Het Bronnenboek is een aanfluiting van historische wetenschap. En dat weten ze in Nijmegen ook!
Maar het wordt angstvallig verzwegen, vooral om eigen onkunde te
verbergen. Het Bronnenboek mist meer dan 250 bronnen tot het jaar 1047
waarin Noviomagus genoemd wordt. Waarom slaat men die over?
Omdat dàt Noviomagus niet Nijmegen was, maar deze teksten overduidelijk over Noyon of andere Noviomagi gaan.
Het Bronnenboek noemt ook 16 teksten met Noviomagus die ook niet over
Nijmegen of Noyon gaan, maar over het Duitse Neumagen, het Franse
Neuville-en-Confroz of het Italiaanse Novillare. Deze teksten passen
Leupen en Thissen dus onverbloemd op Nijmegen toe. Hier is duidelijk
sprake van wetenschappelijke onkunde! Dergerljke fouten zijn toch nooit
te accepteren voor iemand die als deskundig mediëvist door wilt gaan?
Volgens Albert Delahaye getuigt het Bronnenboek van Nijmegen van wetenschappelijk geblunder, bevat ontelbare fouten en manipulaties waarmee bewust fraude en wetenschappelijk bedrog wordt gepleegd. In Bronnenboek 1 lezen we: Over de verdrijving van Balderik en de verwoesting van Munna. In Bronnenboek 2 staat: Balderik wordt verdreven en Monterberg wordt verwoest. Munna wordt ook genoemd door Alpertis Mettensis. Hierbij kan sprake zijn van dezelfde misvatting als met het klooster Hohorst te Leusden.
Een belangrijk voorbeeld van die manipulaties is de vertaling van tekst 102 (tekst 104 in het tweede Bronnenboek) waar Munna werd gewijzigd in Monterberg. De reden van die wijziging is dat Delahaye de naam Munna toepastte op de gevonden nederzetting in Wijk bij Duurstede en het niet Dorestad noemde. De naam Munna moest dus verzwegen worden. Overigens zijn er meer verschillen in vertalingen tussen Bronnenboek 1 en 2.
Met het weerleggen van Het Bronnenboek door de Bisschop van Nijmegen,
wordt ook de geschiedenis weerlegd die van Karolingisch Nijmegen is
afgeleid, zoals de geschiedenis van Utrecht, Deventer, Zutphen, Wijk bij
Duurstede en andere plaatsen, maar ook de geschiedenis die gebaseerd is
op de predikers Willibrord, Bonifatius, Ludger, Lebuinus, Amandus,
Ansfridus, Plechelmus en talrijke andere personages. Zie het boek van Luit van der Tuuk over de Middeleeuwers, die 41 Middeleeuwers noemt, waarvan er niet één in Nederland te plaatsen is, op fantasiefiguur Beitske na misschien.
Het gemis aan continuïteit wordt vooral aangetoond met
wat wordt overgeslagen en dus NIET in het Bronnenboek staat. P. Leupen en
B. Thissen (en hun studenten die feitelijk de samenstellers zijn geweest) schrijven in de inleiding van het Bronnenboek dat ze alle bronnen hebben verzameld waarin het over Nijmegen gaat. Maar het Bronnenboek slaat over de Romeinse periode al 13 teksten over waarin Noviomagus of het Eiland der Bataven genoemd wordt. En over de periode tussen 227 tot 725 vermeldt het Bronnenboek geen enkele tekst en die tekst uit 725 gaat niet eens over Nijmegen. Zie de tekst uit 725. Dat is een hiaat van 5 eeuwen! Maar er bestaan uit deze periode liefst 28, vooral Franse bronnen waarin Noviomagus of een variatie daarop, zoals Numaga, genoemd wordt.
Het Bronnenboek slaat ook de kroning van Karel de Grote in Noviomagus over!
Uiteraard zul je zeggen, immers deze tekst waarin Noviomagus genoemd
wordt, gaat onbetwist over Noyon. Daarover zijn alle historici het
volkomen eens dat het in de bisschopsstad Noviomagus gaat, waar de Frankische heersers een Paleis hadden. Over de periode na 700 slaat het Bronnenboek nog eens 225 teksten over waarin Noviomagus of een variatie wordt genoemd en die dus worden afgestaan aan Noyon. In totaal zijn dat al 266! (tweehonderd zes-en-zestig!) teksten die het Bronnenboek overslaat. Daar kunnen we nog meerdere teksten of bronnen aan toevoegen (zie bij 'het complete materiaal' hieronder).
In het Bronnenboek worden naast "Noviomagi" vanaf 98 n.Chr. ook de
volgende namen voor Nijmegen opgeëist: "Civitas Batavorum",
"Batavodurum" en "Oppidum Batavorum" en inscripties met "M.B(at)." (door
prof. Bogaers uitgelegd als "Municipiurn Batavorurn"). Van deze inscripties is er geen enkele in of bij Nijmegen gevonden. Een verband met Nijmegen is daaruit dan ook niet af te leiden.
Er is uit de periode van 770 tot in de 11e eeuw, geen
archeologisch bewijs gevonden voor wat in de bronnen over Noviomagus
wordt vermeld. Sarfatij schrijft (in Verleden land): "Het archeologische beeld van de vroege Middeleeuwen is in vergelijking met het historische even schimmig" en: "Voor de Karolingische tijd is men dus altijd uitgegaan van de palts. Toch is van het burchtterrein [ ... ] archeologisch niets van deze eerste palts, uit de Karolingische tijd bekend".
Wat staat er als eerste tekst in het Bronnenboek van Nijmegen?
De eerstgenoemde en oudste tekst in het Bronnenboek van Nijmegen dateert uit 50 na Chr. Hoewel deze tekst (over de Civitates Batavorum) een nog nooit bewezen opvatting is dat het over Nijmegen gaat, erkent het Bronnenboek hiermee wel, dat alles wat daarvoor ligt, niet bij Nijmegen hoort! Het Bronnenboek vermeldt Julius Caesar en zijn beschrijving van het Eiland van de Bataven niet. De tekst van Willem van Berchen zoekt men tevergeefs in het Bronnenboek, ofwel men erkent hiervan de valsheid en men erkent dat het hier niet over Nijmegen of de Betuwe gaat.
Het Bronnenboek, uitgegeven door de Universiteit van Nijmegen, laat de Romeinse periode in Nijmegen dus beginnen in 50 n.Chr. en eindigen in 227 na Chr. Dit is helemaal juist!
De eerstvolgende tekst in het Bronnenboek is uit 700-725, waarin het
echter niet over Noviomagus gaat maar over Noita. Uit andere teksten
(zie de Ware Kijk op
blijkt het over de plaats Nemetacum te gaan, wat Atrecht is. De plaats
in ander teksten omschreven als Nocdac, Noirda, Nonmodica en ligt in
Gallia Belgica. Deze tekst uit 700-725 zoals het Bronnenboek jet jaartal
(onjuist) aangeeft, gaat dus helemaal niet over Nijmegen.
Daarna volgt de tekst is uit het jaar 777 die over de bekende oorkonde uit 777 gaat, waarin Nijmegen ook al niet genoemd wordt.
Derhalve
vertoont het Bronnenboek van Nijmegen tussen de 3e en 8e eeuw een gat
van 5 eeuwen, waarmee bewezen is dat er nooit enige continuïteit in de
geschiedenis van Nijmegen bestaan heeft.
Dat gat van Nijmegen zal allengs groter worden, nu aangetoond is (zie de boeken van Albert Delahaye) en andere historici dit bevestigen: zie hoofdstuk 6 van Citaten) dat Karolingisch Nijmegen nooit bestaan heeft.
Zo is de mythe van de Bataven
in de Betuwe pas 5 eeuwen geleden (in 1517) ontstaan, die van Karel
de Grote in Nijmegen is pas 5½ eeuw oud (ontstaan in 1480), die van
Willibrord in Utrecht is 7 eeuwen geleden (in 1301) ontstaan en die van
Bonifatius in Dokkum is nog geen eeuw (uit 1924) oud.
Mythen die al zoveel eeuwen bestaan, ook al zijn ze onjuist, krijg je niet zomaar van tafel.
Voorbeelden van teksten die essentieel zijn in de
geschiedschrijving, maar in het Bronnenboek van Nijmegen zijn
weggelaten, omdat ze al te duidelijk op Frankrijk wijzen.
Tussen de 3e/4e eeuw en het jaar 1047 geeft het Bronnenboek 114 teksten, maar slaat er 178 over. Kenden Leupen en Thissen deze 178 teksten niet? Tussen 400 en 700 vermeldt het Bronnenboek helemaal NIETS. De hele Merovingische periode wordt overgeslagen. Het is wel duidelijk: Nijmegen bestond toen niet.
456 - 556. Het ''Vita S. Medardi" verhaalt over koning Chlotarius, die over de Somme en de rivier de Oise naar het Paleis van Noviomagus kwam.
511. Op het concilie van Orleans uit het jaar 511 wordt Suffronius bisschop van Noviomagus genoemd.
ca. 541 - ca. 560. St. Medardus, in 457 geboren te Salency vlakbij Noyon, was bisschop van de Viromandui, dat Noviomagus/Noyon was.
600. Regino van Prüm, heeft geschreven dat het land van
de Bataven, dat eertijds tot het continent van Gallië behoorde,
omstreeks 600 in het rijk van de Franken is opgenomen. Dit is met geen
mogelijkheid op de Betuwe toe te passen.
614. Op het concilie van Parijs uit het jaar 614 wordt Berthmundus als bisschop van Noviomagus genoemd. Leupen kent de hele man niet. Het gaat er natuurlijk niet om, voortdurend grapjes te maken over de ''bisschop van Nijmegen"
, doch om het feit dat Noyon reeds eeuwen vóór de Nijmeegse mythe
Noviomagus heette, en dat die stad een institutionele achtergrond had,
uitgedrukt door een koninklijk Paleis en een bisschopszetel. Het is
volslagen onaanvaardbaar dit buiten beschouwing te laten bij het
onderzoek naar wat Noviomagus in die periode en later betekende. In dat Noviomagus heeft steeds een bisschopszetel bestaan.
640 - 659. St. Eloy, ca. 588 bij Limoges geboren, werd in 652 bisschop van Noviomagus/Noyon
en predikte onder de Friezen. Vanzelfsprekend moet men deze Friezen
niet in het noorden van Nederland situeren, maar in Vlaanderen, dat
onder het bisdom van Doornik ressorteerde. St.Eloy predikte al vóór
St.Willibrord onder de Friezen.
De periode 700-725: hier wordt wetenschappelijk bedrog
gepleegd door bronnen onvolledig en onjuist te citeren, onjuiste
jaartallen te noemen en het weglaten van essentiële informatie. Dat is
wetenschappelijke manipulatie en bedrog. Lees er alles over op pagina 17 van het Bronnenboek.
Het Bronnenboek slaat ook de teksten uit 768 de kroning en 814
het sterfjaar van Karel de Grote over! Dat is toch wel weinig empathie
met deze keizer die men in Nijmegen toch nog steeds op handen draagt en
sinds 1962 zelfs met een groots standbeeld vereert.
het Bronnenboek geeft ook enkele malen geen tekst, maar slechts
de naam Noviomagi (tekst 18), Niumaga (tekst 26) of besteedt enkele
woorden waar de tekst over gaat en waarbij de ondertekening met 'actum Noviomago' steevast 'vertaald'
wordt met Nijmegen. Zie de teksten 54, 56, 63, 66, 69, 72, 73, 77, 78,
79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 85, 86, 87, 90, 95, 96, 100, 106, 107, 113,
115, 116, 118, 119, 122, 123, 126 en 130. Welk bewijs is er dat die
ondertekening in Nijmegen plaatsvond, als de oorkonde over het klooster
Saint-Ghislain in Henegouwen (Hainault) handelt? Wat had Nijmegen met
Henegouwen te maken? Hier zou een uitgebreide toelichting wel op zijn
plaats zijn geweest.
Het Bronnenboek geeft maar vijf teksten over Noviomagus en de Noormannen,
de nrs.50 (uit 837), 55 (uit 846), 57 (uit 870), 58 (uit 880) en 59
(uit 880/881), in feite maar vier daar 58 en 59 parallelteksten zijn
over dezelfde gebeurtenis. Maar het Bronnenboek slaat 50 teksten over,
waarin over Noormannen en Noviomagus, Batua en Frisia wordt gesproken.
Waarom worden deze teksten over Noormannen en Noviomagus overgeslagen en
menen Leupen en Thissen met een restantje van vier te bewijzen dat de
Noormannen in Nijmegen verbleven? Is dit geen wetenschappelijk bedrog?
In elk geval wel wetenschappelijke onkunde!
Tussen die 50 teksten hier genoemde
overgeslagen teksten zitten er 25 die voorheen altijd op Nijmegen en
Nederland werden toegepast, namelijk de teksten: 178, 240, 242, 244,
248, 252, 253, 254, 259, 260, 261, 262, 263, 264, 271, 274, 287, 293,
296, 302, 310, 311, 312, 320, 338 in De Ware Kijk Op.
Deze teksten worden zonder vorm van toelichting dan ook aan Noyon c.q.
Frankrijk afgestaan. Derhalve geeft het Bronnenboek volmondig toe, al
hield het de mond stijf dicht, dat de vroegere toepassing op Nijmegen fout was. In deze materie heeft het Bronnenboek een van zijn ergste fraudes gepleegd, die de kern van het opzettelijk bedrog blootlegt. Het Bronnenboek zegt bij monde van prof. Leupen: "het is belachelijk te veronderstellen, dat bij de historici verwarring zou bestaan tussen Noyon en Nijmegen",
zoals Delahaye vanaf 1954 stelde. Niet alleen toont het Bronnenboek
evenzoveel malen zelf die verwarring aan, maar het laat ook 50 bewijzen
van die verwarring achterwege, om dan te besluiten dat "er geen verwarring bestaat". Zonder toelichting waarom deze teksten niet meer voor Nijmegen gelden, is het wetenschappelijk bedrog ten top en levert het bovendien de "Blunderprijs 1981" voor Leupen op. En dan hebben we het nog niet eens over de grootste blunder gehad: de bisschop van Nijmegen, geïnstalleerd door de historische paus Lepen himzelf.
In de berichten over de Noormannen neemt Dorestadum een even
belangrijke plaats in als Noviomagus. Daarover citeert het Bronnenboek
twee teksten en slaat het er 16 (zestien!) over, weer zonder enige uitleg over deze selectie te geven. Zie de teksten: 87,
104, 210, 224, 225, 226, 242, 243, 244, 246, 259, 260, 262, 271,356,445 in De Ware Kijk Op.
Waarom worden deze overgeslagen? Omdat ze niet over Nijmegen gaan? Maar
als de Noormannen niet Wijk bij Duurstede en Utrecht geplunderd hebben,
waarom dan wel Nijmegen dat slechts via die plaatsen te bereiken was?
De Noormannen-berichten bevatten niet alleen Noviomagus en
Dorestadum. Meestal vermelden zij ook Frisia - Vlaanderen, Batua -
Béthune, de Renus - Schelde, soms zelfs de Schelde en Vlaanderen onder
hun eigen namen. Dan is het wel duidelijk waarom het Bronnenboek deze
teksten overslaat!
Uit het jaar 1047 (de
verwoesting van het Paleis Noviomagus door Boudewijn van Vlaanderen en
Godfried van Lotharingen) geeft het Bronnenboek 2 teksten en een derde
gedeeltelijk, maar slaat er 6 (zes!) over. Het wel duidelijk waarom Leupen en Thissen deze 6 overslaan. Kenden ze deze teksten niet of hebben ze deze bewust overgeslagen omdat ze te nadrukkelijk op Frankrijk wijzen? Wie de teksten 417, 418, 419, 420, 421 en 422 in de Ware Kijk Op leest weet het antwoord wel. Ook hier is weer sprake van opzettelijke misleiding ofwel wetenschappelijk bedrog.
De teksten uit 880 en 881 over de Noormannen die men in Nijmegen gebruikt om hun aanwezigheid aan te tonen, gaan duidelijk over Frankrijk. Het Bronnenboek geeft 2 teksten, maar slaat er 7 (zeven!) over.
In die 7 teksten blijkt duidelijk waar de Noormannen in de jaren 880 en
881 aan het plunderen waren. We noemen de plaatsen die in deze teksten
genoemd worden: Doornik, Boulogne-sur-Mer, Bourbourg, Esquelbecq,
Wormhoudt, Watten, Hesdin, Auchy-les-Moines,
St.Martin-de-Fauquembergues, Gronemberghe, Bailleul, Veurne, Poperingen,
Blangy, Renty, St. Pierre-de-Vendôme, St. Martin-de-Fauquembergues, de
abdijen van ViIIiers en van Samer, Sangatte (pas 2 eeuwen later
herbouwd) en Noviomagus. Was dit Nijmegen? De inwoners van Arras
vluchtten naar Beauvais: die van Doornik naar Noviomagus (=Noyon),
vanwaar zij pas 30 jaren later terugkeerden. Wie de tekst uit 880 in Nijmegen wil plaatsen, moet met meer bewijzen komen dan slechts met de 'vertaling' van Noviomagus in Nijmegen, zonder verdere toelichting! Lees meer over deze jaren in hoofdstuk 3 van Het Valkhof 2000 jaar.