Dit is het zeventiende hoofdstuk van het in 2016 verschenen boek Complotdenkers. Elke dag verschijnt er een hoofdstuk op De Halve Waarheid. Bekijk hier het overzicht van alle hoofdstukken.
17. 'Misschien ging Demmink wel puzzels leggen met die jonge jongens'
Is
Joris Demmink, tot zijn pensionering in 2012 de hoogste ambtenaar op
justitie, een even machtige als misdadige kinderverkrachter die de
Nederlandse elite in zijn greep heeft? Of is hij wellicht zelf
slachtoffer, van een vendetta die twee multimiljonairs tegen hem voeren?
Dit is het zeventiende hoofdstuk van het in 2016 verschenen boek Complotdenkers. Elke dag verschijnt er een hoofdstuk op De Halve Waarheid. Bekijk hier het overzicht van alle hoofdstukken.
Op 2 april 2007 doen advocaten Adele van der Plas en Pieter Bakker
Schut aangifte tegen Joris Demmink. Zij doen dat namens hun cliënt
Huseyin Baybaşin, een man die vanwege zijn betrokkenheid bij drugshandel
en moorden ooit de Pablo Escobar van Europa werd genoemd. Baybaşins
advocaten beschuldigen Demmink van kindermisbruik in Turkije.
De reden voor de aangifte is dat de Turkse autoriteiten de kennis
over dit seksuele misbruik in de jaren negentig zouden hebben gebruikt
om Nederland te dwingen om Baybaşin tot levenslang te veroordelen,
stellen de raadslieden. 'Baybaşin moest hangen en de topambtenaar werkte
mee om te voorkomen dat hij zelf in Turkije zou worden vervolgd voor
pedofilie', verklaren zij tegenover De Telegraaf.
De storm rondom Joris Demmink, die kort nadat
Panorama en de
Gay Krant voor
hem door het stof zijn gegaan is gaan liggen, steekt weer in alle
hevigheid op. Verscheidene parlementariërs stellen kamervragen over de
aangifte en kranten en actualiteitenprogramma's beginnen zich wederom in
de handel en wandel van de secretaris-generaal te verdiepen.
Ook Micha Kat springt bovenop de zaak. 'Justitie- SG Joris Demmink
gechanteerd met kindersex', kopt hij drie dagen na de aangifte van Van
der Plas en Bakker Schut op zijn website Klokkenluider Online.
'Volgens de aangifte die zich baseert op een rapport van begin dit
jaar van de Turkse overheid zelf heeft premier Tansu Ciller begin 1997
met minister Winnie Sorgdrager van justitie over Baybaşin gesproken
waarbij Sorgdrager de opdracht kreeg dat hij "tot zwijgen gebracht moest
worden". Ciller heeft daarbij het Demmink- dossier op tafel gelegd',
schrijft Kat.
'Sorgdrager en Demmink alsmede de opvolgers van Sorgdrager hebben de
"opdracht" van Ciller vervolgens uitgevoerd door Baybaşin voor de
rechter te brengen op grond van verzonnen delicten en veroordeeld te
krijgen op basis van gemanipuleerd bewijsmateriaal, vooral in de vorm
van gefabriceerde telefoontaps.'
Het artikel betekent het startschot van een jarenlange campagne die
Kat tegen Demmink zal voeren. Hij publiceert op zijn website het ene na
het andere 'schokkende' artikel over de secretaris-generaal van
justitie. Demmink maakt zich volgens Kat niet alleen schuldig aan het
misbruiken van minderjarigen, hij eet ze ook nog eens op.
Om te voorkomen dat dat uitkomt, laat Demmink allerhande
klokkenluiders om het leven brengen. Een mysterieuze bende van
koelbloedige killers, door Kat aangeduid als de 'Demmink Squads', zou om
de haverklap journalisten en politici zoals Els Borst uit de weg
ruimen.
Om die reden maakt Kat zich ook grote zorgen over zijn eigen
veiligheid. Zo houdt hij er serieus rekening mee dat hij tijdens een
fietsvakantie in de Dordogne door een drone van zijn tweewieler zal
worden geschoten. Met zijn eindeloze stroom artikelen over Demmink trekt
Kat onder meer de aandacht van de dj en ondernemer Adam Curry. Die
nodigt hem in 2008 uit om in zijn programma Your Wake-up Call op
het radiostation Arrow Classic Rock over Joris Demmink te komen
vertellen. Het is een kans die Kat, die op dat moment in Bangkok zit,
met beide handen aangrijpt.
In de uitzending schetst Kat een beeld van een netwerk van
hooggeplaatste pedofielen die rituele feesten houden waar kinderen
worden misbruikt. 'Het is zeker dat Demmink zich al minimaal tien jaar
schuldig maakt aan het systematisch verkrachten en misbruiken van jonge
kinderen', vertelt Kat. 'Hij heeft waarschijnlijk honderden kinderen
misbruikt in zijn seksuele pedofiele carrière. En dat gaat door tot op
de dag van vandaag.'
Net als Panorama en Gay Krant dat eerder deden, suggereert Kat dat er
sprake is van klassenjustitie. 'Er is een absurde ongelijkheid
ontstaan', stelt hij vast. 'Het kabinet treedt steeds strenger op tegen
gewone mensen die zich schuldig maken aan seksuele delicten. Zelfs het
in bezit hebben van kinderporno kan al reden zijn voor ontslag.'
Ondertussen gaat Demmink, waarvan volgens Kat 'vaststaat dat hij
schuldig is aan de meest weerzinwekkende delicten denkbaar', vrijuit.
'Het verbijsterende is dat het kabinet en de minister weigeren om
zelfs maar een minuscuul stukje schuld van deze man in overweging te
nemen', aldus Kat. Met zijn artikelen, video's en media-optredens raakt
Kat een gevoelige snaar bij andere complotdenkers. Tal van mensen
beginnen Demmink te beschouwen als de kwade genius achter alles wat er
mis is met de Nederlandse rechtsstaat.
Op Hyves verschijnt in het najaar van 2008 een pagina waarop de
overheid wordt opgeroepen om Demmink te vervolgen. In het straatbeeld
duiken stickers op met dezelfde boodschap. Er vinden anti-
Demmink-protesten plaats in Haarlem en Den Haag. In de hofstad trekt een
groep demonstranten naar het privéadres van Joris Demmink. 'Joris D.,
weg ermee, Joris D., weg ermee!', scanderen ze.
Volgens de samenzweringsgelovigen is de secretaris-generaal de
machtigste man van Nederland. Zij zien zijn hand in alle onterechte
veroordelingen en vrijspraken. Hij zou misdadigers de hand boven het
hoofd houden en onschuldigen in de gevangenis gooien. Zelf hoeft hij als
hoogste ambtenaar op justitie vanzelfsprekend niet te vrezen dat hij
voor zijn pedoseksuele activiteiten wordt bestraft. Dankzij zijn functie
beschikt hij immers over genoeg kennis over de Nederlandse elite om
alle hoogwaardigheidsbekleders door middel van chantage in het gelid te
houden.
De zaak Demmink trekt ook de aandacht van Jan Poot, de ondernemer die
zich zo benadeeld voelt door de rechterlijke macht in de Chipshol-zaal.
Nadat hij bij tal van juridische procedures het lid op de neus heeft
gekregen, is hij ervan overtuigd geraakt dat de Nederlandse rechtsstaat
door- en door verrot is. En de hoogste ambtenaar op justitie is daar wat
hem betreft de verpersoonlijking van. 'Ik ben niet begonnen met hem
vanwege zijn pedofilie, maar vanwege Schiphol', zegt Poot over Demmink
in een interview met de Volkskrant. 'Hij dwarsboomt mijn plannen met de luchthaven.'
Mensen die Demmink onder vuur nemen, kunnen bij Poot aankloppen voor
financiële steun. Maandelijks maakt hij geld over naar Kat. In 2010
brengt hij het grotendeels door Kat gevulde boek De Demmink doofpot uit.
Ook betaalt Poot de reis die advocate Adele van der Plas in 2012 naar
de Verenigde Staat maakt om daar voor Amerikaanse Congresleden te
getuigen over Demmink. De raadsvrouw wordt bij die trip vergezeld door
oud-rechercheur Klaas Langendoen, die in Turkije onderzoek heeft gedaan
naar Demmink, en door Bart: een man die beweert dat hij door de
secretaris-generaal is misbruikt.
'Help mij om Demmink en zijn netwerk van machtige pedofielen voor het
gerecht te krijgen', vraagt deze voormalige jongensprostituee, die
vanachter een scherm getuigt. 'Zorg ervoor dat het recht weer zijn
beloop kan hebben in Nederland. En zorg ervoor dat ik anoniem kan
blijven, want ik vrees nog altijd voor mijn leven. Ik weet te veel over
de pedofielen.' In 2013 financiert Jan Poot de oprichting van de
Stichting de Roestige Spijker. Voorzitter wordt de Amerikaanse
Nederlander Robert Rubinstein. Ben Ottens, die jarenlang bij justitie
werkte en voor D66 in de gemeenteraad van Haarlemmermeer zat, treedt aan
als secretaris.
De stichting houdt zich volgens de inschrijving bij de Kamer van
Koophandel bezig met 'het verwerven van informatie over misstanden bij
de overheid en het bijdragen aan de onthulling daarvan alsmede het
(doen) bevorderen van onderzoeksjournalistiek op dit terrein'. Op de
site van de stichting staat dat zij zich wil 'beijveren voor onderzoek
naar en berichtgeving over onderwerpen waarover niet geschreven mag
worden'. In de praktijk is dat echter maar een onderwerp: Joris Demmink.
Het grootste succes boekt Stichting de Roestige Spijker met de
voorlopige getuigenverhoren die in maart en april 2014 in de Utrechtse
rechtbank plaatsvinden. De verhoren krijgen veel media-aandacht. Dankzij
Twitter kan iedereen die in de zaak geïnteresseerd is, live volgen wat
de opgeroepen getuigen vertellen.
Hoewel Demmink de zittingen in Utrecht geen enkele keer bijwoont, is
hij op verhoordagen daardoor permanent in het nieuws. Op een
meegebrachte iPad kunnen Rubinstein en Ottens, die in de rechtbank naast
advocaat Matthijs Kaaks zitten, voortdurend volgen wat er over de zaak
wordt geschreven. Af en toe tonen ze Peter Poot, de zoon van Jan Poot
die vlak achter hen op de eerste rij zit, glimlachend een artikel.
Omdat de Roestige Spijker de getuigen heeft mogen uitkiezen, ontstaat
er tijdens de verhoren een beeld dat allesbehalve positief is voor de
inmiddels gepensioneerde secretaris-generaal. De link Demmink –
kindermisbruik wordt immers in elk verhoor gelegd. Meestal door getuigen
die ervan overtuigd zijn dat Demmink zich inderdaad heeft vergrepen aan
minderjarigen.
Hard bewijs voor die overtuiging komt er tijdens de verhoren, die
verspreid over twee maanden in totaal acht dagen in beslag nemen, echter
niet. Geen van de getuigen kan hard maken dat Demmink daadwerkelijk
iets onoorbaars heeft gedaan. De onder ede afgelegde verklaringen
betreffen hoofdzakelijk verhalen uit de tweede of derde hand, vaak van
tientallen jaren geleden.
De enige die beweert zelf getuige te zijn geweest van Demminks
seksueel misbruik is de in 1973 geboren Bart van Well die op de eerste
verhoordag in Utrecht verschijnt.
Van Well speelt een voorname rol in Dutch injustice, een
minidocumentaire over Demmink die de Roestige Spijker in Nederland wil
verspreiden. Hij is de dezelfde man die eerder ook al anoniem in de
Verenigde Staten heeft verklaard over het misbruik door de topambtenaar.
In Utrecht vertelt Van Well, die behalve door psychische stoornissen
(hij lijdt naar eigen zeggen aan een posttraumatische-stressstoornis en
aan een manisch depressieve stoornis) ook door forse schulden wordt
geplaagd, min of meer hetzelfde verhaal als in het Amerikaanse Congres.
Hoe hij als veertienjarige (redactie: Van Well was 15 jaar) wegliep van huis. Dat hij vanuit Limburg de
trein naar Amsterdam pakte. Hoe hij daar een man tegen het lijf liep die
hem onderdak bood. Dat deze man naaktfoto's van hem maakte, waarmee hij
Van Well chanteerde.
Hoe hij in jongensbordelen belandde. Dat hij in contact kwam met een
hoogleraar van de Vrije Universiteit die hem op zijn beurt weer
voorstelde aan een ambtenaar die Joris heette. En hoe hij de ambtenaar
op een vrijdagavond in 1988 op de achterbank van zijn auto oraal moest
bevredigen, terwijl de chauffeur voorin zat.
Dat de betreffende ambtenaar Joris Demmink moet zijn geweest, ontdekt
Van Well pas vijftien jaar later, als de Panorama en de Gay Krant over
'Pieter-Jan' schrijven. Nog weer eens acht jaar later stapt hij met zijn
verhaal naar advocate Adele van der Plas.
Rond diezelfde tijd – hij is dan wegens een depressie opgenomen in
een psychiatrisch ziekenhuis – laat hij zich ook interviewen door Micha
Kat. Een groot deel van het door Kat opgetekende verhaal strookt met de
verklaringen die Van Well in Utrecht aflegt.
Op sommige punten bestaan er echter ook grote verschillen. Terwijl
Van Well in Utrecht vertelt dat hij slechts een keer orale seks met
Demmink heeft gehad, gaan de door Kat opgeschreven aantijgingen een stuk
verder. Van Well zou verscheidene malen seks met de topambtenaar hebben
gehad: niet in diens auto, maar in een club en bij de VU-professor
thuis. Dat bleef bovendien niet beperkt tot orale seks. 'Hij wilde
vieze, extreme dingen in bed.'
Ook verklaarde Van Well tegenover Kat dat hij in de tot martelkamer
omgebouwde kelder van een voormalig juridisch adviseur van Beatrix ooit
prins Claus heeft gezien. Die ontmoeting zou volgens Bart verklaren hoe
Demmink zijn hoge functie bij justitie heeft bemachtigd: hij wist te
veel over de pedoseksuele praktijken van de prins.
Die aantijgingen wil Van Well in Utrecht niet onder ede herhalen. De verhalen over Claus zijn volgens hem complete onzin.
Kat toont zich na afloop teleurgesteld over de verklaring van Van
Well die volgens hem 'net niet goed uit de verf ' kwam. 'Het staat nog
steeds niet 100 procent vast dat die Joris waar het vandaag steeds om
ging, ook Joris Demmink is', constateert hij mismoedig in een video die
hij op de trappen van de Utrechtse rechtbank opneemt.
De suggestie dat Demmink een recidiverende pedoseksueel is, blijft op
alle verhoordagen terugkomen. Bijvoorbeeld op 24 maart 2014. Als de
Roestige Spijker Klaas Langendoen laat opdraven.
De ex-rechercheur Langendoen werd halverwege de jaren negentig het
symbool van alles wat er niet deugde aan de Nederlandse bestrijding van
de drugscriminaliteit. Samen met zijn collega Joost van Vondel liet hij
informanten uit het drugscircuit tientallen containers met marihuana
importeren en doorverkopen.
Het idee was dat de twee rechercheurs op die manier 'de grote
jongens' uit de Nederlandse drugswereld te pakken konden krijgen. Zover
kwam het nooit. In plaats van dat de politie de drugsinformanten
aanstuurde, bleken de criminele informanten de politie voor hun karretje
te hebben gespannen. Het waren gouden tijden voor de drugscriminelen
die honderden tonnen drugs konden importeren zonder dat ze bang hoefden
te zijn voor de politie.
Toen dat uitkwam, was de politieke verontwaardiging groot. Tientallen
betrokkenen moesten verantwoording afleggen voor de parlementaire
enquêtecommissie die onder leiding van Maarten van Traa (PvdA) onderzoek
deed naar de opsporingsmethoden van de Nederlandse politie. Langendoen
en Van Vondel raakten hun baan kwijt en werden veroordeeld wegens het
plegen van meineed.
Inmiddels heeft Langendoen een juridisch adviesbureau. En zo kon het
gebeuren dat op een goede dag advocate Adele van der Plas bij hem
aanklopte. Kon Langendoen niet eens onderzoek doen in de zaak- Baybaşin,
was haar vraag. En dus reisde Langendoen vanaf 2008 verscheidene malen
naar Turkije waar Joris Demmink zich zou hebben vergrepen aan zeker twee
minderjarige jongens.
Dat Turkse onderzoek is de reden dat de Roestige Spijker Langendoen
heeft gevraagd voor een verhoor in de Utrechtse rechtbank. De stichting
wil van de gewezen rechercheur weten wat zijn bevindingen waren.
Erg veel zin om over Demmink te verklaren heeft Langendoen duidelijk
niet. Hij voorziet 'ernstige politieke consequenties als de zaak wordt
uitgezocht', begint hij. 'En ik ben niet voornemens om nog een keer de
rekening voor een politieke affaire te betalen. Dat heeft me in het
verleden al genoeg gekost.' Toch vertelt hij. Over de man die claimt dat
hij Joris Demmink bij diens bezoeken aan Turkije in de jaren negentig
beveiligde. En die, blijkbaar als onderdeel van zijn beveiligingswerk,
ook straatjongens voor de Nederlandse topambtenaar regelde.
Twee van die jongens, Mustafa en Osman, heeft Langendoen gesproken.
Hij haalt ze in zijn verhoor in Utrecht voortdurend door elkaar, maar
dat maakt hun aantijgingen niet minder ernstig. De twee beweren dat ze
in de jaren negentig door Demmink zijn misbruikt. Bij een door
Langendoen opgezette fotoconfrontatie pikken ze foto van de topambtenaar
er feilloos uit. Een van de twee scheurt de foto zelfs boos doormidden.
Dat klinkt misschien niet best voor Demmink, maar aan de
getuigenissen die Langendoen bij Mustafa en Osman afneemt, kleven de
nodige eigenaardigheden.
Zo vertelt Mustafa dat hij met de auto werd opgepikt in Istanbul,
maar dat het misbruik vervolgens plaatsvond in een hotelkamer in Bodrum:
zo'n twaalf uur (!) rijden bij Istanbul vandaan.
Met de fotoconfrontatie is eveneens wat geks aan de hand, zo blijkt
als Demminks advocaat Harro Knijff daarover vragen begint te stellen aan
Langendoen.
'Klopt het dat u bij uw fotoconfrontatie, behalve een foto van Joris
Demmink, ook foto's van Fred Teeven en Ernst Hirsch Ballin gebruikte',
wil hij weten. Dat blijkt te kloppen.
'Bent u bekend met het oordeel van het landelijk expertisecentrum
bijzondere zedenzaken over uw fotoconfrontatie', vraagt Knijff. Die
hadden inderdaad forse kritiek, moet Langendoen toegeven.
Knijff: 'Zou het kunnen dat Osman de foto van Demmink al eerder heeft gezien?'
'Niet dat ik weet', antwoordt Langendoen. Demminks advocaat is niet
de enige die weinig geloof hecht aan de beschuldigingen van de twee
Turken. Datzelfde geldt voor justitie. Het OM haalde Osman eerder al
naar Nederland zodat hij zijn aangifte kon toelichten, maar concludeerde
dat zijn verklaringen 'niet consistent en gedetailleerd genoeg' waren.
Dat Baybaşin baat heeft bij de verklaringen van de twee Turkse mannen
staat buiten kijf. Dat hij door zijn betrokkenheid bij de drugshandel
een vermogend en invloedrijk man is, staat volgens justitie eveneens
vast. Het is verleidelijk om deze twee zaken met elkaar in verband te
brengen. Zouden Mustafa en Osman misschien betaald zijn om een valse
verklaring af te leggen?
Baybaşins advocate denkt van niet. 'Het is totaal onmogelijk dat hij
zoiets zou kunnen organiseren', zegt ze in een interview met de Volkskrant.
'Hoe zou Baybaşin dat hebben moeten regelen? Hij wordt in de gevangenis
afgeluisterd door alles en iedereen. Bovendien is er geen geld voor
zo'n actie. Op het hele vermogen van Baybaşin en zijn familie is door
het OM beslag gelegd.'
Nee, volgens Van der Plas is Baybaşin gewoon het slachtoffer geworden
van een opzetje van de Turkse geheime dienst die te veel van Demmink
zou afweten.
Het is een opvatting die door Langendoen wordt gedeeld. 'Ik kan geen
100 procent bewijs leveren, maar ik durf de stelling wel aan dat de top
van justitie is gechanteerd door Turkije', verklaart hij in Utrecht. De
alternatieve verklaring is dat Langendoen zich opnieuw voor het karretje
van een drugscrimineel heeft laten spannen.
De verhalen van Van Well en de twee Turken hebben allemaal betrekking
op misstappen die Demmink volgens hen decennia geleden zou hebben
gemaakt. Misstappen waarvoor elk hard bewijs ontbreekt, waardoor je
grote vraagtekens kunt zetten bij het waarheidsgehalte van de
verklaringen. Dat geldt ook voor de verhalen van Jacques van Huet en
Bart Molenkamp, twee voormalige gevangenisdirecteuren die door de
Roestige Spijker worden opgetrommeld om te getuigen.
De twee mannen gingen in mei 1992 samen met een groep andere
gevangenisdirecteuren, waaronder de latere minister Rita Verdonk, op
dienstreis naar Londen. Ook aanwezig in Londen was Anneke Storm,
stafmedewerker op het ministerie van justitie. Volgens Van Huet en
Molenkamp zou Storm tijdens de reis hebben verteld dat ze in opdracht
van Demmink regelmatig jonge jongens moest bestellen bij een Haagse
pooier.
De twee gevangenisdirecteuren doen in 1992 niets met deze
ontboezemingen van Storm. Van Huet, die naar eigen zeggen wel meer
verhalen had gehoord over de dubieuze activiteiten van Demmink, betitelt
haar verhaal aanvankelijk als 'privé-geroddel' en een 'nonevent',
vertelt hij tijdens zijn verhoor. 'Ik nam er kennis van. Ik zag er geen
misdrijf in. Misschien ging hij wel puzzels leggen met die jonge
jongens.'
Pas twee decennia later, als Demmink wordt benoemd in het Nederlandse
Helsinki-comité (een mensenrechtenorganisatie), begint het te knagen.
'Witheet' wordt Van Huet plotseling door die benoeming: hij vindt het
een schande dat Demmink bestuurslid wordt van een organisatie die het
misbruik van kinderen juist moet tegengaan.