Verdieping Vrijmetselaars en de leer van de esoterische wetenschap
Van Tempeliers en Baphomet tot hermetisme, kabbala en de hogere graden
De
vrijmetselarij wordt al eeuwen omgeven door verhalen over verborgen
kennis, geheime rituelen en oude esoterische tradities. Sommige
verbanden zijn historisch aantoonbaar. Andere zijn later ontstaan als
theorie, mythe of speculatie. Waar loopt de grens?
Wie
de geschiedenis van de westerse esoterie bestudeert, kan moeilijk om de
vrijmetselarij heen. In de academische literatuur wordt de
vrijmetselarij daadwerkelijk behandeld binnen het onderzoeksgebied van
de westerse esoterie, naast onderwerpen als hermetisme, kabbala,
alchemie, magie en rozenkruisers.
Dat
betekent echter niet dat vrijmetselarij en esoterie hetzelfde zijn.
Evenmin betekent het dat iedere vrijmetselaar zich bezighoudt met
occultisme. De geschiedenis is ingewikkelder — en juist daarom
interessanter.
De vrijmetselarij als inwijdingstraditie
De moderne vrijmetselarij kent een stelsel van rituelen en graden. In de Nederlandse traditie vormen Leerling, Gezel en Meester de drie basisgraden. Daarnaast bestaan er verschillende vrijwillige vervolgorganisaties en aanvullende graden.
De
Nederlandse Orde van Vrijmetselaren beschrijft haar methode als een
vorm van persoonlijke ontwikkeling waarin symbolen en rituelen centraal
staan. De bouwsymboliek — met onder meer passer, winkelhaak en de ruwe
steen — wordt gebruikt om na te denken over de mens en zijn verhouding
tot anderen.
Daarmee vertoont de vrijmetselarij een belangrijk kenmerk dat ook in veel esoterische tradities voorkomt: betekenis
wordt niet uitsluitend via een rationele uiteenzetting overgedragen,
maar ook via symbolen, rituelen en persoonlijke ervaring.
De
wetenschappelijke studie van de vrijmetselarij benadrukt eveneens het
belang van de inwijding. Volgens historicus Jan A. M. Snoek bestaat het
maçonnieke "werk" in belangrijke mate uit initiatierituelen.
Verschillende systemen van hogere graden zijn in de loop van de
geschiedenis ontstaan.
Wat is esoterie?
Het woord esoterie
wordt tegenwoordig gebruikt als verzamelbegrip voor verschillende
historische stromingen waarin verborgen, innerlijke of bijzondere vormen
van kennis een rol spelen.
Tot het onderzoeksgebied van de westerse esoterie worden onder andere gerekend:
De Cambridge Handbook of Western Mysticism and Esotericism behandelt deze tradities expliciet binnen één onderzoeksgebied.
"Esoterische wetenschap" moet daarbij niet worden verward met moderne natuurwetenschap. Het gaat om historische vormen van kennis en wereldbeschouwing, niet om wetenschappelijke theorieën die volgens de hedendaagse empirische methode zijn vastgesteld.
Hermetisme: kennis van Hermes
Een belangrijke traditie binnen de westerse esoterie is het hermetisme.
Het hermetisme ontleent zijn naam aan Hermes Trismegistus, een legendarische figuur die in de oudheid werd verbonden met de Griekse Hermes en de Egyptische Thoth. De zogenaamde Corpus Hermeticum bestaat uit zeventien Griekse traktaten die onder meer handelen over kosmologie, spirituele verlichting en de verhouding tussen God, mens en wereld.
Tijdens de Renaissance ontstond opnieuw grote belangstelling voor deze teksten. Hermetische ideeën werden vervolgens onderdeel van een veel bredere intellectuele cultuur waarin ook astrologie, magie, alchemie en kabbala een plaats kregen.
Dat is van belang voor de geschiedenis van de vrijmetselarij omdat de moderne vrijmetselarij enkele eeuwen later ontstond, in een Europa waarin deze ideeën al circuleerden.
Daaruit mag echter niet automatisch worden geconcludeerd dat de vrijmetselarij rechtstreeks uit het hermetisme is voortgekomen. De historische verbindingen moeten per ritus, periode en bron worden onderzocht.
Kabbala en de zoektocht naar verborgen betekenis
Een tweede belangrijke traditie is de kabbala.
De kabbala is oorspronkelijk een joodse mystieke traditie. Vanaf de Renaissance ontstond daarnaast in Europa een christelijke vorm van kabbalistische interpretatie. De academische literatuur behandelt de christelijke kabbala als een afzonderlijk onderdeel van de geschiedenis van de westerse esoterie.
Kabbalistische ideeën kregen in bepaalde Europese intellectuele kringen een symbolische en filosofische betekenis. Getallen, letters, namen en Bijbelteksten konden daarbij worden beschouwd als dragers van diepere betekenissen.
Ook hier geldt dat overeenkomsten in symboliek nog geen bewijs vormen voor een directe historische afstamming van de vrijmetselarij. Een journalistieke reconstructie moet daarom steeds vragen: welke tekst, welke persoon, welke loge en welke periode?
De rozenkruisers
Een derde stroming die regelmatig in verband wordt gebracht met de vrijmetselarij is het rozenkruisersdenken.
De rozenkruisersmanifesten verschenen in het begin van de zeventiende eeuw en presenteerden een programma van religieuze en intellectuele vernieuwing. In de geschiedenis van de westerse esoterie worden rozenkruisers onder meer verbonden met hermetische en alchemistische ideeën.
Ook hier is voorzichtigheid nodig. Het bestaan van rozenkruisersliteratuur vóór de moderne vrijmetselarij betekent niet dat er automatisch een recht echter wordt beweerd dat alle vrijmetselaars een geheime wetenschappelijke leer volgen die dezelfde inhoud heeft als hermetisme, kabbala, magie of satanisme, ontbreekt daarvoor eenij geen uniforme dogmatische leer heeft en dat rituelen door verschillende vrijmetselaars verschillend kunnen worden geïnbare raakvlakken met de geschiedenis van het hermetisme, de kabbala, het rozenkruisersdenken en verschillende vormen van symbolische en initiatorische traditie. De Tempstreekse organisatorische lijn bestaat tussen de twee.
Wel is het historisch relevant dat dezelfde Europese cultuur van symboliek, mystiek, alchemie en verborgen kennis later ook een rol ging spelen in bepaalde vormen van vrijmetselarij.
De Tempeliers: geschiedenis en mythe
Geen onderwerp heeft de verbeelding rond de vrijmetselarij waarschijnlijk sterker beïnvloed dan de Tempeliers.
De middeleeuwse Orde van de Tempel bestond werkelijk. Maar de veelbesproken theorie dat de moderne vrijmetselarij rechtstreeks uit de Tempeliers zou zijn voortgekomen, is iets anders.
De Nederlandse vrijmetselaarsorganisatie zelf maakt daar een duidelijk onderscheid. Volgens een historische toelichting bestaat er geen deugdelijk bewijs dat de vrijmetselarij rechtstreeks van de Tempeliers afstamt. Wel bestaan er latere maçonnieke graden en organisaties waarin de naam en symboliek van de Tempeliers voorkomen.
Dat onderscheid is belangrijk.
Een maçonnieke Tempeliersgraad is historisch bewijs dat de Tempeliers later in de vrijmetselaarscultuur zijn opgenomen als symbolische of rituele traditie. Het is geen bewijs dat de middeleeuwse Tempeliers de moderne vrijmetselarij hebben opgericht.
Baphomet en de Tempeliers
Hier wordt het onderwerp nog gevoeliger.
De naam Baphomet verschijnt in verband met de processen tegen de Tempeliers in het begin van de veertiende eeuw. In processtukken wordt gesproken over een vermeend door Tempeliers vereerd idool. De verklaringen over wat Baphomet precies zou zijn geweest, lopen echter sterk uiteen.
Daarmee begint een lange geschiedenis van interpretatie.
De bekende afbeelding van Baphomet als een gehoornde, gevleugelde figuur met een geitenhoofd is niet de middeleeuwse afbeelding uit de Tempelprocessen. Deze voorstelling werd in de negentiende eeuw gecreëerd door de Franse occultist Éliphas Lévi.
Dat historische onderscheid is cruciaal.
De naam Baphomet in de Tempelprocessen en de moderne afbeelding van Lévi zijn niet simpelweg hetzelfde historische object.
Baphomet en de vrijmetselarij
Ook hier ontstaan gemakkelijk verkeerde conclusies.
Het bestaan van Baphomet in verhalen over de Tempeliers bewijst op zichzelf niet dat vrijmetselaars Baphomet aanbidden. Evenmin bewijst een afbeelding die iemand als Baphomet interpreteert automatisch dat de eigenaar of gebruiker van die afbeelding Baphomet vereert.
Zelfs de geschiedenis van de vrijmetselarij laat zien dat bepaalde symbolen en namen in verschillende perioden verschillende betekenissen kunnen krijgen.
Een onderzoeker moet daarom steeds vier vragen stellen:
Wanneer is het symbool ontstaan?
Wie gebruikte het?
Welke betekenis gaf die persoon of organisatie eraan?
En is die betekenis daadwerkelijk gedocumenteerd?
Zonder die vragen ontstaat al snel een keten waarin historische symbolen aan elkaar worden gekoppeld zonder dat de tussenliggende historische bewijzen aanwezig zijn.
De hogere graden
Naast de drie basisgraden bestaan binnen de vrijmetselarij verschillende voortgezette werkwijzen. De Nederlandse Orde noemt onder meer het Hoofdkapittel der Hoge Graden, de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, het Heilig Koninklijk Gewelf en verschillende andere organisaties. Deelname daaraan is vrijwillig.
Historisch ontstonden veel van deze hogere graden pas enkele decennia na het formele ontstaan van de moderne vrijmetselarij in 1717. Ze ontwikkelden aanvullende rituelen en tradities.
Juist in deze hogeregradensystemen vinden we een grote verscheidenheid aan symboliek en historische verwijzingen.
Sommige systemen gebruiken christelijke symboliek; andere verwijzen naar Tempeliers, koninklijke gewelven, Schotse tradities of andere historische motieven.
Daarom bestaat er niet één "hogere vrijmetselarij" met één uniforme esoterische leer.
De rol van het ritueel
Wat de verschillende systemen wel met elkaar gemeen kunnen hebben, is het belang van rituele ervaring.
Een ritueel bestaat niet alleen uit woorden. Het kan bestaan uit een bepaalde ruimte, kleding, bewegingen, licht en duisternis, voorwerpen, symbolen, vaste teksten en herhaling.
De Nederlandse Orde beschrijft rituelen als een vorm van spel met rollen, woorden en handelingen in een vast patroon. Symbolen en rituelen dienen volgens de organisatie als een gemeenschappelijke taal voor gedachten en ervaringen die moeilijk rechtstreeks onder woorden zijn te brengen.
Vanuit religiewetenschappelijk perspectief is dat interessant omdat het laat zien hoe kennis en betekenis via ervaring kunnen worden overgedragen.
Is dat esoterische wetenschap?
Daarmee komen we terug bij de centrale vraag.
Wanneer met "esoterische wetenschap" wordt bedoeld: een historische traditie van verborgen of innerlijke kennis waarin symboliek, ritueel, kosmologie en persoonlijke ervaring een belangrijke rol spelen, dan zijn er duidelijke raakvlakken met bepaalde vormen van vrijmetselarij.
Wanneer echter wordt beweerd dat alle vrijmetselaars een geheime wetenschappelijke leer volgen die dezelfde inhoud heeft als hermetisme, kabbala, magie of satanisme, ontbreekt daarvoor een historische basis.
De academische literatuur benadrukt juist dat de vrijmetselarij geen uniforme dogmatische leer heeft en dat rituelen door verschillende vrijmetselaars verschillend kunnen worden geïnterpreteerd.
Waar het onderzoek interessant wordt
De meest interessante onderzoeksvraag is daarom niet:
"Zijn vrijmetselaars occultisten?"
maar:
"Welke ideeën uit de westerse esoterische traditie zijn in welke vrijmetselaarsriten terechtgekomen, wanneer gebeurde dat en welke betekenis kregen ze daar?"
Die vraag kan historisch worden onderzocht.
Daarbij kunnen bijvoorbeeld originele rituaalteksten, constituties, maçonnieke tijdschriften, correspondentie en documenten van specifieke ritussen worden onderzocht.
Ook kan worden gekeken naar de ontwikkeling van symbolen door de tijd heen.
Een symbool dat in de achttiende eeuw een christelijke betekenis had, kan in de negentiende eeuw door een occultist anders worden geïnterpreteerd. Een moderne interpretatie kan vervolgens weer worden teruggeprojecteerd op het verleden. Juist daar ontstaan veel historische misverstanden.
Feit, interpretatie en theorie
Een zorgvuldig onderzoek naar vrijmetselarij en esoterie zou daarom drie niveaus uit elkaar moeten houden.
Het eerste niveau is het historische feit.
Een bepaalde tekst, ritus, afbeelding of organisatie kan aantoonbaar hebben bestaan.
Het tweede niveau is de historische interpretatie.
Onderzoekers kunnen op basis van bronnen vaststellen dat een bepaalde symboliek waarschijnlijk is beïnvloed door een oudere traditie.
Het derde niveau is de hypothese.
Daarbij wordt een verband voorgesteld waarvoor nog onvoldoende onafhankelijk bewijs bestaat.
Die drie niveaus mogen niet met elkaar worden verwisseld.
Slot
De vrijmetselarij bevindt zich historisch gezien op een interessant kruispunt van religie, filosofie, symboliek, ritueel en Europese esoterische tradities.
Er zijn aantoonbare raakvlakken met de geschiedenis van het hermetisme, de kabbala, het rozenkruisersdenken en verschillende vormen van symbolische en initiatorische traditie. De Tempeliers en Baphomet spelen daarnaast een belangrijke rol in de latere verbeelding rond vrijmetselarij en esoterie, maar de historische verbanden zijn niet allemaal even sterk.
De kern van het journalistieke onderzoek ligt daarom niet in het verzamelen van zoveel mogelijk overeenkomende symbolen, maar in het reconstrueren van de historische keten tussen die symbolen.
Wie beweert dat een hedendaagse vrijmetselaar een bepaald oud esoterisch systeem volgt, zal moeten aantonen hoe dat systeem via concrete teksten, rituelen, organisaties en personen daadwerkelijk bij die vrijmetselaar terecht is gekomen.
Daarmee verandert een onderwerp dat vaak wordt omgeven door geheimzinnigheid in iets dat daadwerkelijk onderzocht kan worden: de geschiedenis van ideeën, symbolen en rituelen — en de vraag hoe zij door de eeuwen heen nieuwe betekenissen hebben gekregen.