Onderzoeksrapport naar de effectiviteit van de plannen van Vogelaar
In mei 2009 verscheen een eerste onderzoeksrapport naar de effectiviteit van de plannen van Vogelaar en het kabinet Balkenende IV, het onderzoek werd niet gedaan in opdracht van het ministerie van VROM, het ministerie waar Vogelaar onder viel, maar in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.
In het rapport, met de titel 'De Baat op Straat', werd onderzocht welk effect de investeringen van woningcorporaties
hadden op overlast, onveiligheid en verloedering in een buurt. Hierbij
maakten de onderzoekers onderscheid tussen sociale en fysieke
investeringen.
De conclusie was dat de effectiviteit van sociale
investeringen niet aantoonbaar was, deze investeringen hadden geen
meetbaar effect. Bij fysieke maatregelen waren positieve effecten wel
aantoonbaar, vooral de verkoop van sociale huurwoningen
had een positief effect op de leefbaarheid van een buurt. Blijkbaar
voelden mensen zich meer betrokken bij hun woning en hun buurt als de
woning hun eigendom is. Ook nieuwbouw (duurdere huurwoningen en
koopwoningen) in bestaande buurten met vooral sociale huurwoningen had
een gunstig effect op de leefbaarheid.
Dat effect kwam volgens het
onderzoek door verandering in de samenstelling van de bevolking. Uit het
onderzoek bleek verder dat onderhoud van woningen in probleemwijken
leidde tot een meetbare afname van problemen in de wijk. Investeringen
door corporaties hebben volgens de onderzoekers dan ook vooral zin als
ze gericht zijn op fysieke aspecten zoals verkoop van sociale
huurwoningen, herstructurering (nieuwbouw) en onderhoud.
Sociale
investeringen door corporaties zoals buurtbarbecues, buurtcomités en
buurtregisseurs hadden geen meetbaar effect. De onderzoekers adviseerden
de corporaties daarom hun geld te besteden aan fysieke activiteiten. (Bron).