Van: Ad van Rooij <a.vanrooij53@gmail.com>
Date: zo 28 nov. 2021 om 17:47
Subject:
Verzoekschrift aan de Tweede Kamerleden Wopke Hoekstra, Raymond Knops
en Inge van Dijk (CDA) i.v.m. overtreden Arbeidsomstandighedenwet met
het in werking stellen van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19
To: <w.hoekstra@tweedekamer.nl>, <r.knops@tweedekamer.nl>, <i.vdijk@tweedekamer.nl>, <cda@tweedekamer.nl>, <integriteit@cda.nl>
Cc: <j.geurts@tweedekamer.nl>, <P.Heerma@tweedekamer.nl>, <agnes.mulder@tweedekamer.nl>, <m.amhaouch@tweedekamer.nl>, <a.kuik@tweedekamer.nl>, <r.peters@tweedekamer.nl>, <j.vdberg@tweedekamer.nl>, <H.Palland@tweedekamer.nl>, <d.boswijk@tweedekamer.nl>, <l.werner@tweedekamer.nl>, <h.bontenbal@tweedekamer.nl>, <hendrik.vanhout@raad-gemert-bakel.nl>, <theo.vandenberkmortel@raad-gemert-bakel.nl>, <hanneke.coppens@raad-gemert-bakel.nl>, <thijs.vandenelsen@raad-gemert-bakel.nl>, <toos.vandenhurk@raad-gemert-bakel.nl>, <stefan.janszen@raad-gemert-bakel.nl>, <rick.vankessel@raad-gemert-bakel.nl>, <joris.vanloon@raad-gemert-bakel.nl>, <wim.meulenmeesters@raad-gemert-bakel.nl>, <anita.smits@raad-gemert-bakel.nl>, <deirdre.diesveld@raad-gemert-bakel.nl>, <e.van.schipstal@hetnet.nl>, <maarten.van.gemert1965@gmail.com>, <raadslid.moniek.vandenelzen@gemeente-mill.nl>, <raadslid.hans.vermeulen@gemeente-mill.nl>, <petra@schayik.nl>, <raadslid.wilfried.hermans@gemeente-mill.nl>, <rosalie.vanrijn@wijdemeren.cda.nl>, <jan.verbruggen@wijdemeren.cda.nl>, <eric.torsing@wijdemeren.cda.nl>, <janwillem.nienhuis@wijdemeren.cda.nl>, <frank.vanruitenbeek@wijdemeren.cda.nl>, <bas.kers@wijdemeren.cda.nl>, <secretaris@wijdemeren.cda.nl>, <R.Tegels@horstaandemaas.nl>, <h.geurts@horstaandemaas.nl>, <loes@cdahorstaandemaas.cda.nl>, <eric.brouwers@prosales.nu>, <alex@doenerinpassie.nl>, <sjaakjenniskens@cda-hadm.nl>, <loeswijnhoven@cda-hadm.nl>, <a.mastenbroek@raadgooisemeren.nl>, <j.delange@raadgooisemeren.nl>, <h.dehollander@raadgooisemeren.nl>, <g.bartelet@raadgooisemeren.nl>, <m.vanroden@raadgooisemeren.nl>, <es.tijmstra@purmerend.nl>, <p.verkroost.cda@gmail.com>, <a.nuijens.cda@gmail.com>, <f.koot.cda@gmail.com>, <m.segers.cda@gmail.com>, <ferrypankras.cda@gmail.com>, <l.roet.cda@gmail.com>, <p.vdlaan.cda@gmail.com>, <jdorrepaal@tip.nl>, <jan.h.schuuring@kpnmail.nl>, <d.devries@cdabarneveld.nl>, <m.schipper@cdabarneveld.nl>, <a.vdmeer@cdabarneveld.nl>, <g.bouwman@cdabarneveld.nl>, <r.vdbroek@cdabarneveld.nl>, <gvommen@ackersate.nl>, <voorzitter@cdabarneveld.nl>, <secretaris@cdabarneveld.nl>, <cda@ps-provinciegroningen.nl>, <E.R.Linde@ps-provinciegroningen.nl>, <R.W.de.Wit@ps-provinciegroningen.nl>, <cdagroningen@gmail.com>, <rene.bolle@raadgroningen.nl>, <herman.ubbens@raadgroningen.nl>, <jalt.dehaan@raadgroningen.nl>, <marivankilsdonk@cdaoss.nl>, <gertivanvalkenburg@cdaoss.nl>, <marcvandenheuvel@cdaoss.nl>, <sidneybergh@cdaoss.nl>, <kaibloemers@cdaoss.nl>, <jorisvanhest@cdaoss.nl>, <janinedekleine@gmail.com>, <jacolien@hccnet.nl>, <hardywellenberg@hotmail.com>, <anneadema@msn.com>, <j.zwinkels@raad.utrecht.nl>, <b.van.steeg@raad.utrecht.nl>, <rosa.beck@raad.utrecht.nl>, <merel.rotman@raad.utrecht.nl>, <cda@raad.utrecht.nl>, <ruud.penders@raad.utrecht.nl>, <jj.bronswijk@rotterdam.nl>, <r.segers@raadrotterdam.nl>, <antoine@antoinevandenoever.nl>, <jctvandam01@hetnet.nl>, <carolaofca@hotmail.com>, <bbtt.winkels@gebiedscommissierotterdam.nl>, <j.vanvelden@cdarotterdam.nl>, <evelinebeen@telfort.nl>, <n.damen@upcmail.nl>, <hm.davids@rotterdam.nl>, <a.roetgerink@cdarotterdam.nl>, <f.schellenboom@cdarotterdam.nl>, <hrm@cdarotterdam.nl>, <sdn@planet.nl>
Aan: Wopke Hoekstra, Raymond Knops en Inge van Dijk (CDA)
Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Prinses Irenepad 1, 2595 BG te 's-Gravenhage.
(e-mail: w.hoekstra@tweedekamer.nl en r.knops@tweedekamer.nl en
i.vdijk@tweedekamer.nl en cda@tweedekamer.nl en integriteit@cda.nl)
Ons kenmerk: EKC/281121/VZ-TK-WH/RK/IvD Sint-Oedenrode 28 november 2021
Betreft:
Verzoekschrift in verband met het overtreden van de
Arbeidsomstandighedenwet door alle Nederlandse ondernemingen, waaronder
alle 150 Tweede Kamerleden persoonlijk, als gevolg van het in werking stellen van de "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19" (totaal: 16 blz.).
Geachte Tweede Kamerleden Wopke Hoekstra, Raymond Knops en Inge van Dijk,
De (meerderheid van de) 150 Tweede Kamerleden der Staten-Generaal hebben in "Hoofdstuk 2a" van de "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19" vanaf 23 november 2021 de volgende mondkapjesplicht opgelegd.
Hoofdstuk 2a. Mondkapjes publieke binnenruimten, onderwijsinstellingen en contactberoepen
Artikel 2a.1. Mondkapjesplicht in publieke binnenruimten
1. Personen van dertien jaar en ouder dragen een mondkapje in publieke binnenruimten.
2. Het eerste lid geldt niet voor:
a. personen als bedoeld in artikel 6.6, eerste lid;
b. personen in door het college van burgemeester en wethouders aangewezen stemlokalen als bedoeld in artikel J 4 van de Kieswet of andere locaties die worden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19.
Artikel 2a.2. Mondkapjesplicht in beroepsonderwijs en hoger onderwijs
1. Personen
in een instelling voor beroepsonderwijs of een instelling voor hoger
onderwijs of een andere binnenruimte die door een van deze
onderwijsinstellingen voor onderwijsactiviteiten wordt gebruikt, dragen
een mondkapje.
2. Het eerste lid geldt niet:
a. voor personen op een vaste zit- of staanplaats die deelnemen aan een onderwijsactiviteit of een onderwijsactiviteit verzorgen;
b. indien het dragen van een mondkapje een belemmering vormt voor deelname aan dan wel verzorging van een onderwijsactiviteit;
c. voor
personeel van een instelling voor beroepsonderwijs of een instelling
voor hoger onderwijs, indien deze een vaste zit- of staanplaats innemen;
d. voor personen die etenswaren of dranken nuttigen, indien deze een vaste zit- of staanplaats innemen.
3. Van
een belemmering als bedoeld in het tweede lid, onder b, is in ieder
geval sprake bij activiteiten met betrekking tot lichamelijke opvoeding,
zang, toneel en dans.
Artikel 2a.3. Mondkapjesplicht contactberoepen
1. De
beoefenaar van een contactberoep en de klant of patiënt aan wie
diensten worden verleend, dragen beiden een mondkapje gedurende het
contact.
2. Het eerste lid geldt niet voor:
a. personen tot en met twaalf jaar;
b. sekswerkers en hun klanten;
c. klanten
en patiënten die een behandeling krijgen aan hun gezicht, voor zover
het contactberoep niet op gepaste wijze uitgeoefend kan worden op het
moment dat de klant een mondkapje draagt.
Artikel 2a.4. Uitzondering beperking of ziekte
1. De
verplichtingen in dit hoofdstuk gelden niet voor personen die vanwege
een beperking of een ziekte geen mondkapje kunnen dragen.
2. De verplichtingen in dit hoofdstuk gelden niet voor:
a. begeleiders
van personen met een verstandelijke beperking, voor zover deze personen
van het door begeleiders dragen van een mondkapje ernstig ontregeld
raken;
b. personen die spreken met iemand die vanwege een auditieve beperking moet kunnen spraakafzien.
Artikel 2a.5. Uitzondering sport, wellness, sauna's cultuur en media
De verplichtingen in dit hoofdstuk gelden niet voor personen tijdens het:
a. beoefenen
van sport, waaronder het zwemmen in een zwembad, voor zover het dragen
van een mondkapje de beoefening van de sport belemmert;
b. verblijf in wellnesscentra en sauna's, voor zover het dragen van een mondkapje het verblijf belemmert;
c. beoefenen
van podiumkunsten en acteren, voor zover het dragen van een mondkapje
de beoefening van de podiumkunsten of het acteren belemmert;
d. poseren voor beeldende kunst, voor zover het gaat om het op beeld vastleggen van personen;
e. deelnemen aan de opname van audiovisueel media-aanbod dat verzorgd wordt door aanbieders van mediadiensten, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008, voor zover het gaat om personen die in beeld of aan het woord komen.
Ons is opgevallen dat in deze "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19"met geen woord wordt gesproken over "Arbeidsomstandighedenwet" en enkel is ondertekend door minister H.M. de Jonge van Volksgezondheid, welzijn en Sport, minister F.B.J. Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister K.H. Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en niet de handtekening bevat van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die bestuurlijk verantwoordelijk is voor het naleven van de Arbeidsomstandighedenwet.
Voor het handelen van de Inspectie SZW in relatie tot Corona is de "Arbeidsomstandighedenwet" leidend. Voorop staat de veiligheid en gezondheid van werknemers. Deze "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19" betreffen dan ook enkel maar adviezen, waarin de Inspectie SZW geen rol of bevoegdheid heeft.
Deze "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19"
mag derhalve nooit tot gevolg hebben dat werkgevers en werknemers als
gevolg van het naleven van de daarin opgesomde maatregelen (waaronder
het verplicht dragen van een mondneuskapje) de "Arbeidsomstandighedenwet" moeten overtreden. De "Arbeidsomstandighedenwet" blijft leidend. In artikel 5 van deze "Arbeidsomstandighedenwet" staat letterlijk het volgende voorgeschreven:
Inventarisatie en evaluatie van risico's
Artikel 5
1. Bij
het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid legt de werkgever in een
inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast welke risico's de arbeid
voor de werknemers met zich brengt.
Deze risico-inventarisatie en -evaluatie bevat tevens een beschrijving
van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen en de risico's voor
bijzondere categorieën van werknemers.
2. In
de risico-inventarisatie en -evaluatie wordt aandacht besteed aan de
toegang van werknemers tot een deskundige werknemer of persoon, bedoeld
in de artikelen 13 en 14, of de arbodienst.
3. Een plan van aanpak,
waarin is aangegeven welke maatregelen zullen worden genomen in verband
met de bedoelde risico's en de samenhang daartussen, een en ander
overeenkomstig artikel 3, maakt deel uit van de risico-inventarisatie en -evaluatie. In het plan van aanpak wordt tevens aangegeven binnen welke termijn deze maatregelen zullen worden genomen.
4. De
risico-inventarisatie en -evaluatie wordt aangepast zo dikwijls als de
daarmee opgedane ervaring, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden
of de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening daartoe
aanleiding geven.
5. Indien
de werkgever arbeid doet verrichten door een werknemer die hem ter
beschikking wordt gesteld, verstrekt hij tijdig voor de aanvang van de
werkzaamheden aan degene, die de werknemer ter beschikking stelt, de
beschrijving uit de risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren
en risicobeperkende maatregelen en van de risico's voor de werknemer op
de in te nemen arbeidsplaats, opdat diegene deze beschrijving verstrekt
aan de betrokken werknemer.
6. De werkgever zorgt ervoor dat iedere werknemer kennis kan nemen van de risico-inventarisatie en -evaluatie.
Dit betekent dat vanaf het moment de "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19" van kracht is elke werkgever op grond van"Arbeidsomstandighedenwet" wettelijk verplicht is tot het laten uitvoeren van een Risico-inventarisatie
en -evaluatie (RI&E) naar de gezondheid- en veiligheidsrisico's als
gevolg van onder meer het gebruik van de in de "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19" voorgeschreven mondneusmaskers. Met een RI&E brengt de werkgever alle arbeidsrisico's in kaart, en kan hij die gericht aanpakken. Dit leidt tot minder verzuim, efficiënter werken en gemotiveerde werknemers.
Het is een onmisbaar instrument om werknemers gezond, veilig en met
plezier aan het werk te houden. En zodoende ook flink te besparen op de
bedrijfskosten.
Uit navraag bij meerdere Nederlandse bedrijven is gebleken dat geen enkel bedrijf deze vanuit de "Arbeidsomstandighedenwet" wettelijke verplichte Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) als gevolg van de in deze "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19" voorgeschreven mondneusmaskers heeft laten uitvoeren. Dit betekent dat al deze bedrijven daarmee in zeer ernstige mate de "Arbeidsomstandighedenwet"
hebben overtreden waarvoor alle 150 leden van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal bestuurlijk verantwoordelijk en aansprakelijk zijn. Zij
hadden deze "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19" namelijk nooit van kracht mogen verklaren zonder verwijzing naar de daaraan onlosmakelijk verbonden "Arbeidsomstandighedenwet" en zonder de daarvoor wettelijk vereiste handtekening van bestuurlijk verantwoordelijk minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
U als (mede veroorzakende) Tweede Kamerleden zult nu ongetwijfeld de volgende vraag stellen:
Hoe zit het met de onderneming Tweede Kamer der Staten-Generaal?
Het antwoord daarop luidt als volgt:
De
Tweede Kamer der Staten-Generaal staat als onderneming ingeschreven bij
de Kamer van Koophandel onder KvK-nummer 82966036 met als rechtsvorm "Publiekrechtelijke Rechtspersoon De Staat (Zelfstandig onderdeel)"(zie bijlage 1). Dit betekent dat voor de onderneming Tweede Kamer der Staten-Generaal (KvK-nummer 82966036) ook de "Arbeidsomstandighedenwet" van kracht is. De werkgever die moet zorgen dat binnen de Tweede Kamer der Staten-Generaal de "Arbeidsomstandighedenwet" wordt nageleefd is het dagelijks bestuur, genaamd Presidium, welke is samengesteld uit de volgende personen: voorzitter: Vera Bergkamp (D66), de leden Ockje Tellegen (VVD), Martin Bosma (PVV), Anne Kuik (CDA), Michiel van Nispen (SP), Henk Nijboer (PvdA), Tom van der Lee (GL), Frank Wassenberg (PvdD), Paul van Meenen (D66) en de plaatsvervangend leden Fleur Agema (PVV), Jaco Geurts (CDA), Lilianne Ploumen (PvdA) en Salima Belhaj (D66).
Het zijn derhalve voorzitter Vera Bergkamp en bovengenoemde twaalf Tweede Kamerleden die op grond van "Arbeidsomstandighedenwet" aan een hogere veiligheidskundige opdracht hadden moeten geven tot het laten uitvoeren van een Risico-inventarisatie
en -evaluatie (RI&E) naar de gezondheid- en veiligheidsrisico's als
gevolg van onder meer het gebruik van de in de "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19" voorgeschreven mondneusmaskers. Uit navraag binnen de Tweede Kamer is gebleken dat het Presidium daartoe nooit een opdracht heeft gegeven. Dit terwijl voorzitter: Vera Bergkamp (D66), mede namens het Presidium
(en derhalve mede namens de politieke partijen VVD, PVV, CDA, SP, PvdA,
GL, PvdD en D66 die zijn vertegenwoordigd in het Presidium), bij brief
d.d. 4 november 2021 (zonder kenmerk) aan alle 150 leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal deze mondkapjesplicht vanaf 6 november 2021 weer heeft voorgeschreven vanuit de onderneming Tweede Kamer der Staten-Generaal (KvK-nummer 82966036), waartoe ook de 150 Tweede Kamerleden behoren (zie bijlage 2).
Dit betekent dat voorzitter Vera Bergkamp en
bovengenoemde twaalf Tweede Kamerleden die zijn vertegenwoordigd in het
Presidium (als werkgever van de onderneming Tweede Kamer der Staten
Generaal) vanaf het moment dat de 150 Tweede Kamerleden de "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 van kracht hebben verklaard, daarmee vanaf die tijd in zeer ernstige mate de "Arbeidsomstandighedenwet"
hebben overtreden met mogelijk verhoogde veiligheidsrisico's en
(blijvende) gezondheidsschade als gevolg daarvan bij alle 150 Tweede
Kamerleden en overige binnen de Tweede Kamer werkzame eigen werknemers
en werknemers van derden.
U als (mede veroorzakende) Tweede Kamerleden zult nu ongetwijfeld de volgende vraag stellen:
Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat minister H.M. de Jonge van Volksgezondheid, welzijn en Sport, minister F.B.J. Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister K.H. Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreffende "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19" aan
de 150 Tweede Kamerleden heeft voorgelegd, waarmee dezelfde 150 Tweede
Kamerleden na het bekrachtigen ervan in zeer ernstige mate de "Arbeidsomstandighedenwet"
overtreden om daarmee zichzelf aan mogelijk verhoogde
veiligheidsrisico's bloot stellen wat mogelijke (blijvende)
gezondheidsschade tot gevolg kan hebben?
De oorzaak van dit alles is terug te voeren naar het kabinet Lubbers I (VVD en CDA) waarin onder voorzitterschap van Minister-President Ruud Lubbers
in 1983 een algehele herziening van de Nederlandse Grondwet is
ingevoerd met als meest belangrijke wijziging het opnemen van het nieuwe zelfstandige artikel 120 met daarin de volgende tekst:
"De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen."
Daarmee heeft de "Staat der Nederlanden" de gehele Nederlandse Grondwet uitgeschakeld en met het daarin opnemen van het nieuwe zelfstandige artikel 120 beslist dat de "Tijdelijke regeling maatregelen covid-19", voorafgaande
aan het in werking stellen ervan, niet meer mag worden getoetst door de
rechter of het in strijd is met andere wetten of verdragen. De
150 Tweede Kamerleden en 75 Eerste Kamerleden hadden toentertijd deze
algehele grondwetswijziging nooit mogen invoeren omdat Nederland als
EU-lidstaat vanaf 1948 via EU-verdragen wettelijk zit verbonden aan alle
andere EU-lidstaten en vanaf 1945 via VN-verdragen wettelijk zit verbonden aan alle andere VN-lidstaten, wat betekent dat deze algehele
herziening van de Nederlandse Grondwet (waarmee de Grondwet is
uitgeschakeld) eerst getoetst had moeten worden door rechters van het
Grondwettelijk Hof (Constitutioneel Hof) in alle andere landen van de
Europese Unie en de Verenigde Naties, alvorens deze algehele herziening
van de Nederlandse Grondwet door de 150 leden van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal en de 75 leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
had mogen worden ingevoerd. Het gevolg hiervan is dat "rechtsstaat ondermijnende criminele organisaties" via
private stichtingen (en hun netwerken) zich op deze (voor nagenoeg alle
150 Tweede Kamerleden onzichtbare) wijze tot op het hoogste
bestuurlijke niveau hebben weten te infiltreren, waarvan betreffende 150
Tweede Kamerleden in dit geval persoonlijk het slachtoffer zijn
geworden.
Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hierbij als herhaald en ingelast te beschouwen.