaardigden ze hun
grootschalige sterilisaties (meer dan 450.000 mensen in minder dan tien
jaar) door de VS aan te wijzen als hun inspiratiebron.
Veel westerse naties namen tot op zekere hoogte eugenetische wetten aan, met uitzondering van onder meer Groot-Brittannië. In Latijns-Amerika
waren eugenetische wetten er vaak op gericht arme, zwarte of inheemse
delen van de bevolking te steriliseren. Dit gebeurde onder andere in Peru, Brazilië, Argentinië en de Dominicaanse Republiek. Ook in de Mexicaanse deelstaat Veracruz werd een sterilisatiewet doorgevoerd, maar daar is voor zover is na te gaan nooit iemand gesteriliseerd.
In Zweden
werden onder dwang 62.000 vrouwen uit arme, vaak niet-Zweedse,
bevolkingsgroepen gesteriliseerd in een periode van veertig jaar, men
bestempelde hen als onderontwikkeld. Soortgelijke dingen gebeurden met
geestelijk gehandicapt verklaarde mensen in Canada, Australië, Noorwegen, Finland, Estland, Zwitserland en IJsland. In Singapore
werd een bescheiden vorm van positieve eugenetica uitgevoerd door het
aanmoedigen van huwelijken tussen hoog opgeleide mensen in de hoop dat
dit zou leiden tot slimmere kinderen.
In de eerste decennia werd eugenetica door velen gezien als wetenschappelijk en vooruitstrevend. Na de Holocaust
ontstond een taboe ten aanzien van eugenetica en werd het verworpen als
mensonwaardig. Onderzoeken die een verschil in gemiddelde intelligentie
tussen Aziaten, Europeanen en Afrikanen zouden aantonen, werden op
grond van methodische argumenten verworpen.
Hedendaagse discussie
Eugenetica
wordt om morele redenen door velen verworpen sinds het einde van de
Tweede Wereldoorlog en daarom hebben bewegingen en instellingen die zich
inlieten met eugenetica hun naam veranderd. Zo werd de American
Eugenics Society (AES), een organisatie die in 1922 eugenetica in
Amerika promootte, in 1972 omgedoopt tot The Society for the Study of Social Biology. De Engelse Eugenics Education Society hernoemde zich in 1989 tot Galton Institute en in 2021 tot Adelphi Genetics Forum.[8]
Ook bij het Amerikaanse hoogste gerechtshof, het Supreme Court, kwam het tot een veranderende opinie. Zo oordeelde het rechtscollege in 1927 in de beroemde zaak Buck vs Bell
(en), dat drie generaties van imbecielen genoeg waren en een staat
wetten mag uitvaardigen die gedwongen sterilisatie onder bepaalde
omstandigheden voorschrijven, in 1942 oordeelde het Hooggerechtshof dat
het recht op voortplanting tot de mensenrechten moet worden gerekend.[9]
Eugenetici in de VS bereidden zich er op voor dat de eugenetica snel
aan populariteit verloor. Organisaties werkten onder andere namen en
noemers voort, soms in dezelfde, soms in andere minder verwante
richtingen. Vele prominente eugenetici werden gerespecteerde
antropologen, biologen en genetici. Critici bedachten daarvoor de term
crypto-eugenetica om het gedachtegoed te kunnen bestrijden.
In vroegere schoolboeken zaten vaak hoofdstukken die wezen
op de wetenschappelijke vooruitgang die zou zijn gemaakt door het
toepassen van eugenetische principes op de bevolking. Veel vroege
wetenschappelijke tijdschriften
gewijd aan de studie van erfelijkheid werden geleid door eugenetici. Na
de Tweede Wereldoorlog werden de meeste eugenetische verwijzingen
weggelaten uit zowel de schoolboeken als latere edities van de
tijdschriften.
De geschiedenis en het concept van eugenetica wordt de
laatste jaren steeds meer en heftiger bediscussieerd nu de genetische
kennis sterk aan het toenemen is. Ondernemingen zoals het Human Genome Project
waarin het menselijk DNA wordt ontcijferd brengen de mogelijkheid tot
genetische selectie en eventueel aanpassing van de menselijke soort
dichterbij.
Hedendaagse eugenetische praktijk
Een van de bekendste pogingen om eugenetica in de praktijk toe te passen was een genieënspermabank (1980-1999) van Robert Klark Graham, van waaruit ongeveer 230 kinderen werden verwekt. De meest bekende zaaddonor was Nobelprijswinnaar William Shockley, een van de uitvinders van de transistor.
Tegenwoordig zijn er nog maar een paar regeringen in de wereld die openlijk een eugenetisch beleid voeren. In 1994 nam China een Moeder- en zuigelingengezondheidszorg-wet aan waarin een screening op genetische ziektes van serieuze aard voor het huwelijk
verplicht werd gesteld. Als zo'n ziekte werd vastgesteld, mocht de
persoon in kwestie niet trouwen of moest zich verplichten tot het
gebruik van voorbehoedsmiddelen of sterilisatie.
Een screeningbeleid, bijvoorbeeld als indicatie voor een eventuele abortus provocatus,
wordt in veel landen toegepast op vrijwillige basis, zowel door het
ongevraagd aan te bieden als op verzoek van (aanstaande) ouders. Op
zowel het Griekse als het Turkse deel van Cyprus werd het uitgevoerd om thalassemie tegen te gaan, met als gevolg dat kinderen met deze erfelijke bloedziekte op het eiland bijna niet meer voorkomen.[10] In bepaalde bevolkingsgroepen (ashkenazi-joden) waarin de recessief erfelijke ziekte van Tay-Sachs
veel meer voorkomt dan in de gemiddelde bevolking kan een paar zich
alvorens te trouwen laten testen op het verantwoordelijke gen,
desgewenst zonder de precieze uitkomst te vernemen, die dan wordt
meegedeeld of de partners compatibel of niet-compatibel zijn. Omdat
onder gelovige joden in deze groep abortus wordt afgewezen, wordt er dan soms voor gekozen niet te trouwen.[11]
Ook in Europa komt het steeds meer voor dat mensen waarbij
in de familie erfelijke ziekten voorkomen vroeg in de zwangerschap
erfelijkheidsonderzoek bij de vrucht laten doen. Moeders boven de 35
jaar krijgen in Nederland standaard vruchtwateronderzoek aangeboden om
zwangerschappen met het syndroom van Down op te sporen.[12] Of hierop wordt ingegaan blijft echter vrijwillig. De meer recente niet-invasieve prenatale test
(NIPT) maakt het eenvoudiger om aangeboren genetische afwijkingen in
een vroeg stadium op te sporen om bij een onwelgevallige uitslag de
zwangerschap af te breken. Daarbij wordt getest op bekende afwijkingen,
maar ook op niet beschreven afwijkingen die niet overeenkomen met het
"normale" genoom.
(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Eugenetica)