De avond valt,
de zon sluit haar ogen
en het licht trekt zich terug
tot een dunne, gouden lijn
aan de rand van de horizon.
In dat zachte verdwijnen
wordt de mens stil.
Een verwondering opent zich,
zoals een bloem die niet weet
dat ze bloeit.
Want wanneer het licht zich terugtrekt,
wordt het innerlijke licht hoorbaar.
Bewust‑zijn ademt dan dieper,
alsof het fluistert:
"Ik ben er altijd geweest."
Een nieuwe wereld ontvouwt zich ,
niet buiten ons,
maar door ons heen.
Ontdaan van pijn, verdriet, haat, jaloezie.
Alles valt weg,
zoals de avond
die moeiteloos neerdaalt
en niets meeneemt
behalve stilte.
In die stilte
komt iets nieuws tevoorschijn:
een trilling, een veld,
een oeroude herinnering
aan wie wij werkelijk zijn.
Geen persoon,
maar een aanwezigheid.
Geen verhaal,
maar een bron.
Zoals Rumi fluistert:
"The wound is the place
where the Light enters you."
En precies daar,
in dat schemerpunt
waar het oude oplost
en het nieuwe nog niet vorm heeft,
wordt bewust‑zijn zichtbaar
als een wervel van licht.
Een scalaire stroom
die alles doordringt
en alles vernieuwt.
De avond valt,
maar jij ontwaakt.
Het licht trekt zich terug,
maar jij wordt helder.
Een nieuwe wereld verschijnt,
omdat jij haar voelt
nog vóór ze geboren wordt.
Stéphane