Jozias George Adolf van Waldeck-Pyrmont (Arolsen, 13 mei 1896 – Diez, 30 november 1967) was een Duitse prins en gedurende de tijd van het nationaalsocialismeHöhere SS und Polizeiführer, sedert 1936 in de rang van SS-Obergruppenführer (luitenant-generaal). Hij was ook parlementslid voor de NSDAP in de Rijksdag.
Biografie: Jozias was lid van het geslacht Zu Waldeck und Pyrmont en de oudste zoon van vorst Frederik van Waldeck-Pyrmont en diens vrouw Bathildis van Schaumburg-Lippe.
Zijn vader, de laatste regerend vorst van Waldeck, was een jongere broer van de NederlandsekoninginEmma. Zelf was hij dus een volle neef van koningin Wilhelmina.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog meldde Jozias zich als oorlogsvrijwilliger bij het leger aan.
Tijdens zijn vierjarig verblijf in de oorlog raakte hij een aantal keer
verwond. Na de oorlog was hij als officier betrokken bij het verzet van
de Duitse bevolking van Opper-Silezië tegen het besluit, conform het Verdrag van Versailles, dat het gebied bij Polen gevoegd zou worden.
In november 1929 werd hij lid van zowel de NSDAP als de SS. Al snel werd hij adjudant van Sepp Dietrich en Heinrich Himmler, waardoor een snelle carrière binnen de SS mogelijk werd.
In 1933 was hij Gruppenführer, in welke hoedanigheid hij betrokken was bij de organisatie van de Nacht van de Lange Messen.
In 1933 werd hij ook gekozen als afgevaardigde in de Rijksdag, om niet veel later op voorspraak van Hitler zelf, benoemd te worden tot rechter van het Volksgerechtshof, een hof dat zich uitsluitend bezighield met zogenaamde misdaden tegen de staat.
In 1939 volgde zijn benoeming tot Obergruppenführer en als zodanig kreeg hij de leiding over de Wehrkreis IX (Hessen en Thüringen), waaronder ook het concentratiekampBuchenwald viel.
Op zijn bevel werd de van misstanden verdachte kampcommandant Karl Koch in april 1945, even voordat de zesde pantserdivisie van het derde Amerikaanse leger het kamp bevrijdde, ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.
Na de oorlog werd Waldeck-Pyrmont door het geallieerde gerechtshof in Dachau veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.[3]
In
1948 werd deze straf omgezet in twintig jaar gevangenschap. In 1950
werd Waldeck-Pyrmont om gezondheidsredenen vrijgelaten Hij overleed in
1967 op 71-jarige leeftijd.
Privéleven
Jozias van Waldeck-Pyrmont was sinds 25 augustus 1922 getrouwd met Altburg Marie van Oldenburg, een dochter van Frederik August II van Oldenburg en Elisabeth Alexandrine van Mecklenburg-Schwerin. Het paar had de volgende kinderen:
- Margarethe (1923-2003); trouwde 1952 Franz Graf zu Erbach-Erbach und von Wartenberg-Roth (1925)
- Alexandra (1924-2009); trouwde in 1949 Botho Prinz zu Bentheim und Steinfurt (1924-2001)
- Ingrid (1931)
- Wittekind (1936-2024)
- Guda (1939); trouwde in 1958 Friedrich Wilhelm Fürst zu Wied (1931-2000) en hertrouwde in 1968 Horst Dierkes (1939)
Carrière
Waldeck-Pyrmont bekleedde verschillende rangen in zowel de Allgemeine-SS als Waffen-SS. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen.
Lidmaatschapsnummers
- NSDAP-nr.: 160 025[23] (lid geworden 29 november 1929[7][9])
- SS-nr.: 2 139[23] (lid geworden 2 maart 1930[5][9])
Decoraties
Selectie:
- IJzeren Kruis 1914, 1e Klasse en 2e Klasse[7][14][21]
- Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse[14][21] (1940[7]) en 2e Klasse[14][21] (30 mei 1940[7])
- Gewondeninsigne 1918 in zwart[7][14]
- IJzeren Halve Maan
- Gouden Ereteken van de NSDAP op 30 januari 1939[7][14][19][26]
- SS-Ehrenring[14][23]
- Ehrendegen des Reichsführers-SS[14][23]
- Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e Klasse[14] en 2e Klasse[14] met Zwaarden
- Erekruis voor Frontstrijders in de Wereldoorlog[7][14] in 1934
(bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Waffen-SS)
Vanaf 1939 was de Waffen-SS de naam van de militaire onderdelen van de nationaalsocialistische partijtroepen SS. Ze was in 1934 opgericht onder de naam SS-Verfügungstruppe.
De formaties bestonden uit mannen uit nazi-Duitsland
en nazi-Oostenrijk, maar ook uit duizenden vrijwilligers uit zowel het
bezette (Nederland, België) als onbezette landen (Italië, Kroatië).
Vanaf medio 1940 was de Waffen-SS organisatorisch onafhankelijk en stond onder direct bevel van de Reichsführer-SS Heinrich Himmler.
De Waffen-SS groeide tijdens de Tweede Wereldoorlog van drie regimenten tot meer dan 38 divisies en diende naast het Heer (reguliere landleger van de Wehrmacht), Ordnungspolizei (nazipolitie) en andere veiligheidseenheden, met in 1944 900.000 leden van wie o.m. 22.000 Nederlanders, 25-35.000 Kroaten, en 60-80.000 Letten.
In
België wordt het aantal Vlaamse Waffen-SS'ers gedurende de oorlog
geschat op zo'n 10.000 man en het aantal Waalse Waffen-SS'ers op 6.700
man op een totaal van ca. 42.000 Belgen die tijdens de Tweede
Wereldoorlog de wapens opnamen aan de zijde van Duitsland. Ondanks de versoepeling van de regels, hield de Waffen-SS vast aan de veroordeelde racistische ideologie van het nazisme, en etnische Polen (die als Untermenschen werden beschouwd) waren uitgesloten van de SS.
De Waffen-SS omvatte zowel gevechtseenheden als de bewakers van concentratie- en vernietigingskampen, maar de bewakers werden uitsluitend geleverd door de SS Totenkopf eenheden. Deze laatste werden in 1941 overgedragen aan de Waffen-SS,
waarbij de meeste werden geïntegreerd in SS-divisies als reguliere
SS-infanterieregimenten. Alleen de drie regimenten van wat later de 3. SS-Panzer-Division Totenkopf zou worden en de bewakers van de concentratiekampen mochten de kraagpunt met het Totenkopf dragen.
Er was een levendige uitwisseling van personeel zoals de bewakers van
de concentratie- en vernietigingskampen, de "Totenkopf"-divisie en
andere delen van de Waffen-SS.[5]
In 1945 werd de Waffen-SS, na de nazi-Duitse nederlaag, ontbonden. Op 30 september 1946 werd de Waffen-SS door een geallieerde rechtbank tijdens de processen van Neurenberg veroordeeld en formeel bestempeld tot misdadige organisatie en verboden.
Vanwege haar betrokkenheid bij de Holocaust, de Porajmos en talrijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de burgerbevolking, werd de Waffen-SS op 30 september 1946 op de Processen van Neurenberg tot criminele organisatie verklaard.
In de Bondsrepubliek Duitsland,
is de verspreiding van propagandamateriaal van zulke ongrondwettelijke
organisaties en gebruik van symbolen van deze organisaties en daarmee
van materiaal en symbolen van de SS volgens paragrafen § 86 en 86a van
het Duitse Wetboek van Strafrecht strafbaar.
Geschiedenis: Schutzstaffel
Zie Schutzstaffel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De SS werd in 1925 opgericht als persoonlijke lijfwacht van Hitler, de Stoßtrupp-Hitler. Naast deze taak kreeg de nieuwbakken SS ook nog andere taken, zoals bescherming van de partij-elite en bewaking van vergaderingen. Deze taken werden normaal waargenomen door de SA,
maar de kringen rond Hitler stelden meer vertrouwen in deze nieuwe
elite, die beter georganiseerd en geleid werd dan de massabeweging die
de SA toch wel was.
Hoewel
de SA dus een belangrijke concurrent voor Himmler scheen, kwam de echte
concurrentie toch uit onverwachte hoek, namelijk die van Hermann Göring. Deze was na de verkiezingsoverwinning van de NSDAP in 1933 benoemd tot minister van binnenlandse zaken van Pruisen. In die hoedanigheid was hij ook hoofd van de politie van Berlijn en
stond ook de SS-compagnie van 10.000 man die in de stad gelegerd was
onder zijn toezicht. Hoewel Himmler inzake deze groep geen bevoegdheden
had, slaagde hij er op slinkse wijze in om Hitler te overtuigen dat er
behoefte was aan een SD-kantoor in Berlijn. Door het verzinnen van een staatsgreep tegen Göring, werd hij benoemd tot hoofd van de Berlijnse geheime politie.
Deze benoeming voegde Himmler bij zijn status als hoofd van de politie in München. Hij richtte daar ook een eigen concentratiekamp op, Dachau genaamd. Om dit kamp te bewaken, had hij een gewapende groepering nodig, de Totenkopfbewakers, onder het bevel van Theodor Eicke, de latere bevelhebber van de Totenkopfdivision. Naast
deze eenheid, had Himmler ook beschikking over een gevangenisinrichting
(de concentratiekampen) en de bewakingsgroep van de rijkskanselarij,
de Stabswache, o.l.v. Sepp Dietrich.[10] Op 26 juli 1934, verklaarde Hitler het volgende:
"Als
beloning voor de uitnemende verdiensten, vooral in verband met de
gebeurtenissen van 30 juni 1934, verleen ik de SS de status van
onafhankelijke organisatie binnen de Nationaalsocialistische Duitse
Arbeiderspartij."
Hiermee
was de onafhankelijke organisatie van de SS een feit en kon Himmler
zich bezighouden met de oprichting van een gewapende SS-eenheid, als
permanente elitetroep t.o.v. de Wehrmacht.
Verfügungstruppen
Zie SS-Verfügungstruppe voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Met Himmlers voornemen om in 1935 een permanente gewapende SS-eenheid met de sterkte van een divisie op te richten, de Verfügungstruppen,
was de officieuze oprichting van de Waffen-SS een feit. Deze
Verfügungstruppen zouden officieel dienen als reservestrijdmacht,
vandaar ook de naam; maar in feite waren zij de aanzet van het nieuw op
te richten SS-leger. De taken van deze strijdmacht waren vaag
omschreven, maar er was toch een duidelijk onderscheid met de Totenkopfverbände, de bewapende bewakers van de concentratiekampen. Deze strijdmacht bestond uit drie regimenten (Standarten), bestaande uit drie bataljons: Deutschland, gelegerd in München; Germania, gelegerd in Hamburg en de Leibstandarte, gelegerd in Berlijn.[12] De militaire leiding lag in de handen van Paul Hausser,
ex-luitenant-generaal bij het reguliere leger; de Leibstandarte kende
echter een grotere onafhankelijkheid binnen de organisatie door de oude
vriendschap van Sepp Dietrich, de commandant, met Hitler.
Inzet: Anschluss
Zie Anschluss voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De
Anschluss was weliswaar een operatie waarbij officieel geen legermacht
werd ingezet, maar ze had toch ingrijpende gevolgen voor de Waffen-SS.
In Oostenrijk bestond een eenheid van de SS, maar die was er tot het moment van de Anschluss, 13 maart 1938, verboden. Deze eenheid sloot zich dan aan bij de bestaande Duitse Waffen-SS onder de naam Der Führer, gekazerneerd in Wenen en Klagenfurt. Met deze toevoeging werd het aantal Standarten op vier gebracht.
Hoewel dat op zich voor de SS een goede zaak was, vond men dit in het reguliere leger, de Wehrmacht verontrustend. Daarom besloot Hitler in augustus 1938 klaarheid te scheppen, in een strikt geheim document. De gewone SS bleef een onbewapende organisatie. Aan de Waffen-SS, bestaande uit de Verfügungstruppen, de Totenkopfverbände en de Junkerschule (de
opleidingsscholen voor officieren); werden nieuwe rollen toegedicht.
Als belangrijkste werd bepaald dat de Waffen-SS een bewapende, militaire
eenheid zou zijn, die in geval van oorlog onder tactisch commando van
de plaatselijke legerbevelhebber zou staan. De Reichsführer-SS en Hitler bleven uiteraard de eindbevelhebbers.
Verder stond ook in het decreet dat dienst bij de Verfügungstruppen als equivalent zou gelden van de dienstplicht en dat de Totenkopfverbände in oorlogstijd omgevormd kunnen worden tot een speciale politiemacht o.l.v. de Reichsführer-SS. In 1939 waren de Verfügungstruppen nog meer uitgebreid en ongevormd tot de kern van een divisie.
Sitzkrieg
Zie Sitzkrieg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Tijdens de Poolse Veldtocht,
die het begin vormde van de Tweede Wereldoorlog, mocht de nieuwbakken
SS-divisie echter niet op eigen houtje vechten. Het leger achtte deze
legermacht namelijk nog te klein en verdeelde ze onder zijn eigen
troepen. De verliezen waren echter hoog, ondanks de geringe inzet,
volgens Himmler te wijten aan gebrekkige vuursteun van het leger,
volgens het leger te wijten aan een gebrek aan leiderschap. Hoe het ook
zij, deze verliezen overtuigden Hitler om Himmler toestemming te geven
om het aantal SS-divisies uit te breiden tot drie.
Hoewel deze beslissing op het eerste gezicht een groei van de Waffen-SS
garandeerde, bleek het toch niet zo eenvoudig. Eerst en vooral dienden
de nieuwe rekruten te voldoen aan Himmlers strenge criteria. De
belangrijkste struikelblokken waren echter de dienstplichtwetten van Duitsland. Hierbij werden de rekruten verdeeld over de onderdelen naar behoefte van de Wehrmacht,
zonder daarbij rekening te houden met de wensen van de SS. Deze kreeg,
onder druk van Hitler, net genoeg rekruten voor de sterkte van een
divisie. De troepen die hij kreeg, toen bekend raakte dat er nog eens
twee extra divisies bij kwamen, waren jong en ongeoefend. Deze waren
nutteloos voor Himmlers plannen, die een snelle opbouw van een staande
strijdmacht vooropstelden.
Himmler kwam tot een onorthodoxe, maar volledig wettige oplossing. Eerst lijfde hij de Totenkopfverbände in,
samen met de Duitse burgerpolitie. Hij verving de bewakers van de
concentratiekampen dan door oudere mannen en hervormde de Totenkopfverbände tot drie Totenkopfstandarten, in de nieuw gevormde Totenkopfdivisie. De Duitse politie-eenheden werden gereorganiseerd in de Polizeidivisie, die echter door het grote aandeel oudere en minder geoefende soldaten een soort tweederangs eenheid werd.
Als belangrijkste oplossing bedacht Himmler, samen met zijn chef-rekrutering Gottlob Berger, een doeltreffend plan. De rassenwetten beschouwden namelijk grote, Duitssprekende, bevolkingsgroepen die in Polen en Slowakije woonden als Volksdeutsche. Deze konden wel gerekruteerd worden door de SS, maar niet door de Wehrmacht,
aangezien zij geen inwoner waren van Duitsland. In de eerste jaren van
de overheersing meldden ze zich vrijwillig en in groten getale aan, maar
dit aantal slonk naarmate het einde van de oorlog in zicht kwam.
Naast
de rekrutering was ook de uitrusting van de Waffen-SS een zorgenkindje.
Geheime toenaderingen in de richting van de wapenindustrie werden
ontdekt door het leger en mislukten.[14] Het leger stond dus in voor de uitrusting van de Waffen-SS, maar het sprak vanzelf dat eenheden van de Wehrmacht voor gingen op die van de SS. Ondanks dat euvel, werd de Verfügungsdivision en de Leibstandarte uitgerust met het beste gemotoriseerde materieel van het Duitse leger. De Totenkopf en Polizei divisies moesten het echter doen met oude, opgevorderde uitrusting. In 1940, na een besluit van Hitler, waarbij dienst bij de Totenkopfverbände als vervulling van de dienstplicht zou gelden, kreeg dit geheel van gewapende SS'ers de naam Waffen-SS.
Westfront: Fall Gelb
Zie Operatie Fall Gelb voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De aanval op West-Europa werd uitgevoerd door drie Heeresgruppen, Heeresgruppe A, Heeresgruppe B en Heeresgruppe C. De taak van Heresgruppe A was daarvan de belangrijkste. Zij diende door te breken in het centrum van het front, door de Ardennen in de richting van de Kanaalhavens. Voor deze taak kreeg zij het grootste deel van de Duitse pantsermacht, bestaande uit 10 divisies, toegewezen. De taak van Heeresgruppe B was evenzeer van belang, zij diende de aandacht af te leiden van de centrale doorbraak en de beste geallieerde pantserdivisies
naar het noorden te lokken. Voor deze taak kreeg zij drie
pantserdivisies en enkele gemotoriseerde eenheden, waaronder de SS-Verfügungsdivision. De SS-Totenkopfdivision werd als OKH-reserve opgesteld aan de Rijn en de SS-Polizeidivision ten slotte werd toegewezen aan Heresgruppe C.
De meest ingezette SS-divisie was de SS-Verfügungsdivision, toegewezen aan Heeresgruppe B. Van deze divisie werd één Standarte, de Standarte Der Führer direct ingezet in de voorste linie, naast de zelfstandige SS-Leibstandarte. De andere twee Standarten, Standarte Germania en Standarte Deutschland, werden in reserve gehouden, maar zouden spoedig een rol in de voorste lijn krijgen.
De Leibstandarte rukte op door Midden-Nederland, in de richting van de IJssel.
Bij hun aankomst bleek echter dat hun oversteekplaatsen door de
Nederlanders waren opgeblazen. Na hun oversteek zetten zij de opmars in
de richting van Amersfoort voort. De Standarte Der Führer was ingezet als stoottroep voor de 207e Infanteriedivisie (Wehrmacht). Deze Standarte was er op 10 mei in geslaagd over de IJssel te komen en viel vervolgens de Grebbelinie aan. Daar zou de Standarte gevoelige verliezen lijden bij de drie dagen durende strijd rond de Grebbeberg te Rhenen. De Leibstandarte werd
echter op de tweede oorlogsdag bevolen om zich van het centrale front
naar het zuiden te verplaatsen. Via Duits grondgebied bereikte men op 13
mei Noord-Brabant, waar bij Geertruidenberg en Keizersveer nog
enige schermutselingen met Nederlandse troepen plaatsvonden. Nadien
kwam men aan te Rotterdam. De stad werd taai verdedigd door de
Nederlanders, zodat de Duitsers besloten de verdediging op de knieën te
dwingen met een zwaar bombardement, wat uiteindelijk de aanleiding
vormde tot het bombardement van Rotterdam dat zo berucht werd.
In de periode 12-17 mei zou de SS Verfügungsdivision in
Noord-Brabant en Noord-België een serie gevechten leveren tegen drie
legers. Vooreerst tegen Nederlandse restanten van de verdedigingslinies
langs Maas en in de Peel regio. Vervolgens Franse troepen van het 7e Leger in de sector Hilvarenbeek - Goirle, nadien Franse troepen in de grensregio rond Essen, Woensdrecht en Bergen op Zoom. In Nederland werd de met SS-V divisieverbanden versterkte Standarte Deutschland ingezet om Zuid-Beveland en Walcheren te veroveren, wat in een drie dagen durende operatie slaagde. Daarbij werden Nederlandse en Franse troepen verslagen.
De SS-Verfügungsdvision werd op bevel van het OKH overgeplaatst naar Frankrijk, waar de Duitse opmars de Geallieerde slagorde in twee spleet. Voordat deze divisie echter ter plaatse was, werd de SS-Totenkopfdivision uit de reserve gehaald en op 19 mei ingezet in Cambrai en ze sloot zich aan bij Rommels 7e Pantserdivisie. Tussen 19 en 21 mei leverde deze divisie bloedige gevechten, tot zij zich op 21 mei op weg naar Arras begaf.
Tijdens de slag om Duinkerke werden zowel de Verfügungs- als de Totenkopfdivisies ingezet[16] om een aanval op Duinkerke uit te voeren. Hun opmars werd bemoeilijkt door het Kanaal Duinkerke-Schelde en de Leie, waardoor de divisies zware verliezen leden tijdens de Leieslag. De Standarte Deutschland, o.l.v. Felix Steiner, sloeg een Britse tegenaanval af, maar verloor daarbij het equivalent van een compagnie. Ze kreeg echter de steun van een regiment van de SS-Totenkopfdivision, die de SS-Verfügungsdivsion niet kon bijhouden. Ondanks de zeer hardnekkige Britse tegenstand slaagde het Duitse leger er in om de perimeter in
te nemen; dit echter met weinig hulp van de Waffen-SS, aangezien Hitler
vreesde voor een sterke Franse tegenstand na de inname van Duinkerken
en daarvoor de pantser- en mobiele divisies wou sparen. Deze angst bleek
ongegrond.
De SS Leibstandarte en SS Totenkopfdivision raakten
eind mei beide betrokken bij incidenten waarbij het oorlogsrecht door
verbanden uit deze eenheden werd geschonden en moordpartijen op Britse
krijgsgevangenen het gevolg waren.
Fall Rot
Zie Slag om Frankrijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Na een achtervolging door Frankrijk gaven de Franse troepen zich op 21 juni 1940 over.
De Waffen-SS-eenheden hadden dus enige aansprekende resultaten geboekt, voornamelijk omdat zij altijd in de eerste linie, op de SS-Polizeidivision na,
te vinden waren. Dit kwam door het feit dat zij volledig gemotoriseerd
waren, als een van de weinige eenheden van het Duitse leger, en daardoor
werden toegevoegd aan de pantserdivisies. Daarnaast hadden ze ook het
voordeel van een uitstekende fysieke conditie en motivatie. Het
belangrijkste gevolg van de operaties op het westfront was echter dat Hitler Himmler toestemming gaf om het aantal divisies uit te breiden van drie naar vier.[16]
Oostfront 1940 - 1941
Na Hitlers toestemming tot het uitbreiden van de Waffen-SS, werd deze met nieuwe problemen geconfronteerd. Door de strenge rassenwetten was het namelijk niet mogelijk om gewoon soldaten van alle rassen te rekruteren zoals de Wehrmacht en dus vond Himmler een andere oplossing. Na de verovering van Denemarken, Noorwegen, Nederland en België waren
grote delen van het "leefgebied van het Germaanse ras" onder Duitse
heerschappij gekomen en kon er, hoewel de inwoners niet Duits waren en
dus niet in aanmerking kwamen voor de Wehrmacht, wel gerekruteerd worden voor de Waffen-SS. Het enige probleem was dat de nieuwe rekruten zich vrijwillig moesten melden en dat vlotte niet meteen.
Tegen december 1940 slaagde men er echter toch al in om twee nieuwe Standarten, namelijk Standarte Nordland, bestaande uit Denen en Noren; en Standarte Westland, bestaande uit Nederlanders en Vlamingen samen te stellen. Deze twee Standarten werden samen met de Standarte Germania, uit de SS-Verfügungsdivision, samengevoegd tot de nieuwe SS-division Wiking, onder het bevel van Felix Steiner. De SS-Verfügungsdivision kreeg als compensatie een Totenkopfstandarte en werd in zijn geheel hernoemd naar de SS-division Das Reich. De twee overblijvende Totenkopfstandarte werden samengevoegd tot Kampfgruppe Nord. De vijfde Totenkopfstandarte ten slotte werd hernoemd tot het SS-infanterieregiment nº 1 en gestationeerd in Noorwegen. De Waffen-SS bestond in het begin van 1941 uit vier divisies, namelijk de SS-division Das Reich, SS-division Totenkopf, SS-Polizeidivision en de SS-division Wiking; twee brigades: Leibstandarte en Kampfgruppe Nord; en een infanterieregiment: SS-infanterieregiment nº 1.
Deze uitbreiding, hoewel geforceerd en niet overal even volledig, kwam er naar aanleiding van de dreigende inval in de Sovjet-Unie,
waar Himmler van afwist. De Waffen-SS was volgens hem namelijk de enige
organisatie die ideologisch voorbereid was op deze slachting en dit
rechtvaardigde bij Hitler zijn smeekbeden om meer manschappen. De
gemotoriseerde Waffen-SS werd dan ook naar het oosten gestuurd, samen
met de Wehrmacht, maar voor zij daar aankwamen deden de SS-eenheden
eerst nog wat gevechtservaring op in de Balkan toen daar onlusten uitbraken. Deze acties zorgden echter voor een vertraging bij Operatie Barbarossa, waarvan de datum werd vastgezet op 22 juni 1941.
Operatie Barbarossa
Zie Operatie Barbarossa voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De rol van de Waffen-SS tijdens de inval in de Sovjet-Unie kan niet los gezien worden van hun oorlogsmisdaden en hun massamoorden. De Waffen-SS toonde
grote bereidheid tot doden, zowel in de frontlinies als achter de
linies. Bovendien werd hen door Himmler en de SS-top voorgehouden dat
de Joden en de Slaven geen mensen waren en dus naar hartenlust vermoord mochten worden, zonder dat men zich daar schuldig over moest voelen.
De aanval op de Sovjet-Unie bestond uit drie hoofdassen. De noordelijke as, toegewezen aan Heeresgruppe C, diende op te rukken naar Leningrad. De centrale as, toegewezen aan Heeresgruppe B, naar Moskou en de zuidelijke as, Heeresgruppe A, naar Kyiv en Oekraïne.[22] De
gemotoriseerde Waffen-SS-divisies waren voor het Duitse leger, dat
slechts over 19 pantser- en 12 gemotoriseerde divisies beschikte,[22] zeer belangrijk. De Leibstandarte en de SS-division Wiking werden toegevoegd aan de Heeresgruppe A, de SS-division Das Reich aan Heersgruppe B en de SS-division Totenkopf en de SS-Polizeidivsion bij Heeresgruppe C.
De divisies Leibstandarte en Wiking waren zeer succesvol en konden in november zelfs doorstoten tot aan de Don. De divisie Das Reich werd echter ingesloten bij Leningrad en moest met geweld uitbreken. Daarna werd ze overgeplaatst naar Kyiv. De andere twee divisies speelden geen noemenswaardige rol in de gevechten.
1942
In 1942 waren er legerhervormingen op til. Na de campagnes van de voorgaande jaren had het Duitse opperbevel ingezien
dat de gemotoriseerde divisies allemaal dienden voorzien te worden van
mobiele infanterie-eenheden, die volledig uitgerust werden met halftracks en rupsvoertuigen. Om deze hervormingen door te voeren werden in de zomer en herfst van 1942 de eenheden Leibstandarte, SS-division Das Reich en SS-division Totenkopf teruggetrokken naar Frankrijk. Daar werden ze ook versterkt met een tankbataljon.
De SS-division Wiking kreeg dezelfde nieuwe middelen, maar zat vast aan het front. Samen met de Pantsergruppe Von Kleist vochten zij zich een weg naar de Kaukasus. Deze aanval hing nauw samen met de opmars naar Stalingrad, Fall Blau, en de SS-division Wiking oogstte
hierbij veel succes. Gelukkig voor de reputatie van de Waffen-SS werden
hun divisies niet ingezet in de strijd om Stalingrad zelf, hoewel zij
wel betrokken waren bij de ontzettingspogingen.
1943
1943 was
een belangrijk jaar voor de pantserdivisies van Duitsland en dus ook
voor de Waffen-SS. Na de Duitse nederlaag in Stalingrad bedreigden de
Sovjetlegers Charkov. Men diende dus de saillant die hierbij gevormd was door het Sovjetleger af te knijpen. Deze operatie werd toegewezen aan de bevelhebber van Heeresgruppe Süd, von Manstein.
Zijn enige hoop was de superioriteit en ervaring van de Duitse legers
met de mobiele oorlogvoering, aangezien zijn Russische tegenstanders ver
in de meerderheid waren. Om deze plannen te kunnen uitvoeren kreeg hij
twaalf pantserdivisies, meer dan er tot op dat moment ooit gezien was.
Deze troepenmacht bestond onder andere uit de drie "klassieke" divisies van de SS, de SS-division Das Reich, SS-division Totenkopf en SS-division Leibstandarte.
Deze divisies vormden de speerpunt van de opmars van von Manstein. Om
dat doel te kunnen bereiken werden ze samengevoegd tot het SS-Pantserkorps onder leiding van Paul Hausser, oud-bevelhebber van de Verfügungsdivision. De eenheden waren echter in februari 1943 al zwaar toegetakeld door de Russische strijdkrachten. De SS-division Totenkopf verloor op 28 februari haar commandant, Theodor Eicke.[24] In hun voordeel speelde dan weer dat zij uitgerust waren met veel meer (modernere) tanks dan de rest van de Wehrmacht.
Zie Derde Slag om Charkov voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Op 23 februari viel deze legergroep aan in zuidoostelijke richting. Vijf dagen later maakten ze contact met het 4e Pantserleger, o.l.v. Hermann Hoth, waarna ze doorstootten naar Charkiv zelf. Veertien dagen later, op 14 maart gaven
de Sovjets hun vertwijfelde verdediging op. Ze verloren 600 tanks en
20.000 doden, maar Hausser verloor bijna 12.000 mannen, die hij
moeilijker kon vervangen. Deze acties toonden de formidabele kracht van
het SS-Pantserkorps.
Zie Slag om Koersk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De slag bij Koersk,
of Operatie Citadel, kwam er na heftige discussie in de Duitse
legerleiding om een defensieve of offensieve koers te voeren. De chef
van de Generale Staf, Kurt Zeitzler, was echter fel tegen het voeren van een defensieve koers. Von Manstein was sceptisch, samen met Hitler, Guderian was resoluut tegen. In juli 1943 gaf Hitler ten slotte zijn fiat.
Het plan was om een tangbeweging,
net zoals bij Charkov, te maken, met als pinnen de Duitse tankdivisies.
De zuidelijke groep, die naar het noorden moest doorstoten, was het
sterkst, met 9 divisies, waaronder het II SS Pantserkorps, over vijftig kilometer. De spits van de divisies werd gevormd door de zware tanks, waaronder de Tiger I, de flanken door de Panther. De infanterie werd nauwelijks ingezet, maar de Pantsergrenadiers werden zwaarder belast.
De
slag werd een complete mislukking voor de Duitsers. De Russische
stellingen waren enorm sterk verdedigd, bestaande uit drie hoofdgordels
en bestreken door meer dan 20.000 stukken artillerie, waaronder 6.000 76-mm antitankkanonnen, en grote groepen infanteristen met antitankwapens. De slag begon op 5 juli 1943. In het noorden raakten de tanks van Model al
snel in de problemen. Hun buitenste linies, gevormd door de lichtere
tanks, werden vernietigd door de Russische verdediging, terwijl hun
zwaardere tanks, niet uitgerust met machinegeweren, werden aangevallen
door de antitankgroepen. In het zuiden ging het beter, de zwaardere
tanks konden zich staande houden tot de aankomst van de infanterie. Het II SS Pantserkorps had echter het grote probleem dat geen van zijn drie divisies contact kon maken met elkaar vanuit hun doorbraken.
Op 12 juli, met 15 kilometer terreinwinst en 1400 verloren tanks, besloot Hoth om een laatste alles-of-niets-aanval te lanceren door de bres. Hij trok 6.000 tanks samen, waaronder het II SS Pantserkorps en
brak uit naar open gebied, zonder om te kijken naar de flank. 's
Middags vielen ze echter ten prooi aan een nieuw Sovjet tankleger en om
22:00 waren ze verslagen. De dag erop beëindigde Hitler de operatie. De
Duitsers verloren ruim 1.500 tanks, en daarmee hun laatste grote
reserve.
De Waffen-SS werd als reactie hierop uitgebreid, zij vormde immers de aanvalsmacht die het oostfront zo dringend nodig had om de gaten in de linie te dichten. Al in december 1942 kreeg Himmler de toestemming om twee nieuwe pantsergrenadierdivisies op te richten, de 9e SS-Panzer-Division Hohenstauffen en de 10e SS-Panzer-Division Frundsberg. Daarnaast had de leider van de Hitlerjugend, Rijksjeugdleider Artur Axmann, Himmler aangeboden om een divisie te vormen: het werd de 12e SS-Panzer-Division Hitlerjugend. In oktober werden de 16e SS-Panzergrenadier-Division Reichsführer SS en de 17e SS-Panzergrenadier-Division Götz von Berlichingen opgericht, beiden pantsergrenadierdivisies. Op hetzelfde moment werden de 1e SS-Panzer-Division Leibstandarte, 2e SS-Panzer-Division Das Reich, 3e SS-Panzer-Division Totenkopf, 5e SS-Panzerdivison Wiking, 9e SS-Panzer-Division Hohenstauffen, 10e SS-Panzer-Division Frundsberg en 12e SS-Panzer-Division Hitlerjugend opnieuw
bewapend. Deze zeven divisies waren een kwart van de totale Duitse
sterkte aan pantserdivisies (30) en dat bleef zo tot het eind van de
oorlog.
Om
deze uitbreiding te kunnen opvangen had Himmler niet genoeg aan de
vrijwilligers. Hij kon echter, mede dankzij de successen aan het
oostfront van de Waffen-SS, de benodigde rekruten, zo'n 70 à 80% van het
benodigd aantal, halen uit het totaal aantal rekruten voor de Wehrmacht. Naar
de toekomst toe moest hij dit meer en meer doen. Daarnaast werden niet
alleen zgn. "Germanen" (inwoners van het Germaanse gebied, voornamelijk
de Lage Landen en Scandinavië) maar ook "niet-Germanen" uit bezet Europa ingelijfd bij de Waffen-SS, dit zeer tegen de zin van Himmler. Hij had echter geen keus en daardoor evolueerde de Waffen-SS van Germaanse elite naar niet-Germaanse gerekruteerde massa.
1944 Oostfront
Aan het oostfront werd
de Waffen-SS gebruikt als de persoonlijke troepenmacht van Hitler, die
telkens wanneer de situatie dat vereiste, door hem naar believen kon
worden ingezet. De toestand aan het oostfront vroeg ook steeds meer om
de Waffen-SS-eenheden. Daarnaast waren sommige, voornamelijk de
klassieke, Waffen-SS-eenheden een zodanig geheel van de verdediging
geworden dat terugtrekken tot catastrofes zou leiden, daar het niveau
van de reguliere troepen ver achter liep.
In april 1944 was het 1e Pantserleger, onderdeel van Von Mansteins Heeresgruppe Süd, omsingeld door het Zuidelijk Front van het Rode Leger, in de zgn. Kamenets-Podolsky Pocket. Een aantal eenheden van de Waffen-SS, waaronder de SS-Panzer-Division Leibstandarte,
waren mee ingesloten. Omdat dit pantserleger een wezenlijk deel vormde
van de laatste pantserreserves, werd een ontzetting op touw gezet. Het II SS Pantserkorps, bestaande uit de SS-Panzer-Division Hohenstauffen en de SS-Panzer-Division Frundsberg, werd in allerijl uit Frankrijk overgebracht om de belegerden te ontzetten. Kort voor het einde van die operatie was de SS-Panzer-Division Wiking ook ingesloten, aan de Dnjepr.
De troepen die beschikbaar waren voor de ontzetting waren echter
bijzonder gering en dus hingen de overlevingskansen af van de
uitbraakpogingen van de divisie zelf. De strijd was verschrikkelijk,
maar de divisie overleefde, hoewel het nog enige tijd duurde voor ze
weer inzetbaar was.[29]
Operatie Overlord
Zie Operatie Overlord voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
In het westen was de situatie heel anders. De Duitse legertop wist dat de geallieerden van plan waren een tweede front te openen, maar wist niet waar. Daarenboven ontstond er ruzie tussen de Oberbefehlshaber West, von Rundstedt en de commandant van Heeresgruppe B, Rommel.
De eerste vond dat de pantserdivisies achter de hand dienden gehouden
te worden, om ingezet te worden zodra duidelijk was waar de hoofdaanval
van de geallieerden zou komen; de tweede betoogde dat de tanks zonder luchtsteun niet
verplaatst konden worden en prefereerde om ze dichter bij de kust te
plaatsen. Hitler hakte de knoop door en bepaalde dat drie van de zeven
pantserdivisies, waaronder de SS-Panzer-Division Hitlerjugend (Normandië) en de SS-Panzer-Division Leibstandarte (België)
door Von Rundstedt achter de hand dienden gehouden te worden en pas
mochten worden ingezet na ruggespraak met de staf van Hitler. Van de
overige zeven divisies, die toegewezen waren aan Rommel, behoorden er
ook twee tot de Waffen-SS, namelijk de 17eSS-Panzergrenadier-Division Götz von Berlichingen (Loire) en de SS-Panzer-Division Das Reich (Bordeaux).
De
vier divisies van de Waffen-SS vormden de grote sterkte van het Duitse
pantserleger in het westen, zowel op organisatorisch als op materieel
vlak. Negen pantserdivisies waren beschikbaar voor onmiddellijke
gevechten na de landing (eentje diende in het zuiden te blijven in
verband met mogelijke secundaire aanvallen), tezamen met het
dichtbijgelegen deel van de ±50 infanteriedivisies in het westen, wiens
rol echter marginaal zou zijn. Van de negen pantserdivisies waren er
vier van de Waffen-SS, na de landing kwamen er nog eens twee bij (9e SS-Panzer-Division Hohenstauffen en 10e SS-Panzer-Division Frundsberg).
Op 26 juni werd de 50e Northumbrian Infantry Division ingesloten aan de overgangen van de Odon, door het I SS Pantserkorps Leibstandarte, (SS-Panzer-Division Leibstandarte en SS-Panzer-Division Das Reich), o.l.v. Sepp Dietrich en vier dagen later verpletterend verslagen door het II SS Pantserkorps (SS-Panzer-Division Frundsberg en SS-Panzer-Division Hohenstauffen). De SS-Panzer-Division Das Reich was helemaal vanaf Bordeaux naar het noorden getrokken, daarbij stelselmatig gehinderd door verzetsacties. In Oradour-sur-Glane slachtte het 1e Regiment Der Führer het volledige dorp af, een actie die bekend kwam te staan als het bloedbad van Oradour-sur-Glane,
bij wijze van represaille. De misdaden bleven onopgemerkt, daar de
divisie onmiddellijk in gevecht geraakte met aanwezige geallieerde
eenheden.
Op 18 juli begonnen drie Britse pantserdivisies aan Operatie Goodwood, een uitbraakpoging uit het Normandisch bruggenhoofd. Zij kwamen tegenover de SS-Panzer-Division Leibstandarte, SS-Panzer-Division Hohenstauffen en SS-Panzer-Division Hitlerjugend te staan. Wanneer de Britse tanks over de heuvelrug van Bourguébus probeerden te geraken kwamen zij echter tegenover de niet vernietigde tanks van de SS-Panzer-Division Leibstandarte te staan, die de dag erop versterking kreeg van de SS-Panzer-Division Hitlerjugend en SS-Panzer-Division Hohenstauffen. De tegenstand van de Waffen-SS genoodzaakte Montgomery om de operatie af te blazen.
Zak van Falaise
Zie Zak van Falaise voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Op 7 augustus begon de later beruchte slag om Falaise. Vijf van de zes pantserdivisies van de Waffen-SS, SS-Panzer-Division Leibstandarte, SS-Panzer-Division Das Reich, SS-Panzer-Division Hohenstauffen, SS-Panzer-Division Frundsberg en SS-Panzer-Division Götz von Berlichingen; samen met de 2e, 21e en 116e Pantserdivisies van de Wehrmacht vielen in een boog het stadje Mortain
aan. De aanval mislukte geheel omdat het aan kracht ontbrak om de
aanval in de diepte te ontwikkelen. Deze mislukking zou leiden tot de
vernietiging van het 7e Leger (Wehrmacht) en de Duitse strijdkrachten in het westen in het algemeen.
Dankzij het feit dat de SS-Panzer-Division Hitlerjugend vanaf 13 augustus de enige uitgang uit de "pocket" wist open te houden tegenover de Poolse 1e Pantserdivisie (noordelijk) en het 15e Amerikaanse Legerkorps (zuidelijk, via Argentan) werd de 'ramp' nog enigszins ingedijkt. Op 20 augustus moest
dit worden opgegeven omdat de sterkte van de divisie te klein was
geworden om verder te vechten. De actie zorgde ervoor dat ±100.000 van
de ±150.000 ingesloten soldaten (8 pantserdivisies en 20
infanteriedivisies) konden ontkomen. Velen waren gewond en de eenheden
moesten veel van hun materiaal achterlaten.
Deze terugtrekking was mogelijk omdat Hitler de opperbevelhebber van Heeresgruppe B, Von Kluge, vervangen had door Model, "de redder van het oostfront", die veel onafhankelijker beslissingen durfde nemen. Het tijdstip dat de Wehrmacht uiteen zou vallen was nu echter genaderd en het Derde Rijk begon ten onder te gaan.
Operatie Market Garden
Zie Operatie Market Garden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De SS-Panzer-Division Hohenstauffen en SS-Panzer-Division Frundsberg werden na deze slachting overgebracht naar Arnhem om
terug op krachten te komen. Deze troepen, hoewel sterk uitgedund en in
de minderheid, waren genegeerd door de geallieerde legertop. Toen de
landing begonnen was, wierpen zij wat nog over was van hun divisies in
de strijd tegen de 1e British Airborne Division, die de verkeersbrug van Arnhem had veroverd. Op 21 september slaagden de Duitse divisies, waarvan de infanterie van de pantsers werd gescheiden door de Rijn, om de verkeersbrug over te steken, na de tegenstand overweldigd te hebben. Na deze nederlaag werd de operatie afgeblazen.[32]
De rest van het westfront was eveneens in een impasse geraakt. Het Duitse leger had zich uit Frankrijk teruggetrokken tot aan de Duits-Franse grens, maar daar was de Duitse verdediging onverwacht sterk. In Lotharingen, meer bepaald Metz, verdedigde de 17. SS-Panzergrenadier-Division Götz von Berlichingen samen
met een inderhaast uit leerlingen van de Verbindingsdienstschool van de
SS gevormde Divisie nº 462, en dat met een onverwacht groot succes
tegen de veel sterkere troepen van Patton.
Ardennenoffensief
Zie Ardennenoffensief voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Hitler had het plan opgevat om de impasse aan het westfront te doorbreken. Zijn plan was om via de Ardennen, een herhaling van zijn gedurfd offensief waarmee hij de Franse en Belgische verdediging in 1940 op
de knieën dwong. Hij koos hiervoor het westfront, omdat hij oordeelde
dat de Westelijke geallieerden door een zware nederlaag gemakkelijk
verdeeld konden geraken en dus gemakkelijk tot vrede te brengen waren.
Om deze krachttoer te verwezenlijken deed hij een beroep op een aantal
inderhaast op de been gebrachte Volksgrenadierdivisies en op de opnieuw
uitgeruste pantserdivisies.
Om het belang van de operatie te onderstrepen gaf hij zijn vertrouweling Sepp Dietrich het commando over de belangrijkste eenheid, het 6e Pantserleger. Deze eenheid bestond uit vijf infanteriedivisies en vier pantserdivisies, namelijk de SS-Panzer-Division Leibstandarte en SS-Panzer-Division Hitlerjugend in de voorhoede en de SS-Panzer-Division Das Reich en SS-Panzer-Division Hohenstauffen daarachter. Deze legermacht was uitgerust met nieuwe Panthers en negentig Tigers onder centraal bevel. Het doel van zijn divisies was de stad Antwerpen, waarbij zijn flank werd gedekt door de 5e Pantserleger.
De aanval ging van start op 16 december en de pantserspitsen overrompelden de verspreide Amerikaanse divisies,
die geen wapens hadden om weerstand te bieden aan de Panthers en
Tigers. Dietrich stuitte echter op onverwacht hardnekkige weerstand die
toenam naarmate het offensief vorderde. Deze tegenstand werd op 17 december nog gevoed door de (ware) geruchten dat de SS zijn gevangenen afslachtte. De voorste gevechtsgroep van de SS-Panzer-Division Leibstandarte had dit inderdaad gedaan, op bevel van de commandant Peiper. Hij liet negentig krijgsgevangenen neerschieten even buiten Malmedy.
Dit barbaarse optreden had een andere uitwerking dan bedoeld, de
Amerikanen werden niet gedemoraliseerd, maar zeer vechtlustig. Naast
deze acties werd nog iets anders op touw gezet om de Amerikanen te
demoraliseren, de groep -Skorzeny, die bestond uit Duitsers die vloeiend Engels spraken
en Amerikaanse uniformen aanhadden. De 2.000 commando's slaagden erin
om grote verwarring te scheppen en paniek te zaaien, tot in het
hoofdkwartier van Eisenhower.
Al deze acties ten spijt keerden de krijgskansen al tegen 24 december,
toen de brandstof voor de Duitse pantserdivisies opraakte. Na kerstmis
was er sprake van weinig bewolking zodat de geallieerde luchtmacht de
Duitse troepen kon bestoken. Dit, in combinatie met de aangekomen
reserves, dwong Hitler zijn troepen terug te trekken en het offensief af
te breken.
1945
De
mislukking van het offensief markeerde het einde van de periode waarin
Hitler nog middelen had om zijn wil op te leggen aan zijn vijanden. De
offensieven die nog volgden waren zelfs naar zijn eigen mening van
beperkt belang. De belangrijkste actie van beperkt belang, Operatie Frühlingserwachen, was de poging om Boedapest te heroveren en om de aardolie-aanvoer uit Centraal-Hongarije veilig te stellen van het oprukkende Rode Leger.[34] Deze operatie werd uitgevoerd door de al aanwezige SS-Panzer-Division Wiking en SS-Panzer-Division Totenkopf, samen met het 6e Pantserleger, dat zwaargehavend uit de Ardennen tevoorschijn kwam, en enkele andere eenheden, waaronder de 16e SS-Panzer-Division Reichsführer SS.[34] Deze
legermacht kon echter weinig verhaal halen tegenover het Sovjet
numerieke overwicht, ondanks de veelbelovende terreinwinst in het begin.
De laatste stuiptrekking van het Derde Rijk werd toegewezen aan de Waffen-SS. Hitler beval Steiner om een aanval te doen op de Sovjetlegers die Berlijn aanvielen, met de drie legers die dichtst bij de hoofdstad in de buurt lagen. Hij had beschikking over de restanten van de 10. SS-Panzer-Division Frundsberg, 4. SS-Polizei-Panzergrenadier-Division, 11. SS-Freiwilligen-Panzergrenadier-Division Nordland, 23. SS Freiwilligen-Panzergrenadier-Division Nederland (niederländische Nr. 1) en het Waals Legioen.
Deze eenheden waren echter uiteengedreven. Steiner overwoog de aanval,
maar kwam tot de conclusie dat die onmogelijk was. Toen Hitler dat te
weten kwam in de nacht van 22 op 23 april, besloot hij zelfmoord te
plegen. Zijn laatste verdedigers waren een beperkt aantal soldaten van
de SS-Panzergrenadier-Division Nordland, 33. Waffen-Grenadier-Division der SS Charlemagne en de 15. Waffen-Grenadier-Division der SS (lettische Nr. 1).
Vreemdelingenlegioenen
Zie ook de lijst van divisies van de Waffen-SS voor een gedetailleerd overzicht.
De SS was bedoeld als eliteorganisatie van Ariërs en
de Waffen-SS moest daarbij de gewapende elite zijn. In het begin stond
Himmler dan ook enkel rekruten van "zuiver" bloed toe in de Waffen-SS.
Zijn wil om een sterke legermacht op te richten bleek echter groter dan
zijn ideologie. Hij liet als eerste stap niet alleen inwoners van
Duitsland, maar ook Volksduitsers (dat wil zeggen Duitsers wonend buiten Duitsland) soldaten toe in zijn divisies. De organisatie had hiermee een voordeel boven de Wehrmacht, die enkel mocht rekruteren in Duitsland zelf.
Deze
soldaten namen aanvankelijk vrijwillig dienst, maar hun animo nam snel
af. Himmler zocht naar nieuwe bronnen en vond die ook. Hij beschikte
over de potentiële buitenlandse vrijwilligers van een zgn. "Germaans"
ras, uit de Lage Landen en Scandinavië.
Om hen te kunnen inlijven werd hen eigen eenheden beloofd, enerzijds
uit taalmoeilijkheden, anderzijds uit respect voor hun onafhankelijke
nationaliteit. Het merendeel van de nieuwe rekruten bestond uit werkloze
soldaten, wier vaderlandsliefde groot genoeg was om niet te
collaboreren maar anderzijds soms sympathie toonden voor de
antibolsjewistische zaak. Himmler had liever geen niet-Germanen zoals
Fransen en Italianen in de Waffen-SS, maar moest dat toch
toelaten wegens het tekort aan soldaten. De eenheden die het meest
voldeden aan het ideaalbeeld waren opgenomen in de SS-Panzer-Division Wiking. Daarnaast waren er enkele propagandalegioenen.
Volksduitsers lieten zich in groten getale inlijven, voldoende voor de 7. SS-Freiwilligen-Gebirgs-Division Prinz Eugen, maar het enthousiasme taande tegen 1943. In Estland en Letland werden
in eerste instantie vrijwilligers geworven, maar in 1943 werd in deze
landen de dienstplicht ingevoerd. Himmler liet vanwege de slechter
wordende omstandigheden toe dat soldaten van allerhande etniciteit
werden gerekruteerd, waaronder Bosnische moslims, Hongaren en Russen. Het principe van raszuiverheid moest hij laten varen.
Oorlogsmisdaden
De Allgemeine SS was verantwoordelijk voor het beheren van zowel de concentratie- als vernietigingskampen. Veel van de leden en de Totenkopfverbände werden vervolgens lid van de Waffen-SS, waarbij ze de basis van de Derde SS-Totenkopf-Divisie vormden. Medisch personeel van de Waffen-SS zijn bij de zogenaamde "Artsenprocessen" van 1946 tot 1947 veroordeeld in Neurenburg voor het experimenteren op mensen in de kampen.
Volgens de Modern Genocide: The Definitive Resource and Document Collection, speelde de Waffen-SS een "kernrol" in de ideologie van de vernietigingsoorlog (Vernichtungskrieg): een derde van de leden van de Einsatzgruppen (mobiele doodseskaders) die verantwoordelijk waren voor massamoord, vooral van Joden, Slaven en communisten, waren uit de Waffen-SS gerekruteerd
voordat de Sovjet-Unie werd binnengevallen. De bouwadministratie van de
Waffen-SS bouwde de gaskamers in Auschwitz en, volgens Rudolf Höss, dienden ongeveer 7.000 leden als wachters bij dat kamp.
Veel Waffen-SSers en Waffen-SS-eenheden pleegden oorlogsmisdaden tegen burgers en geallieerde soldaten. De bekendste daarvan zijn het Bloedbad van Malmedy en dat van Oradour-sur-Glane. Daarnaast hebben eenheden ervan ook moordpartijen aangericht in onder meer Wereth, Wormhout, Le Paradis, Tulle, Marzabotto, Ardeatine, Distomo, Sant'Anna di Stazzema en de Abbey d'Ardenne. De in Oost-Europa aangerichte slachtpartijen zijn minder goed gedocumenteerd.
Zie ook
- Lijst van divisies van de Waffen-SS
- Allgemeine-SS
- Algemeene-SS Vlaanderen
- Nederlandsche SS
Na
de oorlog werd de gehele SS-organistatie door de naoorlogse Duitse
regering als "criminele organisatie" bestempeld. Voor meer
achtergrondinformatie over deze "criminele organisatie" lees de volgende
artikelen op De Nieuwe Media
https://www.de-nieuwe-media.nl/l/de-laatste-openbaring-van-de-oude-demonische-wereld-aan-de-wereldbevolking-geert-wilders-is-de-mol-in-het-land-wat-tot-heden-nederland-wordt-genoemd/ (paarse link)
DE
LAATSTE OPENBARING VAN DE OUDE DEMONISCHE WERELD AAN DE
WERELDBEVOLKING: "GEERT WILDERS IS DE MOL VAN HET LAND WAT TOT HEDEN
NEDERLAND WORDT GENOEMD".
20-12-2024
Op
bevel van prins Willem V van Oranje heeft Jonkheer Johan Christian
Goldman als voorzitter van de Goldman Commissie, vanaf zijn geboorte op 6
september 1963 opgevolgd door zijn familielid Geert Wilders, onder
gouverneur-generaal Willem Alting van Nederlands-Indië vanaf 1785 tot
heden het private bedrijf de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC)
vanuit het nooit bestaande Nederland voortgezet.
Door: Dienie Kars en Ad van Rooij
Om als erfelijk familielid (Adel) van Jonkheer Johan Christian Goldman vanuit het grondwettelijk nooit bestaande Nederland vanuit Den Haag de door stadhouder prins Maurits van Oranje en raadspensionaris Johan van Oldebarnevelt op 20 maart 1602 in Den Haag ondertekende Octrooi van het eerste private bedrijf de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) vanaf 1785 tot op heden en daarna tot in de eeuwigheid te kunnen blijven voortzetten is Geert Wilders, negen jaar na zijn eerste huwelijk, op 31 juli 1992 te Boedapest in Hongarije getrouwd (en is daarmee vanuit Hongarije voor de rest van zijn leven als twee-eenheid erfelijk onlosmakelijk aan elkaar verbonden) met de Hongaarse diplomate Krisztina Márfai, werkzaam in de Hongaarse Ambassade in Den Haag. De Hongaarse Ambassade in Den Haag is Hongaars grondgebied in Den Haag in het grondwettelijk nooit bestaande Nederland. Daarmee zijn Geert Wilders en zijn onlosmakelijk aan hem verbonden vrouw Krisztina Márfai vanaf 31 juli 1992 tot op heden de twee grootste onderling samenspannende oligarchische Corporate Crime plegende criminelen die de wereld vanaf de geboorte van Jezus in Bethlehem ooit heeft gekend.
https://www.de-nieuwe-media.nl/l/de-laatste-openbaring-van-de-oude-demonische-wereld-aan-de-wereldbevolking-geert-wilders-is-de-mol-in-het-land-wat-tot-heden-nederland-wordt-genoemd/
---------------------------------------------------------
https://www.de-nieuwe-media.nl/l/de-nieuwe-president-donald-trump-van-de-verenigde-staten-heeft-van-voc-en-wic-wereldleider-geert-wilders-het-bevel-gekregen-om-in-naam-van-gods-heilige-profeet-willem-v-van-oranje-op-8-december-2024-de-notre-dame-kathedraal-in-parijs-te-heropenen/
DE
NIEUWE PRESIDENT DONALD TRUMP VAN DE VERENIGDE STATEN HEEFT VAN VOC EN
WIC WERELDLEIDER GEERT WILDERS HET BEVEL GEKREGEN OM IN NAAM VAN GODS
HEILIGE PROFEET WILLEM V VAN ORANJE OP 8 DECEMBER 2024 DE NOTRE-DAME-
KATHEDRAAL IN PARIJS TE HEROPENEN!
21-12-2024
Het Derde Geschrift is
in de periode van 02-12-2024 tot 18-12-2024 geschreven en op 19-12-2024
geopenbaard. Zeven dagen voor Kerstmis 25 december 2024. De zeven dagen
waarin God de Hemel en Aarde met overvloed aan planten en dieren schiep
en de mens heeft geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis.
https://www.de-nieuwe-media.nl/l/de-nieuwe-president-donald-trump-van-de-verenigde-staten-heeft-van-voc-en-wic-wereldleider-geert-wilders-het-bevel-gekregen-om-in-naam-van-gods-heilige-profeet-willem-v-van-oranje-op-8-december-2024-de-notre-dame-kathedraal-in-parijs-te-heropenen/
Het Tweede Geschrift is
in de periode van 07-12-2024 tot 18-12-2024 geschreven en op 16-12-2024
geopenbaard: De Twaalf dagen van de Twaalf apostelen, waaronder apostel
Petrus waaraan Jezus Christus voor het eerst verscheen en waaraan
Christus de sleutelmacht over het hemelrijk heeft gegeven om als
plaatsbekleder van Jezus op aarde het Evangelie op Aarde te verkondigen.
Bij de verwoesting van de Romeinse Stad Tongeren in België door de
opstand van de Bataven in 69-70 n.Chr is Apostel Petrus om
het leven gekomen. Op de plaats waar Petrus ligt begraven is later
Onze-Lieve-Vrouwebasiliek te Tongeren gebouwd. Om redenen zoals in deze
Drie Geschriften staat vermeld heeft tot op 19 december 2024 in maar
liefst 1954 jaar tijd daar niemand in het opbaar een Evangelie durven te
prediken, omdat dit zeker zijn (haar) dood zou worden.
https://www.de-nieuwe-media.nl/l/heeft-donald-trump-door-toedoen-van-apostel-petrus-vanuit-onze-lieve-vrouwebaseliek-te-tongeren-in-belgie-met-de-hulp-van-de-onbevlekte-maria-in-de-notre-dame-te-parijs-in-frankrijk-op-8-december-2024-op-het-laatste-moment-het-goddelijk-licht-gezien/
Het Eerste Geschrift is
de periode van 02-12-2024 tot 06-12-2024 geschreven ter herdenking van
Napoleon Bonaparte, die op 2 december 1804 in aanwezigheid van paus Pius
VII in de kathedraal Notre-Dame van Parijs is gekroond tot keizer van
het Eerste Franse Keizerrijk, waarvan Prins Charles Marie Jérôme Victor
Bonaparte na Napoleon Bonaparte vanuit Huis Bonaparte, met retroactieve
rechtskracht vanaf 15 oktober 1815, vanaf 3 mei 1997 tot aan zijn dood
de erfelijke opvolgende keizer is geworden van het Eerste Franse
Keizerrijk, waarmee de door Napoleon Bonaparte op 22 september 1975 bij
plebisciet afgekondigde Franse Grondwet van 1795 retroactieve
rechtskracht heeft verkregen, waarin hij de nadruk legde op: (1)
Plichten: de Verklaringen van de rechten en de plichten van de mens en
de burger. Broederschap werd vervangen door veiligheid en bescherming
van eigendom; (2) Er kwam een strikte scheiding der machten. Kerk en
staat werden strikt gescheiden. Daarmee is een einde gekomen aan al het
kwaad op Aarde en gaan Prins Charles Marie Jérôme Victor Bonaparte,
samen met Koning Filip der Belgen als erfelijk opvolger van zijn
grootvader Koning Leopold III der Belgen, paus Franciscus bevrijden uit
zijn gijzeling in het dwergstaatje Vaticaanstad dat geen onderdeel
uitmaakt van de Verenigde Naties en gaat paus Franciscus of Patriarch
Kirill van Moskou van de Russisch-orthodoxe Kerk (die niet is verbannen
naar het dwergstaatje Vaticaanstad) zich vestigen in
Onze-Lieve-Vrouwebasiliek te Tongeren in België om daar Apostel Petrus
als plaatsbekleder van Jezus op Aarde, als tweede paus te gaan opvolgen,
waarmee tot in de eeuwigheid een einde komt aan het doden en
vergiftigen van mensen en er weer een overvloed van planten en dieren op
Aarde komt. Het voortbestaan van de mens op Aarde naar Gods beeld en
als Zijn gelijkenis is daarmee nipt op tijd gered.
https://www.de-nieuwe-media.nl/l/de-laatste-openbaring-van-de-oude-demonische-wereld-aan-de-wereldbevolking-geert-wilders-is-de-mol-in-het-land-wat-tot-heden-nederland-wordt-genoemd/
Het Eerste Geschrift is
de periode van 02-12-2024 tot 06-12-2024 geschreven ter herdenking aan
de drie doden en vier gewonden bij de treinkaping bij Wijster op 2
december 1975, die hun leven hebben gegeven om de in ballingschap
levende Molukse gemeenschap in Nederland daaruit te bevrijden om te
kunnen terugkeren naar hun eigen soevereine staat op de Molukken in
Indonesië, wat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden,
voorafgaande aan hun vertrek en verblijf vanaf 1951 als KNIL-militair in
Nederland was beloofd, maar door de opvolgende Nederlandse kabinetten
na maar liefst 73 jaar nog steeds niet is nagekomen.
https://www.de-nieuwe-media.nl/l/de-laatste-openbaring-van-de-oude-demonische-wereld-aan-de-wereldbevolking-geert-wilders-is-de-mol-in-het-land-wat-tot-heden-nederland-wordt-genoemd/
De
Nieuwe President Donald Trump van de Verenigde Staten heeft van VOC en
WIC wereldleider Geert Wilders het bevel gekregen om in naam van Gods
Heilige Profeet Willem V van Oranje op 8 december 2024 de dag van het
Hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria de
Notre-Dame-kathedraal in Parijs te heropenen.
https://www.de-nieuwe-media.nl/l/de-nieuwe-president-donald-trump-van-de-verenigde-staten-heeft-van-voc-en-wic-wereldleider-geert-wilders-het-bevel-gekregen-om-in-naam-van-gods-heilige-profeet-willem-v-van-oranje-op-8-december-2024-de-notre-dame-kathedraal-in-parijs-te-heropenen/
------------------------------------
VERKIEZINGEN VS: Hoe Donald Trumps fortuin voortspruit uit prostitutie
(bron: https://www.hln.be/nieuws/hoe-donald-trumps-fortuin-voortspruit-uit-prostitutie~a4a9a3e7/)
Dat
een groot deel van Donald Trumps fortuin geërfd is, wist u al. Maar wat
weinigen weten, is dat het geld van die erfenis afkomstig is uit een
aantal bordelen. Daarvoor moeten we terug naar Trumps opa, Friedrich.
Die emigreerde in 1885 van Kallstadt in Duitsland naar New York.
Friedrich was toen 16 jaar. Hij ging zich bij zijn oudste zus vestigen
en werk zoeken. De Duitser had al snel in de smiezen dat er manieren
waren om meer geld te verdienen dan als kapper in New York.
Bewerkt door: LB
Bron: Metro.co.uk
20 oktober 2016, 19:20
Zes
jaar lang knipte en schoor Friedrich mannen in New York, maar verhuisde
toen naar Seattle, Washington en verengelste zijn voornaam tot
'Frederick'.
Drumpf
De familienaam Trump was al in de
17de eeuw aangepast, oorspronkelijk luidde die Drumpf. Vermoedelijk werd
die naamsverandering ingegeven door een verlangen de sociale status van
de familie op te krikken.
In de hoerenbuurt van Seattle opende
Frederick Trump op zijn 22ste de Poodle Dog, een etablissement dat de
klok rond open was. Klanten konden er eten en drinken, maar er waren ook
'privékamers voor dames', een dekmantel voor prostituees.
Goudkoorts
De
zaken draaiden goed en Frederick verhuisde in de hoogtijdagen van de
goudkoorts naar Yukon in Canada. Daar opende hij een reeks bordelen waar
in de slaapkamers weegschalen stonden zodat de klanten met goud konden
betalen. In een brief aan de krant Yukon Sun omschreef een omwonende de
zaken als "verdorven" en raadde hij "respectabele vrouwen die alleen
reizen" aan de etablissementen van Frederick Trump te mijden.
Dienstplicht ontweken
De
zaken floreerden niettemin. Tot de politie in 1901 begon op te treden
tegen gokken en prostitutie. Het was rond die tijd dat Frederick Trump
zijn thuisstad Kallstadt bezocht en zich verloofde met Elizabeth Christ.
De twee probeerden zich in Duitsland te vestigen, maar Trump werd terug
naar Amerika gestuurd omdat hij door te emigreren de Duitse militaire
dienstplicht had ontweken.
Het
stel verhuisde naar New York, waar ze twee zonen kregen: Fred en John.
In 1918 overleed Frederick Trump aan de Spaanse griep. De zaken gingen
over in handen van de oudste zoon, Fred.
Eengezinswoningen in Queens
Toen
die nog op de middelbare school zat, opende hij samen met zijn moeder
een garage: Elizabeth Trump & Son. De zaken gingen zo goed dat Fred
eengezinswoningen begon te bouwen in de wijk Queens. Die woningen hadden
een goede reputatie. Fred had dan weer de reputatie bijzonder spaarzaam
te zijn. Tijdens zijn bezoekjes aan bouwwerven stond hij erom bekend
nagels op te rapen om te laten hergebruiken.
In 1936 trouwde Fred
Trump met Anne MacLeod, die uit Schotland naar de VS was geëmigreerd.
Ze kregen vijf kinderen: Fred Jr, MaryAnne, Donald, Robert en Elizabeth.
Duitser met Joodse huurders
De
vastgoedsector deed het goed na de Tweede Wereldoorlog en Fred ontving
royale subsidies om nieuwe huizen neer te poten in Brooklyn en Queens.
Heel wat van zijn huurders waren Joden, reden waarom Fred Trump zijn
Duitse afkomst verborgen hield en beweerde uit Zweden te komen.
Fred
Trump overleed in 1999 als multimiljonair. Met een geschat fortuin van
300 miljoen dollar was hij één van de rijkste mannen van Amerika.
Racisme
Fred Trump werd in 1927 in Queens gearresteerd tijdens een optocht van de Ku Klux Klan.
In 1973 werd de familiezaak door de staat aangeklaagd wegens
discriminatie. In die zaak werd ook Donald Trump genoemd. De Trumps
werden ervan beschuldigd zwarte gezinnen die een huis wilden huren te
discrimineren. Volgens het ministerie van Justitie kregen de
huuraanvragen van zwarte gezinnen allemaal een grote 'C' van 'coloured'
op hun dossier en werden ze allemaal geweigerd. Om de zaak buiten de rechtbank te regelen, beloofden de Trumps antidiscriminatie-maatregelen te nemen.
Maar
hoe vergaarde Donald Trump zijn fortuin? De man, die er prat op gaat
"echt rijk" te zijn, beweert dat hij zijn vastgoedimperium opstartte met
1 miljoen dollar die hij van zijn vader leende en 100 miljoen dollar
die hij bij de bank leende. In tegenstelling tot zijn vader, die sociale
woningen bouwde in Queens en Brooklyn, begon Donald met luxueuze
bouwprojecten in Manhattan.
Zo liet hij de Trump Tower bouwen,
het Grand Hyatt Hotel en Trump Plaza. Later kocht hij golfterreinen (die
hem 193 miljoen opbrachten), resorts en appartementsgebouwen. Hij
verdiende 18 miljoen dollar als manager, 9 miljoen dollar in royalties
en 2 miljoen met toespraken. Net als zijn vader, mocht Trump graag
vertellen dat zijn familie uit Zweden afkomstig is.
Trump zelf
beweert dat hij 10 miljard dollar waard is. Forbes schat zijn fortuin op
4,5 miljard dollar, Bloomberg op 2,9 miljard.
De hulp die hij
kreeg dankzij de kredietwaardigheid van zijn vader nog buiten
beschouwing gelaten, erfde Donald Trump 40 miljoen dollar na de dood van
zijn pa.