Het konvooi werd vanaf 1526 georganiseerd vanuit Sevilla waar een handelsgilde, het Casa de Contratación, het privilege
had op de handel van en naar Amerika. Vanaf 1543 was het verplicht dat
alle zilverschepen zwaarbewapend waren. Meestal nam men daarvoor het
nieuwe en wendbare galjoen-type. De waarde van het vervoerde zilver was gigantisch; eerst zo'n 12 miljoen dukaten
per jaar, maar eind 16e eeuw groeiend tot 25 miljoen dukaten. De
opbrengst vormde het leeuwendeel van de Spaanse koloniale winst en het
zilver was de motor achter de wereldhandel op Azië. In 1595 werd Manilla
de hoofdstad van de Filipijnen. De stad werd het centrum van de Spaanse trans-Pacifische handel. De Manillagaljoenen voeren beladen met zilver en andere edelmetalen van Acapulco naar Manilla, om daar specerijen, porselein, zijde en andere waardevolle goederen uit Zuidoost-Azië te kopen bedoeld voor de Europese markt.
Een dergelijke rijkdom trok allerlei piraten en kapers
aan, maar het lukte hen maar zelden om iets te onderscheppen; gedurende
het bestaan van het konvooisysteem zou maar zo'n vijf promille van de
transportschepen in vijandelijke handen vallen. Een vroege en
vasthoudende kaper was de Engelsman Francis Drake. In 1573 overviel hij het landtransport over de landengte van Panama
en in 1578 onverwachts aan de westkust van Zuid-Amerika een
klaarliggend zilverschip wegkaapte — waarna hij moest ontsnappen door de
hele wereld rond te varen. In 1583 lag hij met een vloot in hinderlaag
voor Sevilla, zij het zonder succes. De enige die ooit een hele deelvloot met zilver en al zou veroveren was Piet Hein.
De zilvervloot van 1628
Zie Slag in de Baai van Matanzas voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Piet Hein maakte namens de West-Indische Compagnie (WIC) in 1626 een plan om de zilvervloot te kapen, en de kostbaarheden naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden te verschepen. De Republiek was op dat moment verwikkeld in de Tachtigjarige Oorlog met Spanje. "Zeeroverij" in opdracht van een staat (kaapvaart) was in die jaren heel gebruikelijk en legaal. In 1624 probeerde Jacques l'Hermite
een zilvervloot te veroveren voor de kust van Peru. Alhoewel de
Nederlanders goed geïnformeerd waren, kwam hij enkele dagen te laat.
In 1627 pleegde Piet Hein twee kleinere kaperijen in Allerheiligenbaai, in september 1628 veroverde hij de zilvervloot in de Slag in de Baai van Matanzas (eiland Cuba).
De andere vloot vertrok vanaf het huidige Venezuela. De halve vloot
vanuit Venezuela was gewaarschuwd, en bleef buiten bereik. De buit
bestond uit 177.000 pond zilver, 66 pond goud, 1.000 parels, 37.375
huiden, 361 kisten suiker, 3.000 zakken indigo en cochenille, kleinere
partijen zijde, muskus, amber en bezoar
en vele sieraden. De oorlog tegen Spanje kon er een jaar lang mee
betaald worden. Schattingen over de huidige waarde van de buit lopen
uiteen van € 100 miljoen op basis van de huidige zilverprijs en
€ 100 miljard op basis van wat er in die tijd met het geld gedaan kon
worden. Stadhouder Frederik Hendrik en vlootvoogd Piet Hein kregen een fors aandeel in de buit.[bron?] De kapiteins kregen een gering bedrag. Witte de With, een van de kapiteins, was daarover erg boos.
Het Beleg van Den Bosch door stedendwinger Frederik Hendrik is met geld van de zilvervloot gefinancierd. De WIC keerde dat jaar een record van 50% dividend uit. De vloot werd na een thuisreis die niet zonder moeilijkheden en incidenten verliep begin januari 1629 op de rede van Hellevoetsluis ontscheept. Per paard en wagen werd de buit in zeven dagen naar Amsterdam
gebracht. De verovering van de zilvervloot was niet alleen een
financiële, maar vooral ook een morele overwinning op de Spanjaarden.
Merkwaardig is dat ook de bevolking van Madrid opgetogen was, omdat ze hun gehate regering deze nederlaag gunden.
In het jaar 1702 werd er door de Nederlanders opnieuw een zilvervloot gekaapt, ditmaal samen met de Engelsen. Dit gebeurde onder leiding van Philips van Almonde vlak voor de Spaanse kust in de Baai van Vigo. De opbrengst viel echter tegen omdat het meeste zilver al veilig aan land was gebracht.