Vragen
1. Zijn de Gedeputeerde Staten bekend met bovengenoemd artikel?
2. Zijn Gedeputeerde Staten
bekend met het feit dat het hier een Noord-Hollands bedrijf en een Noord-Hollandse burger betreft?
3. Zijn Gedeputeerde Staten
bekend met het gegeven dat de in het artikel genoemde vliegassen vervoerd worden over Noord-Hollandse grondgebied?
4. Zo ja, dienen Gedeputeerde Staten
daar vergunningen voor af te geven?
5. Zo ja, op welke wijze controleren Gedeputeerde Staten
de naleving van deze vergunningen?
6. Zijn Gedeputeerde Staten
bekend met het feit dat ingevolge artikel 10.33, tweede lid, van de
Wet Milieubeheer, het een bedrijf/persoon verboden is gevaarlijke
afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een
omschrijving als bedoeld in artikel 10.32, onder a, en een
begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.34, worden verstrekt?
7. Zo ja, op welke wijze controleren Gedeputeerde Staten
de verstrekking van deze begeleidingsbrieven?
8. Zijn Gedeputeerde Staten
van Noord-Holland het bevoegde gezag dat er op moet toezien dat
binnen de inrichting van Hoogovens (thans: Corus) enkel en alleen
gevaarlijk afval mag worden opgeslagen, bewerkt en verwerkt van een
bepaalde soort waarbij het "formulier-OG" volledig moet zijn ingevuld?
9. Zo nee, waarom niet?
10. Zo ja, op welke wijze controleren Gedeputeerde Staten
de naleving hiervan?
Om
te kunnen beoordelen of hetgeen de inrichting van Corus is binnen
gevoerd niet heeft plaatsgevonden in strijd met de
vergunningvoorschriften heeft mr. H.E.C.A. Vlasman van Van der Diepen en
Van der Kroef advocaten Gedeputeerde Staten
van Noord-Holland op grond van de Wet
Openbaarheid van Bestuur (WOB) bij brief van 25 juni 2002 verzocht om
informatie over de samenstelling van de stoffen die Corus heeft
binnengehaald en waarmee R. Kahlman vijf jaar lang heeft gewerkt.
11. Is
het juist dat u, Gedeputeerde Staten
van Noord-Holland, tot op heden nog steeds geen
besluit hebben genomen op dit verzoekschrift van mr. H.E.C.A. Vlasman.
12. Is
het juist dat u, Gedeputeerde Staten
van Noord-Holland, ingevolge artikel 6 van de Wet
Openbaarheid van Bestuur (WOB) binnen 4 weken na 26 juni 2002 een
besluit hadden moeten nemen?
13. Zo
ja, bent u op de hoogte dat u daarmee de wettelijke termijn waarop u
een besluit had moeten nemen met ruim 2,5 jaar heeft overschreden?
14. Zo ja, wat is hiervan de oorzaak en wat gaat u hieraan doen?
15. Op welke wijze gaat u controleren of er binnen de gestelde maximale termijn een besluit op een verzoekschrift is genomen?
Bij
brief van 26 februari 2004 heeft u, Gedeputeerde Staten
van Noord-Holland, de heer
Kahlman kenbaar gemaakt dat bij u het bestaan van het laboratorium (waar
de heer Kahlman 5 jaar lang onder erbarmelijke omstandigheden heeft
gewerkt ) op de locaties 2.H09, 2H14 en 2H15 van het Hoogoventerrein
niets bekend is.
16. Betekent dit dat voor dit laboratorium door Gedeputeerde Staten
als bevoegd gezag geen milieuvergunningvoorschriften zijn opgesteld?
17. Zo nee, waarom niet?
18. Betekent dit dat Gedeputeerde Staten
geen controle uitoefenden op de werkzaamheden die in dit laboratorium plaatsvonden?
Bijgevoegd vindt u de bewijsstukken dat R. Kahlman in 1997 een 5-tal Drums Organic Solid (Creosote Mixture) afkomstig uit Zuid-Afrika heeft moeten verwerken (zie bijlage 1).
19. Bent u met mij van mening dat dit gevaarlijk afval is?
20. Zo ja (10), heeft u daartegen handhavend opgetreden?
21. Zo
nee (11), bent u met mij van mening dat het waarom hiervan onderzocht
moet worden omdat dochteronderneming van Corus, STI Engeneering, daarmee
het Verdrag van Bazel en de Europese Verordening 259/93 die op 6 mei
1994 van kracht is geworden heeft overtreden?
Bijgevoegd vindt u de bewijsstukken dat R. Kahlman in 1993 proeven heeft moeten doen met Jarosiet afkomstig van Budelco BV te Budel (zie bijlage 2).
22. Bent u met mij van mening dat Jarosiet gevaarlijk afval is?
23. Zo ja (13), heeft u daartegen handhavend opgetreden?
24. Zo
nee (14), bent u met mij van mening dat het waarom hiervan onderzocht
moet worden omdat dochteronderneming van Corus, STI Engenering, deze
proeven naar alle waarschijnlijkheid uitvoerde zonder een daarvoor
vereiste milieuvergunning?
Bijgevoegd
vindt u een tweetal bewijsstukken waarmee feitelijk is komen vast te
staan dat Corus voor bovengenoemde illegale activiteiten in het totaal ruim 100.000 gulden subsidie heeft ontvangen van de overheid (zie bijlage 3).
25. Zijn Gedeputeerde Staten
hiervan op de hoogte?
26. Gaf de provincie Noord-Holland ook subsidie voor deze proeven direct of indirect?
27. Zijn Gedeputeerde Staten
bereid om uit te zoeken hoeveel overheidssubsidie dochteronderneming
STI Engenering van Corus voor de vergiftiging van R. Kahlman en zijn
gezinsleden in het totaal heeft ontvangen?
28. Zijn Gedeputeerde Staten
bereid aangifte te doen bij justitie wanneer zij bij onderzoek van bovenstaande vragen strafbare feiten aantreft?
29. Bent u bekend met het feit dat met de proeven in dit laboratorium grote sommen geld werden verdiend?
30. Zijn Gedeputeerde Staten
van Noord-Holland op de hoogte van waar de uit vliegassen vervaardigde kunstgrindkorrels voor worden gebruikt?
31. Kunt u daar een opsomming van geven?
32. Gebeurt dit ook in Noord-Holland?
33. Vinden Gedeputeerde Staten
van Noord-Holland dit wenselijk?
De
termijn van de beantwoording gaat in zodra Gedeputeerde Staten
de bijlagen die genoemd
worden, hebben ontvangen. Daarna zullen de gestelde vragen zo spoedig
mogelijk, doch uiterlijk binnen 30 dagen na binnenkomst van de bijlagen,
worden beantwoord.
Op deze 33 vragen heeft Fleur Agema nooit adequate antwoorden ontvangen, commissaris Harry Borghouts (GroenLinks) van de Koningin (Beatrix) in Noord Holland greep bestuurlijk niet in en directievoorzitter Mr. M.J. (Marjan) Oudeman liet Robert Kahlman onder deze omstandigheden gewoon doorwerken onder in de kelder van Corus, zonder enig toezicht.