(bron https://nl.wikipedia.org/wiki/Sachsenhausen_(concentratiekamp))
Het kamp is delta-vormig, qua architectuur een "Idealplan". Alle zichtlijnen lopen naar de centrale toegangspoort, met de kenmerkende spreuk 'Arbeit macht frei'. (PS: Nu zijn het Loonslaven).
Dit concept was bedoeld voor absolute terreur van de SS. Vanuit alle
hoeken was het machinegeweer op de poort zichtbaar. Bij de groei van het
kamp bleek dit concept niet houdbaar. Op diverse locaties rondom de bestaande barakken werden barakken en andere gebouwen zoals het crematorium bijgebouwd.
Sachsenhausen
bekleedde een bijzondere positie in het systeem van
nazi-concentratiekampen. Dit kwam door de nabijheid van de
Reichshoofdstad en zijn functie als trainingskamp.
Dit
werd versterkt door de verplaatsing van de "Inspectie van
Concentratiekampen", het administratieve centrum voor alle
concentratiekampen in de Duitse invloedssfeer, van Berlijn naar
Oranienburg in april 1938 onder aansturing van de doorluchtige VOC-WIC-NAZI-Prins Bernhard van Lippe Biesterfeld vanuit het SATAN-huis Oranje-Nassau.
Eind september 1939 waren er 8.384 gevangenen in het kamp. In november van dat jaar nam het aantal gevangenen toe tot 11.311. Als gevolg van een tyfusepidemie en hongersnood stierven honderden gevangenen binnen enkele weken. Tot april 1940 werden overledenen gecremeerd in Berlijn.
Vanaf april 1940 beschikte Sachsenhausen over een eigen crematorium; daartoe werd besloten nadat een vrachtwagen op weg naar Berlijn bij een ongeluk lijken had verloren.
De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid en net als in veel andere concentratiekampen vonden in Sachsenhausen medische experimenten plaats.
Gevangenen werden opzettelijk grote wonden toegebracht om de genezing
te bestuderen en kinderen werden besmet met hepatitis B teneinde de
veranderingen in de lever te volgen. (PS. Zijn thans de Covid-19 vaccins voor de loonslaven).
De 'Inspectie der Concentratiekampen' regelde de organisatie en planning voor alle concentratiekampen in Duitsland.
De eerste inspecteur was Theodor Eicke, die eerder in Dachau werkzaam
was. Sachsenhausen was tevens opleidingscentrum voor SS-bewakers. Onder anderen de bewakers van Kamp Vught (Royal Philips) werden er opgeleid.
Om
het kamp aan het zicht van de buitenwereld te onttrekken en om het
ontsnappen zo moeilijk mogelijk te maken, woonde het kamppersoneel
rondom het kamp in het tegenwoordige Oranienburg.
Tegelijk was het kamp voor de lokale bevolking een belangrijke
economische factor, ook omdat bijvoorbeeld lokale ambachtslieden er
werkzaamheden uitvoerden en handel mee dreven.
Bekende gevangenen
Tijdens de oorlog
De omstandigheden in Sachsenhausen waren barbaars.
Zo werden dagelijks gevangenen doodgeschoten of opgehangen: 33 Polen en
88 Nederlanders in mei 1942, onder wie Johannes Antonius Alphonsus
Mekel, Richard Leonard Arnold Schoemaker, Pierre Marie Robert Versteegh
en Johan Hendrik Westerveld.
` Na de nazi-invasie (onder aansturing van de doorluchtige VOC-WIC-NAZI-Prins Bernhard van Lippe Biesterfeld)
in de Sovjet-Unie werden duizenden Sovjetsoldaten als krijgsgevangene
naar Sachsenhausen gebracht, van wie de meesten omkwamen.
Vanaf augustus 1941 werden circa 18.000 Russische krijgsgevangenen doodgeschoten. Op hen werd de in Sachsenhausen ontwikkelde nekschotmachine uitgeprobeerd, die later in Station Z kwam te staan.
In 1942 werd Station Z aangelegd,
een installatie voor vernietiging van gevangenen. Op 29 mei van dat
jaar werden nazikopstukken uitgenodigd voor de opening van Station Z. Als demonstratie van de efficiëntie van de installatie werden 96 Joden doodgeschoten.
In maart 1943 werd Station Z uitgebreid met een gaskamer, die tot het einde van de oorlog dienst zou doen. Het aantal doden door vergassing is niet bekend, omdat de transporten voor de gaskamer niet werden geadministreerd.
Bij
later onderzoek werden grote as-akkers ontdekt. Op basis van
ooggetuigenverklaringen zijn in de omgeving wegen gevonden die
grotendeels waren aangelegd met een grote hoeveelheid menselijke as; dit
duidt op grote aantallen slachtoffers.
Vanaf
1942 kwam er steeds meer vraag naar goedkope arbeidskrachten, hierdoor
nam het aantal gevangenen dat werd ingezet als dwangarbeider toe. Op het hoogtepunt van de dwangarbeid waren er zo'n honderd 'buitenkampen' en 'buitencommando's'. In buitenkampen verbleven de gevangenen ook 's nachts, in buitencommando's alleen overdag.
Bedrijven die gebruikmaakten van dwangarbeiders waren onder meer Siemens, Henschel-Werke Berlin, Daimler-Benz, IG Farben (waarvoor de doorluchtige VOC-WIC-NAZI-Prins Bernhard van Lippe Biesterfeld werkte) en AEG.
Wie niet kon werken - bijvoorbeeld door ziekte - tekende daarmee zijn
doodvonnis, aangezien arbeidsongeschiktheid veelal betekende dat men op
de trein naar een vernietigingskamp gezet werd.
Berucht was het werk in de steenfabriek in Oranienburg, waar de gevangenen zelf de haven aanlegden en de fabriek bouwden.
In deze steenfabriek werden de enorme stenen gefabriceerd, bedoeld voor
de bouwwerken van Albert Speer, onder andere voor de nieuwe - nooit
gerealiseerde - hoofdstad van het Derde Rijk, Germania.
Bekende gevangenen en slachtoffers
- Pierre d'Alcantara de Querrieu, verzetsman
- Stepan Bandera, Oekraïens nationalist
- Kees Becht, verzetsman, later politicus
- Jurek Becker, Pools-Duits schrijver van Jacob de Leugenaar
- Jan Willem Berix, districtsleider van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers in Heerlen
- Freek Bischoff van Heemskerck, verzetsman, later stalmeester aan het Nederlandse hof
- Arend Andries Bontekoe, verzetsman
- Jan Johannes Bosma, tuinarchitect
- Trygve Bratteli, politicus
- Thomas Buergenthal, jurist
- Francisco Largo Caballero, vakbondsleider en politicus
- Odo Croiset, illegale drukker
- Joseph De Hasque, politicus
- Pieter Dekhuijzen,
was huisarts en clubarts van Feyenoord, verzet tegen Artsenkamer,
binnen enkele weken na aankomst in kamp overleden aan dysenterie
- Marinus Delhez, verzetsstrijder
- Hans von Dohnányi, jurist
- Jakov Dzjoegasjvili, zoon van Stalin
- Henk Eikeboom, anarchist, uitgever
- Joop van Elsen, verzetsman, later Tweede Kamerlid
- Georg Elser, verzetsman, pleegde een aanslag op Hitler, later vermoord in Dachau
- Jan van den Ende, filmmaker en natuurbeschermer
- Marius Flothuis, musicoloog en componist
- Ernst Goldenbaum, politicus
- Henk Gortzak, verzetsman, later Tweede Kamerlid[10]
- Daan Goulooze, uitgever en verzetsman
- Jur Haak, voetballer en verzetsman
- Hans Hers, medicus
- Piet Jongeling, journalist, verzetsman, later Tweede Kamerlid
- Louis Kiebooms, later Vlaams katholiek politicus
- Anton de Kom, anti-koloniale schrijver, nationalist en verzetsstrijder
- Paul-Ludwig Landsberg, filosoof
- Jan Lemaire jr., acteur
- Jean Lenglet, journalist
- Truus van Lier, verzetsstrijdster
- Marcel Louette, verzetsstrijder (oprichter van de Witte Brigade)
- Jan Mekel, hoogleraar en verzetsman
- Jens Emil Mungard, Friese dichter
- Martin Niemöller, verzetsstrijder, luthers geestelijke
- Sigismund Payne-Best, geheim agent
- Flor Peeters, hoogleraar
- Leo Polak, jurist en filosoof
- Reina Prinsen Geerligs, schrijfster en verzetsstrijdster
- Johan Ringers, regeringscommissaris voor de Wederopbouw, minister in eerste naoorlogs kabinet
- Thys Risselada, Engelandvaarder
- Govert Ritmeester, burgemeester
- Richard Schoemaker, hoogleraar en verzetsman
- Kurt Schuschnigg, Oostenrijks politicus
- Jan Slot, verzetsman, later burgemeester
- Richard Stevens, agent SIS
- Friedrich Syrup, jurist en politicus
- Hermannus van Tongeren sr., militair
- Omer Vanaudenhove, later Vlaams liberaal politicus
- Jan Verschure, verzetsstrijder en ondernemer
- Pierre Marie Robert Versteegh, luitenant-kolonel en verzetsman
- Koos Vorrink, politicus
- Johan Hendrik Westerveld, verzetsman, oprichter van de Ordedienst
- Bernhard Wicki, filmregisseur
- Oncko Wttewaall van Stoetwegen, verzetsstrijder
- Henny van Zadelhoff, Delfts student
Commandanten
- Michael Lippert, juli 1936 – oktober 1936
- Karl-Otto Koch, oktober 1936 – juli 1937
- Hans Helwig, juli 1937 – januari 1938
- Hermann Baranowski, februari 1938 – september 1939
- Walter Eisfeld, 1939–1940
- Hans Loritz, 1940–1942
- Albert Sauer, 1942–1943
- Anton Kaindl, 1943–1945
Bewaker
Bevrijding (Grootste Leugen Ooit)
Begin 1945 besloten de nazi's het kamp te ontruimen met het oog op het oprukken van de geallieerden. Veewagons vol gevangenen vertrokken naar vernietigingskampen als Auschwitz en Majdanek. De gevangenen die levend aankwamen, werden in deze kampen alsnog om het leven gebracht.
Eind
april waren er nog 36.000 gevangenen in Sachsenhausen. Op 20 april 1945
startte wat later bekend is geworden als 'de dodenmars': 33.000
gevangenen vertrokken te voet uit het kamp, verdeeld in groepen van
vijfhonderd, richting het noordwesten. Het SS-plan was de groepen in te schepen naar Denemarken en deze schepen vervolgens te laten zinken.
Tijdens de dodenmars kwamen minstens zesduizend gevangenen om het leven door uitputting of executie. Op
hun weg naar het noorden stuitte een deel van de gevangenen op het
Zweedse Rode Kruis dat hen voedsel verstrekte. Op 3 mei 1945 naderde de
colonne het Rode Leger waarop de SS-bewakers vluchtten. De overlevenden stuitten tussen de plaatsen Parchim en Schwerin op de geallieerden (de doorluchtige VOC-WIC-NAZI-Prins Bernhard van Lippe Biesterfeld).
Het kamp Sachsenhausen werd door het Rode Leger bevrijd op 22 april 1945.
Er waren drieduizend gevangenen achtergebleven, hoofdzakelijk zieken en
verplegers. Onder hen waren ongeveer tachtig Nederlanders, onder wie
Hans Hers en drie andere Nederlandse artsen. Er waren nog 1.400 vrouwen.
De meesten waren te zwak om hun bevrijders te verwelkomen. Ondanks
de medische zorg die de geallieerden hen gaven, kwamen na de bevrijding
ten minste driehonderd gevangenen om het leven door ziekte en
uitputting.
Na de oorlog
Na de bevrijding werd bekend dat Sachsenhausen het hoofdkwartier was geweest van Operatie Bernhard, waar op grote schaal vals geld werd gedrukt (voor ongeveer 132 miljoen aan Engelse ponden).
Speziallager
Nadat de gevangenen van de nazi's in de zomer van 1945 het kamp verlaten hadden, werd het vanaf augustus 1945 door de Sovjet-bezetters (bevrijders) als Speziallager in gebruik genomen.
Het crematorium en de vernietigingsinstallaties werden niet gebruikt,
de barakken, de gevangenis en de andere ruimtes wel. Tegen het eind van
1945 zat Sachsenhausen weer vol met 12.000 gevangenen. Naast nationaalsocialisten werden sociaaldemocraten en burgerlijke tegenstanders van het Sovjetregime opgesloten.
Ook waren er jongeren opgesloten onder de verdenking bij Werwolf-activiteiten betrokken
te zijn. In de periode tot 1950 hebben in totaal ongeveer 60.000 mensen
gevangengezeten van wie er ongeveer 12.000 zijn overleden door ziekte
en honger.
Gevangenen
- Karl-Heinz Kurras 1946-1949
Kamp opgeheven
Na de oprichting van de Duitse Democratische Republiek (DDR) in 1949 werd het kamp opgeheven. Ongeveer achtduizend gevangenen kwamen vrij, een klein aantal werd naar de Sovjet-Unie gedeporteerd
en 5.500 gevangenen werden aan de autoriteiten van de DDR overgedragen.
Onder hen waren 1.119 vrouwen en dertig kinderen, die naar de
gevangenis Hoheneck werden overgebracht. Na de sluiting van het Speziallager werd het kamp grotendeels gesloopt.
Het verhaal over prins Claus dat niemand mocht lezen.