Maar de beslissing moest van de minister komen
Daar zit de grens.
Een minister van Buitenlandse Zaken is politiek verantwoordelijk voor
het buitenlandse beleid en voor zijn ministerie. De Grondwet bepaalt
dat ministeries onder leiding van een minister staan.
Dus de constitutioneel zuivere situatie is:
Beatrix:
"Ik maak me hier zorgen over."
↓
Van Mierlo:
"Dank u, ik neem dat mee."
↓
Van Mierlo neemt de beslissing:
"Röell wordt overgeplaatst."
Dan is er staatsrechtelijk niets vreemds aan.
Maar:
Beatrix:
"Röell moet weg."
↓
Van Mierlo:
"Ja Majesteit."
↓
Minister voert feitelijk haar beslissing uit.
Dan wordt het veel problematischer. Want dan verschuift de feitelijke macht van de politiek verantwoordelijke minister naar de koning(in), terwijl de minister vervolgens de verantwoordelijkheid draagt.
En precies dát is het soort situatie waar het Nederlandse systeem erg gevoelig voor is.
En daar zit de ironie van de Röell-affaire
Als de reconstructies kloppen, lijkt het erop dat Beatrix wel degelijk haar zorgen over Röell bij Van Mierlo heeft neergelegd.
Een latere publicatie van Willem Oltmans beschrijft bijvoorbeeld dat
zij de mogelijke problemen rond Röell ter sprake bracht vanwege het
aanstaande staatsbezoek aan Zuid-Afrika.
Maar dat is nog steeds iets anders dan aantonen dat ze Van Mierlo opdracht gaf Röell te verwijderen.
En dat onderscheid is cruciaal.
Want stel dat Beatrix alleen zei:
"Ik zie het niet zitten dat deze ambassadeur daar zit tijdens mijn staatsbezoek."
Dan kan Van Mierlo vervolgens zelfstandig besluiten:
"Dan vervang ik hem."
De formele verantwoordelijkheid blijft dan bij Van Mierlo.
Waarom was geheimhouding hier zo belangrijk?
Hier wordt het nóg interessanter.
Stel dat een Kamerlid aan Van Mierlo vroeg:
"Heeft de koningin invloed gehad op het besluit om Röell over te plaatsen?"
Dan zat Van Mierlo in een staatsrechtelijk lastige positie.
Ministers hebben tegenover het parlement een informatieplicht.
Artikel 68 van de Grondwet bepaalt dat ministers de Kamers de gevraagde
inlichtingen moeten geven, tenzij het verstrekken ervan strijdig is met
het belang van de staat.
Maar gesprekken tussen een minister en de koning(in) zijn traditioneel vertrouwelijk.
Daarom ontstond precies de spanning waar Brandt Corstius op wees:
Als de koningin achter de schermen invloed uitoefent, maar de
minister kan daar publiekelijk niet volledig over vertellen, hoeveel
van het officiële verhaal is dan eigenlijk de volledige waarheid?
Dat is een veel interessantere vraag dan simpelweg:
"Heeft Beatrix gelogen?"
En dit verklaart ook "De leugen regeert"
Daarom vind ik de context achter die uitspraak eigenlijk belangrijker dan de uitspraak zelf.
Er waren twee tegenovergestelde percepties:
Beatrix:
Journalisten publiceren soms een verdraaid of onjuist verhaal over wat er achter de schermen gebeurt.
Brandt Corstius en anderen:
Juist omdat de koning(in) achter de schermen invloed heeft en
daarover niet volledig openheid kan worden gegeven, ontstaat een
officieel verhaal dat niet noodzakelijk het hele verhaal is.
En vervolgens zegt Beatrix in 1999 tegen hoofdredacteuren:
"De leugen regeert."
Dat maakt de uitspraak behoorlijk geladen.
Mijn conclusie
Ik zou het daarom niet formuleren als:
"Beatrix was eigenlijk de baas en kon ministers opdrachten geven."
Daarvoor is geen goede basis.
Maar ook niet als:
"De koningin had helemaal niets te zeggen."
Dat past evenmin bij hoe de Nederlandse constitutionele monarchie functioneert.
De werkelijkheid zit ertussenin:
Beatrix had politieke invloed via overleg, advies en
persoonlijke contacten. De minister had de formele en politieke
verantwoordelijkheid.
En juist omdat die invloed grotendeels achter gesloten deuren plaatsvond, was het soms moeilijk om achteraf vast te stellen waar advies ophield en druk begon.
Dat is eigenlijk de kern van het Nederlandse koningschap zoals Beatrix dat uitoefende.