(bron: https://www.geloofstoerusting.nl/artikelen/het-mysterie-van-de-val-van-satan/)
door: John Piper Tags: kwaad, macht, soevereiniteit, zonde
Waarom is er een satan? Waarom bestaat er een wezen wiens naam aanklager betekent? Een 'duivel', wat lasteraar betekent,
een 'misleider van de hele wereld' (Openbaring 12:9), een 'heerser van
deze wereld' (Johannes 12: 31; 14:30; 16:11), een 'god van deze eeuw' (2
Korintiërs 4:4 NKJV), een 'prins van de macht der lucht' (Efeziërs
2:2), een 'Beëlzebul, de aanvoerder der demonen' (Mattheüs 12:24)? Waar
komt hij vandaan? Hoe komt het dat hij ooit heeft gezondigd?
De brieven van Judas en 2 Petrus geven ons aanwijzingen.
Judas, vers 6, zegt: 'De engelen die hun oorspronkelijke staat niet
hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij
voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in
verzekerde bewaring gesteld.' En 2 Petrus 2 vers 4 zegt: 'God heeft de
engelen niet gespaard toen zij zondigden, maar heeft hen in de hel
geworpen en overgegeven aan de ketenen van de duisternis om tot het
oordeel bewaard te worden.'
Dit gaat ofwel over het oorspronkelijke verzet of over een later verzet van engelen van God.
Maar in principe kunnen we er van uitgaan dat satan erbij betrokken
was. Het lijkt er dus op dat sommige van Gods heilige engelen
'zondigden'. Of zoals Judas zegt, 'hun oorspronkelijke staat niet hebben
bewaard'. Met andere woorden, de zonde was een soort opstand, een
verlangen naar meer macht en meer autoriteit dan ze door God ontvangen
hadden.
Satan en de andere gevallen engelen zijn dus oorspronkelijk geschapen als heilige engelen die in opstand komen tegen God.
Ze verwerpen Hem als hun alles verzadigende Koning. Ze volgen een koers
van zelfbevestiging en veronderstelde zelfbeschikking. Ze willen niet
ondergeschikt zijn. Ze willen niet door God gezonden worden om anderen
te dienen (Hebreeën 1:14). Ze willen het uiteindelijke gezag over
zichzelf hebben. En ze willen zichzelf verheffen boven God.
Meest populaire antwoord
Deze
gedachten over de oorsprong van satan geven echter geen antwoord op de
vraag waarmee we begonnen zijn: Waarom is er een satan?
De vraag wordt eenvoudigweg teruggeschoven naar het allereerste begin.
Waarom zondigde een heilige engel? Dit is het meest populaire antwoord
van onze moderne tijd:
Alle schepselen van God zijn geschapen als 'vrije morele wezens'.
Als God ze anders had gemaakt, zouden ze slechts machines zijn geweest
zonder eigen wil. … Om een 'vrij moreel wezen' te zijn, impliceert dat
men de kracht van 'keuze' heeft. … Zolang satan de 'wil van God' koos,
was er geen 'kwaad' in het universum, maar op het moment dat hij ervoor
koos om zijn eigen wil te volgen, dan viel hij, en door anderen te
overtuigen hem te volgend introduceerde hij 'kwaad' in het heelal.
(Clarence Larkin, The Spirit World, 12-14)
Er
zijn ten minste twee problemen met dit veronderstelde antwoord: (1) het
geeft geen antwoord op de vraag en (2) het veronderstelt dat God niet
voldoende invloed kan uitoefenen op een moreel verantwoordelijk wezen om
dat wezen veilig te houden in de aanbidding van God – om hem te
weerhouden van zondigen.
'Vrije wil' filosofie
Ten
eerste geeft het geen antwoord op de vraag: Waarom heeft een heilige
engel gezondigd? Om te zeggen dat een perfecte engel zondigde omdat hij
de macht had om dat te doen is geen antwoord. Waarom zou een volmaakte
heilige engel in Gods oneindig mooie aanwezigheid plotseling geneigd
zijn om God te haten? 'Vrije wil' – dat wil zeggen, ultieme
zelfbeschikking – is geen antwoord. Het verklaart niets.
'Vrije wil' is een naam die op een mysterie is gezet.
Maar het is niet de bijbelse naam. Want de Bijbel leert nooit dat er
zoiets bestaat als ultieme menselijke, of ultieme demonische,
zelfbeschikking. Dat is een filosofisch idee dat aan de Bijbel wordt
opgedrongen, maar niet door de Bijbel wordt onderwezen. Het is zelfs zo
dat dit filosofische idee een van de eerste ontwerpen van satan voor de
mensheid was – om Adam en Eva ervan te overtuigen dat zij uiteindelijk
zelfbeschikkend zouden kunnen zijn, en dat dit goed voor hen zou zijn (Genesis 3:4-5). Beide ideeën waren onjuist. Adam en Eva konden uiteindelijk niet zelfbepalend worden, en het was dodelijk voor hen om het te proberen. Het menselijke ras is sindsdien geruïneerd door deze begrippen.
Lastering van Gods reddende kracht
Ten
tweede gaat Larkin's beroep op de zelfbeschikking van de engelen ervan
uit dat God niet voldoende invloed kan uitoefenen op een moreel
verantwoordelijk wezen om dat veilig te houden in de aanbidding van God
voor altijd. Larkin's dodelijke fout is om aan te nemen dat de engelen
'slechts machines zouden zijn geweest zonder een eigen wil' als God een
dergelijke invloed had uitgeoefend.
Ook dit is een filosofische veronderstelling die aan de Bijbel wordt opgedrongen, maar niet door de Bijbel wordt onderwezen.
Nog sterker, de Bijbel leert op doordringende wijze juist het
tegenovergestelde – dat God voldoende invloed uit kan oefenen op moreel
verantwoordelijke wezen (Zijn kinderen!) en dat ook doet, om hen voor
altijd veilig te houden in de aanbidding van God.
Bijvoorbeeld
wanneer de Bijbel zegt dat God 'zal maken dat u in Zijn verordeningen
wandelt' (Ezechiël 36:27) en dat Hij 'in u werkt wat in Zijn ogen
welbehaaglijk is' (Hebreeën 13:21), en dat Hij 'in u werkt zowel het
willen als het werken, naar Zijn welbehagen' (Filippenzen 2:13), en dat
het werk dat Hij in ons begon 'zal voltooien tot op de dag van Jezus
Christus' (Filippenzen 1:6), en dat Hij 'u zal bevestigen tot het einde
toe, zodat u onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heere Jezus
Christus' (1 Korinthe 1:8), en dat hen 'die Hij gerechtvaardigd heeft,
die heeft Hij ook verheerlijkt' (Romeinen 8:30). Als God dit alles zegt,
wil Hij dat we ophouden met het onzinnige gepraat over een dergelijke
glorieuze invloed die ons in machines zou veranderen. Dat doet het niet.
Het is leven-gevende genade. Het is doeltreffend en houdt ons voor
altijd veilig. Om het dan 'het maken tot machines' te noemen is
lasterlijk.
Als God geen soevereine invloed zou uitoefenen op onze eigenzinnige harten, zouden we allemaal wegvallen.
Prone to wander, Lord, I feel it,
Prone to leave the God I love.
Here's my heart, oh, take and seal it,
Seal it for Thy courts above.
(Come Thou Fount of Every Blessing)
Gods 'verzegeling' (Efeze 1:13) – Zijn beslissende, blijvende invloed – verandert ons niet in machines.
Het houdt ons voor altijd veilig in de aanbidding van God. Niemand die
gerechtvaardigd is, zal niet worden verheerlijkt (Romeinen 8:30). De
hemel zal nooit een opstand onder de heiligen zien. Niet omdat we beter
zijn dan de engelen, maar omdat het bloed van Jezus het nieuwe verbond
voor Gods uitverkorenen heeft veiliggesteld. In dat verbond zegt God:
'Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, zodat zij niet van Mij afwijken'.
Hij kocht deze belofte voor Zijn kinderen door Zijn bloed. Zij zullen
geen verraad plegen. Laten we zo'n soevereine, barmhartige, blijvende
invloed loven. God behoedt ons voor het lasteren van Zijn reddende
kracht.
Als God geen soevereine invloed zou uitoefenen op onze eigenzinnige harten, zouden we allemaal wegvallen.
Het
is onjuist wanneer Larkin aanneemt dat God Zijn heilige engelen niet
had kunnen behoeden voor de zonde – veilig in de aanbidding van God.
Het is onjuist om aan te nemen dat een dergelijke soevereine invloed
engelen of mensen tot robots zou maken. Dat doet het niet.
De fase van verlossing
Wat is dan wel het antwoord op de vraag: Waarom heeft een heilige engel gezondigd?
Het antwoord is dat God een wijs en genadig doel had. Daarom is het gebeurd. Sommige
van Gods heilige engelen zondigden omdat hun val een geschiedenis van
verlossing in gang zou zetten. Deze verlossing zou de oneindige wijze
doelen van God in de schepping vervullen. Alle 'ondoorgrondelijke …
oordelen' en alle 'ondoorgrondelijke … wegen' van God vloeien uit de
diepte van Zijn wijsheid (Romeinen 11:33). 'Hoe groot zijn Uw werken,
HEERE, U hebt alles met wijsheid gemaakt' (Psalm 104:24). Hij is de
'alleen wijze God' (Romeinen 16:27). Alles wat van eeuwigheid tot
eeuwigheid gebeurt, gebeurt volgens de wijsheid van Degene 'Die alle
dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil' (Efeze 1:11).
En we weten dat het een genadig doel was. Het was immers Gods plan al vóór de schepping van de wereld om genade te
tonen aan onwaardige zondaars. De zonde is ontstaan als onderdeel van
een plan om genade te tonen aan de zondaars. 'Hij heeft ons zalig
gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze
werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen'
(2 Timotheüs 1:9). Het plan vóór de schepping was dat Christus het Lam
zou zijn dat voor de zondaars werd gedood – zondaars wiens namen 'zijn
geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is'
(Openbaring 13:8). Christus' sterven voor zondaren was het plan voordat
enige menselijke zonde plaatsvond.
Twee onaantastbare waarheden
Bemerk welke vraag ik hier niet beantwoord. Ik geef geen antwoord op de vraag: hoe is
de eerste zonde in het hart van een heilige engel gekomen? De
waarom-vraag heb ik beantwoord door te zeggen dat de eerste zonde
gebeurde als onderdeel van Gods wijsheid en doelen en planning. Dat
veronderstelt echter dat God in staat was om ervoor te zorgen dat de
eerste zonde gebeurde zonder Zelf zondaar te zijn en zonder de eerste
zondigende engel tot een machine te maken. Ik weet niet hoe God dat gedaan heeft.
Voor
mij is dit een van de grote mysteries van de bijbelse leer die ik niet
kan verklaren – hoe God de wil van zondige wezens regeert, maar daarbij
Zelf niet zondigt en hun verantwoordelijkheid niet wegneemt. Ik zie dat
het waar is, want de Bijbel leert het, maar hoe God dit doet blijft een
mysterie.
Eerder
hierboven zei ik dat 'vrije wil' – ultieme zelfbeschikking – de naam is
die sommige mensen aan dit mysterie geven. Daar voegde ik aan toe dat
dit niet de bijbelse naam is, omdat de Bijbel nooit leert dat er zoiets
bestaat als ultieme zelfbeschikking, behalve in God. De Bijbel geeft het
mysterie geen naam. Het leert eerder twee waarheden, steeds weer
opnieuw: God bestuurt de harten en gedachten van alle zondige wezens
zonder Zelf te zondigen, en deze zondaren zijn werkelijk en rechtvaardig
verantwoordelijk voor al hun zonden.
Soeverein boven satan
Ons wordt niet expliciet verteld hoe de val van satan verlopen is. Daarom
is het verhelderend om te bestuderen hoe God Zich nu verhoudt tot de
wil van satan. Is God machteloos als een satanische ervoor kiest om
kwaad te doen? Kan God die wil tegenhouden? Of zou dat de wil alleen
maar in een machine veranderen? Het Bijbelse antwoord is dat God het
recht en de macht heeft om de satan in bedwang te houden wanneer Hij dat
wil. Neem deze voorbeelden in acht.
1.
Hoewel satan 'vorst van deze wereld' (Johannes 12:31) wordt genoemd,
zegt Daniël 4:17, 'de Allerhoogste is Heerser over het koningschap van
mensen, en geeft aan wie Hij wil'. Satans wereldheerschappij is
ondergeschikt aan die van God.
2.
Hoewel onreine geesten overal bedrieglijke en moorddadige dingen doen,
heeft Jezus Christus alle macht over hen. 'Hij geeft onreine geesten met
gezag bevel en zij zijn Hem gehoorzaam' (Markus 1:27).
3.
Satan is een brullende leeuw, die sluipt en iemand zoekt om te
verslinden (1 Petrus 5:8). Petrus legt uit dat de kaken van deze leeuw
eigenlijk het lijden van vervolging zijn: 'Bied weerstand aan hem, vast
in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw
broeders in de wereld opgelegd wordt' (1 Petrus 5: 9). Maar dit lijden,
zegt Petrus, gebeurt niet buiten de soevereine wil van God om: 'Want het
is beter te lijden – als God dat wil – terwijl u goeddoet dan terwijl u
kwaad doet' (1 Petrus 3:17).
4.
Satan is al vanaf het begin een moordenaar (Johannes 8:44). Maar God
beslist uiteindelijk wie leeft en wie sterft en ook wanneer: 'Als de
Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen' (Jakobus 4:15).
5.
Wanneer satan Job wil vernietigen en wil bewijzen dat God zijn schat
niet is, moet hij eerst toestemming van God krijgen voordat hij zijn
bezittingen (Job 1:12) of zijn lichaam (Job 2:6) aanvalt.
6.
Satan is een grote verleider. Hij wil dat we zondigen. Lukas vertelt
ons dat satan achter de drie ontkenningen van Petrus zat. 'Satan heeft u
allen opgeëist om te ziften als de tarwe' (Lukas 22:31). Maar Jezus is
soeverein over het werk van deze verleider en de uitkomst ervan. Hij
zegt tegen Petrus: 'Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet
ophoudt. En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw
broeders' (Lukas 22:32). Het is geen 'stel dat dat gebeurt…', maar
'wanneer dat gebeurt…'. Christus regeert over alle ontwerpen van satan.
Satan wil Petrus laten falen. Jezus wil hem geschikt maken voor
leiderschap.
7.
Paulus zegt in 2 Korinthe 4:4 dat satan 'de gedachten van de
ongelovigen heeft verblind.' Twee verzen later verwijdert God echter
deze blindheid. 'Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de
duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen
heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het
aangezicht van Jezus Christus' (2 Korinthe 4:6).
Nu terug naar de vraag over de oorsprong van satans' zondigheid.
Is God hulpeloos ten opzichte van de wil van Zijn eigen engelen? Is er
een macht buiten Hemzelf die Zijn heerschappij over hun keuzes en
plannen beperkt? Mijn conclusie is dat de Bijbel, van begin tot eind,
God toont als heerser over satan en zijn demonen. Hij heeft het recht en
de macht om hen te beperken wanneer Hij dat wil.
Het mysterie bewaken
De
samenvatting van waar een zondige satan vandaan kwam is dus dit: hij
was een heilige engel die op mysterieuze wijze de voorkeur gaf aan
zelfverheffing boven God-verheffing.
Hij viel in de waan dat ultieme zelfbeschikking mogelijk was voor een
eindig schepsel. Dit had voor hem de voorkeur boven onderwerping aan
God. Deze val maakte deel uit van Gods allesoverheersende plan. Het
heeft Hem niet van Zijn stuk gebracht. Hoe God ervoor zorgde dat dit
deel van Zijn plan tot stand kwam zonder Zelf te zondigen en zonder
satan in een machine te veranderen, weet ik echter niet.
Dit mysterie proberen te verklaren met de zogenaamde 'vrije wil' – oftewel, de ultieme zelfbeschikking – is onbijbels en leeg.
Het is onbijbels, omdat het idee dat een van Gods schepselen de ultieme
zelfbeschikking heeft nergens in de Bijbel wordt onderwezen. Het is
inhoudsloos, omdat het niks verklaart. Simpelweg beweren dat een heilige
engel de 'macht om te kiezen' had, biedt geen verklaring voor het feit
dat een volmaakt heilig wezen in Gods oneindig mooie aanwezigheid
plotseling geneigd zou zijn om God te haten.
Van begin tot eind laat de Bijbel zien dat God heerser is over satan en zijn demonen.
We moeten ons hoogstwaarschijnlijk laten leiden door de terughoudendheid van de Bijbel om over de oorsprong van satan te spreken.
Hij is al aanwezig op de eerste pagina's van de Bijbel zonder enige
uitleg. Het mysterie van zijn eerste zonde blijft dus onopgelost. We
omringen het en bewaken het met de Bijbelse waarheid, zodat onbijbelse
en inhoudsloze verklaringen zich niet als een mist over de Schrift
verspreiden en de glorie van Gods verlossende doel verduisteren.