Wie is Adam Weishaupt?
Johann Adam Weishaupt (Ingolstadt, 6 februari 1748 – Gotha, 18 november 1830) was een Duits jurist, hoogleraar en filosoof uit de tijd van de Verlichting. Hij is vooral bekend als oprichter van de Illuminatenorde, een geheim genootschap dat in 1776 in Beieren werd gesticht en korte tijd invloed verwierf binnen intellectuele en maçonnieke netwerken in het Duitse taalgebied.
Weishaupt werd geboren in Ingolstadt, in het toenmalige Keurvorstendom Beieren.
Zijn vader, Johann Georg Weishaupt, was hoogleraar rechten aan de
Universiteit van Ingolstadt en overleed toen Adam Weishaupt nog jong
was. Daarna kwam hij onder de hoede van zijn peetvader Johann Adam von Ickstatt,
eveneens jurist en hoogleraar in Ingolstadt. Ickstatt was een
belangrijke vertegenwoordiger van het katholieke verlichtingsdenken in
Beieren en stond onder invloed van het rationalisme van Christian Wolff.
Weishaupt kreeg zijn opleiding aan jezuïetische instellingen in Ingolstadt
en studeerde vervolgens rechten aan de universiteit aldaar. In 1768
promoveerde hij in de rechten. In 1772 werd hij hoogleraar rechten en na
de opheffing van de jezuïetenorde door paus Clemens XIV in 1773 werd hij benoemd tot hoogleraar canoniek recht, een positie die tot dan toe door jezuïeten was bekleed.
In zijn filosofische ontwikkeling combineerde Weishaupt
rationalistische, empiristische en antiklerikale elementen. Hij was
kritisch op kerkelijke en politieke machtsstructuren en keerde zich
later ook tegen het idealistische denken van Immanuel Kant. Zijn opvattingen over opvoeding, rede en morele vervolmaking vormden de achtergrond van zijn latere geheime genootschap.
Op 1 mei 1776 richtte Weishaupt in Ingolstadt de Bund der Perfektibilisten op, die kort daarna bekend werd als de Illuminatenorde (of Illuminati).
De naam verwees naar het ideaal van verlichting of intellectuele en
morele verheldering. Binnen de orde gebruikte Weishaupt de schuilnaam Spartacus.
De Illuminatenorde had als doel de mens moreel en
intellectueel te vormen en via opvoeding, discipline en netwerkvorming
bij te dragen aan maatschappelijke hervorming. De orde stond kritisch
tegenover absolutisme, kerkelijke overheersing en bijgeloof. In tegenstelling tot latere complottheorieën
was zij geen massabeweging en evenmin een revolutionaire partij in
moderne zin, maar een hiërarchisch georganiseerd geheim genootschap dat
de vorming van een verlichte elite nastreefde.
De orde werkte met graden, pseudoniemen,
geheime correspondentie en een systeem van ondergeschiktheid aan
"geheime oversten". Dit sloot aan bij bredere achttiende-eeuwse
praktijken van geheime genootschappen, maar riep ook wantrouwen op bij
overheden en tegenstanders.
(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Adam_Weishaupt)