Het onderzoek dat de Amsterdamse politie en justitie uitvoerden met behulp van de ROLODEX (kaartenhouder), was gericht op een netwerk van minderjarige jongensprostitué's en ronselaars die via een (homo-) bordeel/escortbureau werkten.
Het hoofdonderzoek, dat in 1997 werd gestart, leidde tot de vervolging en de veroordeling van de bordeelhouder en één van diens ronselaars. Daarbij kwamen onverwacht de namen van topambtenaren in beeld.
Naar aanleiding hiervan werd onder verantwoordelijkheid van de Amsterdamse hoofdofficier van Justitie in augustus 1998 een multidisciplinair team geformeerd, dat bestond uit personeelsleden van de Rijksrecherche, de BVD, het Bureau Interne Onderzoeken en het bureau Sociale Jeugd- en Zedenpolitie (SZJP).
Doel was onder meer het verrichten van onderzoek naar vermeend seksueel misbruik van jongens onder de 16 jaar door justitieambtenaren. Dit deelonderzoek, het Rolodex-onderzoek, is genoemd naar de vermeende rolodex (kaartenhouder) van de bordeelhouder met daarin het klantenbestand.