(bron: https://www.petrus-ehv.nl/paaszaterdag-of-stille-zaterdag/)
De
eigenlijke Eucharistie begint met het zingen van het Gloria waaronder
de klokken opnieuw luiden en de altaar schellen klinken. Op het
priesterkoor worden de kaarsen van het altaar ontstoken met vuur aan de
Paaskaars genomen. Daarna wordt het Alleluia aangeheven, voor het eerst
sinds Aswoensdag, en dan volgt het Paasevangelie. Na de preek volgt de
wijding van het doopwater en hernieuwen we onze doopbeloften. Als
herinnering aan ons doopsel worden we besprenkeld met het doopwater.
Voor het eerst sinds Witte Donderdag wordt opnieuw de Eucharistie
gevierd: de gedachtenis aan het lijden, sterven én verrijzen van Jezus.
Gebed
God,
Gij verlicht deze hoogheilige nacht door de glorievolle verrijzenis van
de Heer. Wek in uw Kerk de Geest die ons tot uw kinderen maakt en ons
vernieuwt naar hart en ziel, zodat onze dienstbaarheid aan U volkomen
wordt. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst
in de eenheid van de heilige Geest, God door de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Evangelie voor deze dag is uit Matteüs 28,1-10
Pr: De Heer zij met u.
A: En met uw geest.
Pr: Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
A: Lof zij U, Christus.
Na de sabbat bij het aanbreken van de eerste dag der week kwamen Maria Magdalena
en de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling ontstond er een
hevige aardbeving en een engel van de Heer daalde uit de hemel, kwam
naderbij, rolde de steen weg en zette zich daarop neer. Hij straalde als
een bliksemschicht en zijn kleed was wit als sneeuw. De bewakers
begonnen van schrik voor hem te beven en het leven scheen uit hen
geweken.
De
engel sprak de vrouwen aan en zei: 'Gij behoeft niet bevreesd te zijn;
ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is niet hier, Hij is
verrezen zoals Hij gezegd heeft; komt zien naar de plaats waar Hij
gelegen heeft. Gaat nu terstond aan zijn leerlingen zeggen: Hij is
verrezen van de doden, en nu gaat Hij u voor naar Galilea; daar zult gij
Hem zien. Dat had ik u te zeggen.'
Terstond
gingen zij weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en zij
haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. En zie,
Jezus kwam hen tegemoet en zei: 'Weest gegroet.' Zij traden op Hem toe,
omklemden zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen: 'Weest
niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar
Galilea moeten gaan en daar zullen zij Mij zien.'
Homilie
In de Paaswake beginnen we met het Scheppingsverhaal. Mogelijk helpt de overweging voor deze dag ons tegen de angst voor het coronavirus.
God
schept de wereld. Er is licht en goedheid. Zo is het. De hemel en aarde
zijn er, net als dag en nacht. De maan en de sterren bewegen aan de
hemel. Er zijn planten en dieren. Het water wemelt en de bomen
bloesemen. Er is vruchtbaarheid en veelvuldigheid. God is de bron van
alle leven. God zag dat het goed was. Ja, het is goed. Dan komt het
grootste geschenk. "God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van
God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. God zegende hen." God
ziet nog steeds dat het goed is. De mens wordt gegeven aan al het andere
als een geschenk om te voeden, naam te geven en te bevestigen. Alles is
zegening en de mens, gemaakt door God en gelijkend op God, heeft de
macht om het leven te kennen en om alles goed te noemen. Alles is
zegening. – Tenminste dat zou je denken.
De
mens die macht had namen te geven, met de vrijheid "ja" te zeggen, zei
"nee". Het was een verwerping van de grote orde, en ook van de grote
orders, de eisen van God. Er kwam een klinkend "nee" aan de goedheid van
de grenzen.
De mensen hadden de boom van het leven; ze zouden zeker niet sterven. Ze leken al op God.
En toch, in verzet tegen hun staat van schepsel-zijn aten ze van de
boom van de begrenzingen. Ze wilden méér dan de macht om al het goede
van de aarde een naam te geven. Ze wilden ook het kwaad een naam geven,
en bepalen wat goed is en wat kwaad. Ze wilden alles beheersen, zelfs
als ze daarmee hun ware zelf kwijt raakten. Ze moesten in ballingschap.
In ballingschap was er de keuze tussen ofwel de wanhoop ofwel het geloof
in een terugkeer naar het begin. Maar een terugkeer kan alleen
geleid worden door mensen die de weg kennen, heel andere mensen dan de
mensen die alles een foute naam hadden gegeven.
Zo iemand was Mozes.
Ook hem horen we in de Paaswake. De wijdverbreide slavernij in Egypte
leek onverslaanbaar. Maar Mozes is standvastig, en hij had geen ander
wapen dan Gods belofte. Toch spleet de zee in tweeën, en God bood de
uitweg. De terugkeer uit de slavernij was moeilijk. Onze voorouders in
het geloof kenden, net als wij, het gevoel van verlaten en verloren te
zijn. Dat voelen we ook in de tijd van het coronavirus. Veel mensen zijn
bang, zelfs bang voor de dood. Mensen zijn eenzaam. Toch is het zo dat
God ons goed noemt en ondanks alle kwaad bemint hij de mensen. God
spreekt met de profetische stem van Jesaja: "Met een grote
barmhartigheid zoek Ik u weer op (…) met een eeuwige liefde ontferm Ik
Mij weer over u." Het Verbond dat God sloot in het paradijs, met Noach, met Abraham en met Mozes, wordt nooit vergeten.
Daarom komt er een nieuwe belofte en het teken ervan is water, niet van chaos, maar van reiniging.
Het is het beeld van het Doopsel. Daarover vertelt in de paaswake de
profeet Ezechiël. God geeft barmhartige genade en vergeving. Gods liefde
is dieper dan mensen zich kunnen voorstellen. Daarom zegt Jesaja:
"Zoals de hemel hoog boven de aarde is, zo hoog gaan mijn wegen uw wegen
te boven en mijn gedachten uw gedachten." Gods Woord zegt 'ja' uit
liefde. Gods liefde zal altijd blijven en zo groot zijn dat we het niet
helemaal begrijpen. Ook als je het niet begrijpt: vertrouw op God en dat is hetzelfde als vertrouwen op volmaakte liefde.
Maar
wat dan met onze zonde, en het steeds maar herhalen van wat Adam en
Evan ook al deden? Waarom blijven we fouten maken en zondigen? Hoe kan
Gods wijsheid binnendringen in onze onvrijheid? We zijn immers altijd
vrij om het goede te doen.
Ezechiël klaagde ons aan om onze stommiteiten, maar vertelt ook dat het Verbond met God blijft gelden.
Ook als we ontrouw zijn, blijft God ons in zijn liefdevolle armen
koesteren. Als we rare dingen doen, zal God ons reinigen. Ook als we
hard, koud en verdwaald zijn – vertelt Ezechiël – zullen we door de Heer
thuis gebracht worden. Ezechiël belooft een nieuw hart en een nieuwe
geest. Kunnen we erop hopen? Mogen we hopen op een hart dat niet van
steen is, en op een plek waar we voor eeuwig thuis moge zijn? Natuurlijk
maken we in onze dagen van het allesoverheersende virus een crisis
door, maar Pasen leert ons dat liefde altijd groter is dan al het
andere. We komen er zeker weer bovenop.
Telkens opnieuw maken we een doortocht door de zee van Gods genade. Jezus ging naar de diepte van de dood.
Dat hoefde Hij niet te doen, maar Hij deed het wel, omdat Hij ons
bemint ook als we onmachtig zijn het goede te doen. Jezus ging de dood
in met een "ja" voor ons, met de standvastigheid van Mozes, met de diepe
inzichten van Ezechiël en het heldere vertrouwen van Jesaja. Tijdens de
Paaswake, gaan we samen met God de diepte in. Dan wagen we het met Gods
liefde. We vertrouwen erop dat we weer opstaan. We krijgen een nieuwe
kans. We zien het bij Paulus als hij zegt: "Gij weet toch dat de doop
waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus ons heeft doen delen
in zijn dóód? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven,
opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus door de macht
van zijn Vader uit de doden is opgewekt."
Jezus is werkelijk verrezen; Hij is uit de dood opgestaan tot eeuwig leven.
Het is nooit louter een symbool; het is een altijd levende
werkelijkheid waaraan we mogen deelhebben. De Gekruisigde die werkelijk
verrezen is, laat Gods "ja" vanaf het begin bij de Schepping weerklinken
voor ons, hier en nu. Dat is zo, zelfs als we zondige mensen zijn,
zelfs als de zonde ons ook de dood heeft gebracht. De doden mogen we aan
Gods liefde toevertrouwen, want zijn liefde is eeuwig. We mogen het
onszelf toestaan op Hem te lijken en in Hem te leven. Hij werd immers
ook gelijk aan ons, toen hij, met het eerste Kerstmis, één van ons werd. Elke mens die dat wil, hoort bij de groep van Jezus Christus; Hij draagt ons naar een veilig land. Elke crisis komen we weer te boven. Als we goed kijken, wordt het telkens opnieuw Pasen.
Norbert Schallenberg, pastor
Voor het boekje van de Paaswake klik op boekje Paaswake.
Lezing: Maria Magdalena, volgens de Bijbel en andere bronnen'